Theater

Nachtland tg Stan

Oude spoken in nieuwe gedaantes

Tg Stan introduceerde de Duitse auteur Marius Von Mayenburg al in 2016 in ‘Wat/Nu’. Dat stuk was onder meer op diens ‘Stück Plastik’ gebaseerd. ‘Nachtland’ is van recentere datum: 2022. Dat is goed te merken: het is een bijtende satire op het Duitsland van vandaag. Geesten uit het verleden manifesteren zich in een jonge generatie en interpelleren meteen ook het publiek. Tg Stan haalt het onderste uit die kan. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Nachtland
Pieter T’Jonck CC Strombeek-Bever
27 maart 2026

‘Nachtland’ begint met een maar al te herkenbare scène. Twee kinderen, Nicola (Jolente De Keersmaeker) en Philipp (Frank Vercruyssen), halen de woning van hun overleden vader leeg. Stekelige discussies over wie zich om hem bekommerde steken daarbij de kop op. Hun partners proberen die te temperen, zonder succes. Nicola heeft het bovendien niet voor Judith (Scarlet Tummers). “Een Joodse!” “Maar vooral een Berlijnse,” onderstreept Judith steeds weer – weliswaar tevergeefs. Nicola’s Fabian is dan weer, zeker in de vertolking van Bert Haelvoet, een stoethaspel.

Hitler of Hiller? 

Dat gekissebis verandert totaal van karakter door de vondst van een aquarel van de Ruprechtskirche in Wenen. Het kader is vervaardigd door Samuel Morgenstern, een Joodse lijstenmaker uit Wenen, in de jaren 1920 zakenpartner van de gesjeesde kunststudent Adolf Hitler. Nog voor ze beseft dat het van Hitler is, vindt Judith het schilderij al kitsch. Nicola en Fabian daarentegen appreciëren het wel. Als Fabian het kader open prutst en zich daarbij snijdt (met tinnitus – oh sorry – tetanus als gevolg) komt de signatuur tevoorschijn: A. Hitler. Of is het A. Hiller?

Nu gaan de poppen pas echt aan het dansen. Zowel Nicola als Philipp ruiken plots geld, daarin gesterkt door doctor kunsthistorica Evamaria Günther (Roos De Graeve), dochter van doctor Alfred Günther die de oeuvrecatalogus van de Führer bezorgde. Judith daarentegen vindt dat het schilderij vernietigd moet worden. Evamaria zorgt echter meteen voor een koper die met geld smijt als hij maar zeker is dat het werk van Hitler is. Dat spoort Nicola, en in haar zog Philipp, aan om grondiger na te denken over hun grootmoeder Grete.

Een ring met de inscriptie ‘Vergeet me niet – MB’ krijgt zo een nieuwe betekenis. Nicola en Philipp geloofden altijd dat de M stond voor Margaretha – Grete – en B voor haar gesneuvelde echtgenoot Bruno. Brieven die Fabian uit de vuilbak haalt suggereren echter dat ze een relatie had met niemand minder dan Martin Bormann, Hitlers privésecretaris. Ze was niet zomaar een lid van de NSDAP – “iedereen was dat toen”, dixit Philipp – maar een overtuigde nazi en zelfs minnares van een leidende figuur van het regime.

De verstokte nazi stelt listig de vraag of een kunstwerk beoordeeld moet worden op de daden van zijn maker dan wel op zijn intrinsieke kwaliteit.    

De schellen vallen Judith zo van de ogen. Ze kreeg de ring van Philipp toen ze een jaar naar de Verenigde Staten trok. Hij bezwoer haar zo om hem niet te vergeten zoals zijn grootvader zijn grootmoeder bezwoer. Plots beseft ze dat ze de ring draagt van een overspelige nazi, niet van een liefhebbende echtgenoot. Ondertussen drijft Nicola haar steeds verder in de hoek van de “biografisch bevooroordeelde” persoon. Ze gooit de Palestijnse kwestie op tafel als bewijs dat de Joden ook niet zuiver op de graat zijn. Waarop Judith dan weer, en terecht, repliceert dat zij, als Berlijnse, niet verantwoordelijk is of uitleg hoeft te geven over het huidige regime in Israël.

Helaas: vanaf dan is de beer los. De koper (Damiaan De Schrijver, tot dan souffleur), een verstokte nazi, stelt listig de vraag of een kunstwerk beoordeeld moet worden op de daden van zijn maker dan wel op zijn intrinsieke kwaliteit – wat die ook moge zijn. Hij voert splijtend bewijs aan: de grootste geesten van het westen waren antisemieten. Zelfs Voltaire, om van Heidegger en vele anderen nog te zwijgen. Allemaal op de schroothoop van de geschiedenis?

Helemaal geen racist!

Hij gaat nog een stap verder als hij beweert zelf “helemaal geen racist” te zijn en zelfs een smak geld op tafel wil gooien om een nacht met Judith door te brengen. Philipp, tot dan een wat onbeholpen, maar toch overtuigd exemplaar van de schuldbewuste, ruimdenkende, antiracistische Duitser kantelt plots, na wat obligaat protest, naar de positie van zijn zus die het al lang gehad heeft met die schuldcultuur die de Joden opdrongen. De toenadering heeft zelfs een incestueuze geur. Judith is hen echter te slim af. Finaal blijkt dat het schilderij helemaal niet de eigenaar ervan was.

Het stuk eindigt zo als een klucht. Een zeer bittere klucht. Ze pookt in de krampachtige, steeds minder overtuigd beleefde schuldcultuur van de Duitsers. Ze rammelt ook aan de idee dat kunst ‘op zich’ te beschouwen is, los van de politieke en maatschappelijke intenties van de maker. Wat als de kunstenaar een zieke despoot was? Of onmenselijke en onwenselijke denkbeelden propageerde? Louis-Ferdinand Céline: literatuur? Voor wie dan? Voor lezers die heimelijk fascistische gedachten koesteren? Is kunst niet slechts wat iemand, om persoonlijke redenen kunst noemt? Is een aquarel van Adolf Hitler niet vooral kunst omdat iemand hem ‘geniaal en onbegrepen’ vindt? Zou de koper echt 150.000 euro en meer op tafel gooien voor een aquarelletje als het niet van Hitler was? Judith blijft op die nagel kloppen. Bij uitbreiding stelt ze dat geen enkele vraag of bewering een vaste betekenis heeft. Dat betekenis altijd afhangt van wie iets zegt en tot wie die zich richt. Nicola’s allusies op Gaza bewijzen overigens haar gelijk.

Het stuk eindigt als een ideologisch moeras, dat de stevige grond van de weldenkendheid onder de voeten van de personages wegzuigt.    

Het stuk eindigt zo als een ideologisch moeras, dat de stevige grond van de weldenkendheid onder de voeten van de personages wegzuigt. In één beweging verdwijnt ook de sluier  - de ‘mantel der liefde’ - die een onkies verleden aan het gezicht onttrok. Er stijgen steeds meer stinkende gasbellen van verdrongen racisme en autoritarisme op uit dat moeras. Het is, kortom, een treffende miniatuur én een grotesk portret van de ideologische glijbaan waar de Duitse, en Europese, samenleving vandaag op uitschuift.

Wat het stuk echt bijzonder maakt is dat het de kijkers tot getuigen maakt. Vooral Nicola betrekt ons meteen bij het verhaal door de gebeurtenissen niet alleen te spelen, maar ook uit te leggen aan het publiek. Gaandeweg wordt ze zelfs een karikatuur van de alwetende schrijver, die de afloop van het verhaal al kent voor de lezers die ontdekken. Als Fabian naar het hospitaal moet met zijn tetanus duim, weet ze al dat het voor hem over en uit is.

Dat is allemaal koren op de molen van tg Stan. De drie oorspronkelijke leden staan hier voor het eerst sinds lange tijd nog eens samen op het podium, omringd door nog meer fijne spelers. Het gezelschap maakte er altijd al een sport van om net naast een personage te gaan staan, en het zo tegelijk te spelen en van commentaar te voorzien. Het leverde op die manier met stukken als ‘JDX – a public enemy’, een bewerking van Henrik Ibsens ‘Vijand van het volk’ al vaker bijtende sociaal-politieke commentaar.

Deze ‘Nachtland’ is toneel in zijn zuiverste vorm: zes mensen die met niets dan hun stem en hun lijf hun visie op de wereld zichtbaar maken.     

Zo ook hier. De Keersmaeker is een typische dertiger: vol ressentiment omdat ze niet bereikt wat haar had moeten toevallen. Vercruyssen speelt Philipp als een man zonder ruggengraat: weldenkend zolang dat hem geen moeite of al te veel zelfreflectie kost, opportunistisch als het ‘moet’. De Schrijver geeft de koper gestalte als een schaamteloze intellectuele bullebak die aanmatigend belerend pronkt met zijn belezenheid, maar zijn geile fantasie maar moeilijk kan verbergen. Haelvoet maakt van zijn Fabian dan weer een parodie, net zoals Roos De Graeve dat met Evamaria doet. Tummers is in veel opzichten de enige die geen karikatuur opvoert, maar dat is ze in het stuk als enige dan ook niet. 

Op het schilderij en een reeks vuilbakken na (waar blijf je anders met al die rommel van de vader) is er quasi geen decor. Er is enkel een vervuild plastic zeil zoals dat op werven vaak gebruikt wordt en dat dient als stofscherm. Halfweg het stuk haalt De Keersmaeker het naar beneden. Figuurlijk wolkt het stof van een onverwerkte geschiedenis vanaf dan over de vloer. Merkwaardig genoeg speelt tg Stan hier zelfs zonder contactmicrofoons. Lang geleden dat ik acteurs dat nog eens zag riskeren, en wel in een stuk waarin de dialogen elkaar aan heel hoog tempo opvolgen. Deze ‘Nachtland’ is toneel in zijn zuiverste vorm: zes mensen die met niets dan hun stem en hun lijf hun visie op de wereld zichtbaar maken.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz