Toneel

O Superman Johan Petit / MartHA!tentatief

Is Klein Jowanneke echt dood?

Johan Petit, artistiek leider van Martha!tentatief duikt in ‘O Superman’ opnieuw in zijn jeugdjaren, al leek hij die na ‘Klein Jowanneke gaat dood’ achter zich gelaten te hebben. ‘O Superman’ vertelt niet één verhaal: Petit rijgt anderhalf uur lang anekdotes aan elkaar over zowel zijn jongere zelf als over episodes uit zijn volwassen leven. Het bewijst vooral de voorliefde van de verteller voor de petite histoire. Met een moraliserend strikje errond.        

O Superman
Elke Huybrechts De Studio, Antwerpen
11 december 2025

Het is ondertussen al zo’n twintig jaar geleden dat Johan Petit een einde breide aan zijn populaire reeks monologen over de picareske avonturen van ‘Klein Jowanneke’, het jeugdige alter ego van de maker zelf. Die voorstelling, ‘Klein Jowanneke gaat dood’, toerde in 2024 nog eens. Kwam hij zo op het idee om toch nog eens in zijn verleden te grabbelen?

Niets in handen, niets in de mouwen. Zo staat Johan Petit in zijn nieuwe voorstelling ‘O Superman’ op het podium: zonder opsmuk. Casual gekleed in een lichte jeans en wit T-shirt staat hij enthousiast te vertellen. In ‘O Superman’ zien we speler-verteller Johan Petit ten voeten uit. Muzikanten Kato Van Ermen en Engel Peet staan hem bij, op een verhoog, achter hun instrumenten.

‘O Superman’ vertrekt vanuit de verzameling schriftjes die Petit al sinds zijn jeugd aanlegde. Daarin noteert hij zinnen die hem op de één of andere manier prikkelen, zij het door de klank, zij het door de poëzie die schuilt in de banale bewoordingen. Hij neemt er geregeld eentje in de hand en leest er dan uit voor.

De zinnen overstijgen de banaliteit niet

Zo tekent Petit tijdens een familiebijeenkomst een levenswijsheid op van zijn neef, een wijnkenner: “Ne pinot gris, dat smaakt altijd. / Dat is een aangename druif. / Daar kunde weinig mee verkeerd doen.” Dat soort zinnen wordt simultaan geprojecteerd op een scherm rechts achteraan op de scène. Petit savoureert de zin als was het poëzie. Op die manier laat hij het publiek stilstaan bij wat hij van deze zin opstak: dat je met een pinot gris niets verkeerd kan doen, dat wist hij toen nog niet. Hij verwijlt ook bij de betekenis van ‘een aangename druif’.

Uit het leven gegrepen zijn deze zinnen zeker. Petit haalt nog meer van die uitspraken uit zijn entourage boven. Die gaan over het verschil tussen bloemige en vastkokende patatten en over ‘ecologisch snutten’ (je herbruikbare zakdoek laten opdrogen in je zak en dan opnieuw gebruiken). Petits verwondering over deze gekoesterde spreuken slaat niet over op mij. Ze overstijgen de banaliteit niet; daarvoor zijn ze te weinig ambigu en spreken ze niet voldoende tot de verbeelding.

Het nieuw-realisme: waar Petit de mosterd haalde

In één van de anekdotes over zijn jeugd vertelt Petit over een leraar die hem erg inspireerde. Die leraar is een sleutelfiguur in zijn verhalen. Hij trok zich niets aan van de leerplannen. Hij gaf les over wat hem werkelijk interesseerde: over Pink Floyd en de dadaïsten bijvoorbeeld. Deze leraar brengt de jonge Petit ook in aanraking met de nieuw-realistische poëzie van dichters als Cees Budding en Herman De Coninck. Zij namen het alledaagse als onderwerp namen van hun dichtwerk. Petit vertelt dat hij in de ban raakt van deze schrijvers en zelf ook zulke gedichten wil maken.

Hier komt de poëtica van Petit, en bij uitbreiding van Martha!tentatief, aan het licht. De focus van de nieuw-realisten op het alledaagse, dat ze tot kunst verheven, maakte hun kunst herkenbaarder en ‘democratischer’ dan die van hun voorgangers, de meer hermetische Vijftigers als Hugo Claus, Remco Campert en Gerrit Kouwenaar. Hier haalde Martha!tentatief de mosterd: de vertaling van uit het stedelijke leven gegrepen, toegankelijke verhalen naar de scène is het handelsmerk van het gezelschap. Toch is er een significant verschil tussen het werk van Petit en de zijnen en de nieuw-realistische poëzie. In de context van de jaren 1960 was de keuze voor het alledaagse als onderwerp een radicale keuze, een opgestoken vinger naar de ‘bourgeois poëzie’-(of ‘boerzwa powezie’, zoals dat toen geschreven werd).

Voor één keer zou Johan Petit geen verhaal vertellen, maar gewoon zinnen voorlezen, zonder evidente samenhang.

‘O Superman’ heeft die artistieke radicaliteit niet. Integendeel. Petit vergrijpt zich geregeld aan kleinburgerlijk moraliseren en romantiseren. Mogelijk onbedoeld, want de oorspronkelijke opzet van deze monoloog was opvallend brutaler. Petit vertelt zelf dat hij aanvankelijk iets totaal anders wou doen dan wat men van hem gewend is. Voor één keer zou hij geen verhaal vertellen, maar gewoon zinnen voorlezen, zonder evidente samenhang.

Na een try-out op een groots opgezet gratis event met duizenden bezoekers in Kapellen, merkte hij echter dat zijn concept geen een succesformule was. Na mails met negatieve reacties concludeerde hij dat het roer om moet als hij zijn fans niet wou verliezen. Dat is een zwaktebod. Daarom keert hij terug naar zijn beproefde formule, al laat hij voor de gelegenheid meer fragmentatie toe. De rode draad is echter nog steeds de ‘moraal van de verhalen’.

Eeuwige prutser

Het verhaal van dat mislukte experiment brengt Petit tot de bekentenis dat hij in wezen een prutser is. Die ontboezeming vormt de moraliserende rode draad van alle verhalen. Petit laat zich doorheen zijn anekdotes zien als de welwillende ADHD’er die zijn eigen grenzen niet kent, impulsief is en daardoor telkens in de problemen komt. Hij is bijvoorbeeld de echtgenoot die een coole dansbeweging wil uitproberen met zijn vrouw. In plaats van te schitteren op de dansvloer bezorgt hij haar de schrik van haar leven: hij wil haar door zijn benen trekken maar vliegt zelf per ongeluk mee. Hij leent het wiskundeschrift dat zijn klasgenoot David dierbaar is, maar slaagt er niet in om dat - vele waarschuwingen ten spijt - onbeschadigd terug te geven.

‘O Superman’ is dus een ironische titel. Het gaat over de mens met al zijn gebreken: een hedendaags en realistisch beeld van heldendom. Daar ligt misschien wel de waarde van deze voorstelling. Toch klinken zijn zelfinzichten in mijn oren te apologetisch. Veel van zijn jeugdavonturen zijn voorbeelden van wat in de feministische literatuur ‘male impunity’ heet; het fenomeen dat jongemannen in tegenstelling tot andere genders een zekere straffeloosheid genieten omdat hun grenzeloze gedrag deel zou uitmaken van hun groeiproces als jongen. Boys will be boys, zoiets.

Petit lijkt zich bewust van die mogelijke kritiek want hij benadrukt dat hij enkel vanuit liefde en hoop handelt. Anderen mogen hem naïef noemen, hij wil dat mogen blijven. Geen onaardige boodschap, maar zijn inzicht dat de mens feilbaar is verrast allesbehalve. Het is gewoon een cliché. Dat inzicht wordt bovendien veel te vroeg prijsgegeven. De voorstelling rijdt zich zo vast in een uitputtende illustratie van dat idee.

Naar aanleiding van de herneming van ‘Klein Jowanneke gaat dood’ concludeerde Karel Vanhaesebrouck in Etcetera dat Klein Jowanneke ‘kleinburger’ is geworden, ‘net zoals u en ik’. Deze uitspraak vat treffend samen hoe een focus op het alledaagse vandaag al snel kleinburgerlijk, prozaïsch en moraliserend wordt. Wat Petit vertelt is, net zoals de poëzie van zijn voorbeeld Herman De Coninck, met de jaren gezapiger geworden. ‘O Superman’ is als liefdesverklaring aan de petite histoire lang niet meer zo poëtisch of radicaal als destijds.        

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login