Toneel

Alleen een wonder Johannes Lievens / Martha!tentatief

Hoe pixelsneeuw en kiwi’s enige redding bieden

In de bruisende Seefhoek klinkt de nieuwe monoloog ‘Alleen een wonder’ van Johannes Lievens vertrouwd in samenwerking met drummer Orlan Ghekiere. Dit is geen hard slagwerk maar een tedere vertelling over hoe iedereen ooit wel eens verdwaalt. 

Alleen een wonder
Lotte Ogiers Op locatie in Antwerpen in kader van Zomer van Antwerpen
24 juli 2025

Hoewel zijn eigen sprakeloosheid over de mentale crash van zijn zus de drijfveer was om ‘Alleen een wonder’ te maken, verheft Johannes Lievens zich op zijn gammel podium tot onvervalste verteller die in de anekdotiek hoopvolle verlossing zoekt. Waar Lievens’ zus op het eerste gezicht altijd haar weg vond, bleek haar perfectionistisch ingestudeerde vioolsolo een breekpunt te zijn. Zowel zijn zus als andere passanten zoals de taxidermist die heil vindt in de onverwachte groei van haar kiwiplanten, de bergbeklimmer met zijn geëtste geliefde op zijn hart, of de OCMW-actrice die genekt wordt door vijf cijfers, proberen hun weg te vinden in de onvoorspelbaarheid van het leven. Als kind van zijn tijd weet Lievens de diepgewortelde overprikkeling op te roepen in het ritueel met zijn huisgenoot Arthur. Ze spelen hun enige videogame, niet meer om de gewelddadige queeste op te lossen maar gewoon om even te kunnen verdwalen in het sneeuwlandschap van die opgetrokken wereld. Vanuit al die fragmenten spreekt zowel de angst voor als het verlangen naar stilstand in een tijd die snel gaat.

Want dat is waar de kracht schuilt in locatievoorstellingen en in de gekozen vertelstijl van Lievens: alles en iedereen, elke (on)geplande ontmoeting kan een blik werpen op een klein leven.

In ‘Alleen een wonder’ verheft het houten podium zich tot bric-à-brac-bruggenbouwer tussen drummer Orlan Ghekiere die invalt wanneer Johannes Lievens stil is. Schuine verhoogjes lopen in elkaar over alsof je naar een miniatuur trappenhuis van Escher kijkt waarin geen enkele trap ook daadwerkelijk een uitweg biedt. Of biedt net de overgave aan die organische vervloeiing de enige ontsnappingsroute? Het onkruid komt piepen tussen de spleten van het recup-hout. De enorme treurwilg van het leegstaande Stuivenbergziekenhuis helt in een troostend gebaar over het publiek. Hier en daar laat hij nog een druppel vallen van de stortbui die voorafging.  

Tijdens zijn conservatoriumjaren zette Lievens de verwachte authenticiteit naar eigen zeggen om in ‘nietsdoen’. Nu weet hij er wel raad mee. Net als in zijn eerste monoloog ‘Eenzame Stad’ zorgt zijn ongedwongen vertelstijl ervoor dat Lievens, hier met zijn rug naar voorbijgaande fietsers en zoevende steppers in de straat, al snel iedereen weet te betrekken bij zijn verhaal. Een vrouw aan de overkant opent haar ramen. Ze gaat zitten om dan toch maar weer de gordijnen te sluiten omdat ook zij, in haar donkere raamkozijn, deel lijkt te worden van die omzwervende stadsvertelling. Want dat is waar de kracht schuilt in locatievoorstellingen en in de gekozen vertelstijl van Lievens: alles en iedereen, elke (on)geplande ontmoeting kan een blik werpen op een klein leven dat voor één moment onttrokken wordt uit het vluchtige stadsbeeld.

In de pretentieloze vertelkunst van Lievens schuilt de poëzie in de nagalm van al die verzamelde anekdotes. Het is niet de taal die klinkt, wel de beelden die op trage, natuurlijke manier insijpelen. Dat werkt misschien wel even effectief. Zo blijkt de anekdote over het orgel in Halberstadt een welgekozen raamvertelling om zijn emotionele proces aan vast te knopen. Lievens beschrijft hoe het orgel op 5 september 2001 ‘As Slow as Possible’ van John Cage begon te spelen en er 639 jaar de tijd voor neemt om de laatste noot van het muziekstuk te laten klinken. Deze objectieve beschrijving verbindt hij met zijn besef ‘dat er al gedurende zijn hele leven een akkoord op de achtergrond speelt.’ Het zijn die subtiele, ogenschijnlijk geïmproviseerde toevoegingen die ervoor zorgen dat ‘Alleen een wonder’ de vertelkunst overstijgt en er vanuit de eenvoud poëzie ontspringt.

‘Is het erg om nog altijd even sprakeloos te zijn?’ vraagt Lievens zich luidop af.

Alleen een wonder’ had baat gehad bij wat meer van die akkoorden op de achtergrond. Want ondanks de gevoelige ritmesecties van Orlan Ghekiere vindt de muziek niet altijd haar weg. De anekdotische tekst is in haar kern al fragmentarisch waardoor de muzikale partijen eerder voelen als een onderbreking dan dat ze de opgeroepen beelden en verhalen ook echt ondersteunen. Dat is wel het geval wanneer de twee samen zachtjes ‘I’m on a lonely road and I’m traveling, traveling’ zingen. De regendruppels op de plexiplaat boven Lievens’ synthesizer dansen door de trillingen. Wind beweegt de bladeren. Dit is niet enkel een helend lied voor een alpinist met liefdesverdriet.

Via terugkerende beschouwingen over het orgel neemt Lievens zijn autobiografische relaas op de korrel. Alsof Lievens het publiek duidelijk wil maken dat zélfs hij een onbetrouwbare verteller is. Hij vertelt over zijn reis naar dat orgel in Halberstadt en wat de klanken in die kerk met hem deden. Je verwacht een catharsis, terwijl Lievens dat moment net onderbreekt door te wijzen op de inhoudelijke discussies die hij voerde met Johan Petit en Suzanne Grotenhuis tijdens de repetities. Denkend aan hun theaterpoëtica is het geen wereldschokkende vernieuwing om dat maakproces ook bloot te geven in ‘Alleen een wonder’ en zo afstand te creëren tussen persoon en personage. Petit suggereerde dat Lievens voor het verhaal beter zijn zus meenam op zijn – dan al gemaakte – solotrip. Grotenhuis vroeg zich af wat dat orgel bij hem nu net had teweeggebracht. In ieder geval vonden ze dat hij écht iets moest plaatsen tegenover die initiële sprakeloosheid. 

‘Is het erg om nog altijd even sprakeloos te zijn?’ vraagt Lievens zich luidop af. Zo kadert de artistieke twijfel in een dieperliggende gevoeligheid. Net in dat moment van twijfel toont Lievens zich een maker. ‘Looking for something, what can it be?' vraagt zelfs Joni Mitchell zich af. Waar zieken decennialang genezing zochten in Stuivenberg, huist nu een lichtgevende ontmoetingsplaats. Zowel in de leegstand als in de sprakeloosheid blijkt veel mogelijk. Alleen een wonder geneest alles. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login