Theater

De ballade van de blinden De Roovers & Zonnelied

Zal de zon ooit schijnen?

In een uithoek van Vlaams-Brabant, bij een oude molen, een beek en een treurwilg, spelen kwetsbare mensen en hun begeleiders bij Zonnelied, hun versie van “De Blinden” van Paul Verrept. Een dozijn mensen dwaalt over het grasveld, zoekend naar de zon. Hoe kijk en luister je naar mensen met deze bijzonderheden, die vraag stelt ‘De ballade van de blinden’ in alle openheid. 

De ballade van de blinden
Klaas Tindemans Sint-Waltrudismolen, Herne (Pajottegem)
08 september 2026

Zonnelied is een dienstverleningscentrum voor mensen met een beperking. Het draagt in Brussel en Vlaams-Brabant op verschillende plaatsen zorg voor precaire mensen, of het nu gaat om neurodiversiteit, fysieke beperkingen of nawerkingen van trauma’s in het leven. Samen met theatermakers en andere kunstenaars zoekt Zonnelied naar vormen om ook deze personen, die niet aan de productieve normaliteit beantwoorden, te laten reflecteren over de wereld, hun eigen wereld en die daarbuiten. De onderdompeling in een bad van verbeelding maakt bij hen – én bij hun professionele begeleiders – gevoelens en inzichten los die smeken om een theatrale vertaling, om belichaming.

Nergens heen

Luc Nuyens, speler bij De Roovers, koos een toneeltekst van Paul Verrept, ‘De blinden’, een bewerking van ‘Les aveugles’ (1890) van Maurice Maeterlinck, een stuk dat anticipeert op de existentiële richtingloosheid van Samuel Beckett. Bij Verrept is die leegte nog pijnlijker, omdat de verdwenen priester, de goeroe die de blinden nog hopen te vinden, niet meer ter sprake komt. Zij willen enkel nog het zonlicht zien, tegen alle wanhoop in.

In hun gezelschap bevinden zich ook een dove en een stomme figuur: de kwetsbaarheid van de zintuigen is veelzijdiger dan bij Maeterlinck. Tegelijk verwijst Verrepts stuk naar ‘De parabel van de blinden’, het schilderij van Pieter Bruegel de Oude, waarvan het Pajotse landschap de achtergrond vormt. Deze ‘Ballade van de blinden’ speelt zich af op het binnenplein van de Sint-Waltrudismolen in Herne, met de Mark-beek ernaast: bruegeliaanser kan een speelplek niet zijn. De grijze wolken passen perfect bij het opgeschoten gras, de overhangende treurwilg en de zware houten balken op dit natuurlijke podium.

Ze klampen zich vast aan wrakhout, zoals de drenkelingen van de Medusa op het schilderij van Géricault.

Anders dan bij Maeterlinck, waar de anonieme blinden wanhopig naar hun geestelijke leider zoeken, is de tocht die ze bij Verrept ondernemen doellozer: “Was er iemand die zag waar het pad naartoe leidde?” Ze willen zien, ze willen licht, ze bedelen om hulp, maar toch zetten ze zichzelf in beweging. Misschien is er een heks die hen iets kan beloven, maar dat vertrouwen ze niet echt. De groep staat achter in het grasveld, schuifelt traag naar voren, tot bij een paal met wegwijzers – maar er staan geen plaatsnamen of afstanden op. Dit is de road to nowhere, in alle richtingen.

“Voorwaarts”, zegt iemand. Maar voor hen ligt een put, zo groot als een lichaam, een gedolven graf. Eén van hen, een dame in een paarse jurk en een bolhoed, met een doordringende blik en een donkere stem, vat de enorme inspanning samen: “Een reis die blijft duren in plaats van een reis ergens heen.” Geen bestemming, de put is onoverkomelijk, er is geen kompas, ze komen in het water terecht, in een zee. Ze klampen zich vast aan wrakhout, zoals de drenkelingen van de Medusa op het schilderij van Géricault – een indrukwekkend tableau-vivant trouwens. De vlag staat wel nog overeind.

Recht naar de afgrond

Tussendoor danst een ranke gedaante als een windvlaag over het veld, maar een richtsnoer is zij niet, hoogstens de belichaming van onvervuld (onvervulbaar?) verlangen. Ze vallen bijna in de put, de afgrond die hen van in den beginne schrik inboezemde. Ze beelden zich een leidster in, maar misschien is die doof, of stom. Dat maakt hen toch niet ongerust, want ze krijgen onderweg brood, water, soms wijn. Maar geleidelijk verliezen ze de vastheid van ruimte en tijd. Zijn ze al aan het terugkeren naar steeds dezelfde plaats? Lopen ze tegen de klok in?

Ze blijven in beweging, ze blijven een groep, even ontstaat er een liefdevol koppeltje – neuze neuze – en de anderen kijken vertederd toe. Soms wandelen ze, altijd moeizamer, naar de achtergrond, soms komen ze weer naar voren, maar daar ligt de afgrond, en ze voelen geen brug. Is dit een rondedans? Is er nog wel een weg? De vrouw met paarse jurk en bolhoed, majestueus gezeten, vertelt een mop, en nog één. Men lacht, maar het is wrang. Tot het tot hen doordringt dat het doel, dat ze zo wanhopig nastreven, ook een afgrond is, “zo zwart als de dood”. Ze vieren dit inzicht, en ze zingen: “Laat de zon in je hart”. Plots klinkt de smartlap van Willy Sommers écht diepzinnig.

Het zal altijd lastig blijven om als toeschouwer zonder zichtbare beperking te kijken naar mensen, of het nu al dan niet beroepsacteurs zijn, aan wiens beperking je niet kan ontsnappen. Bovendien zijn de mensen van Zonnelied vaak meervoudig beperkt (de formulering is onvermijdelijk onhandig), met fysieke, mentale en sociale kwetsbaarheden. Je kijkt er niet naast, hoe overtuigend ze ook duidelijk maken dat ze enkel ‘anders’ zijn, dat elke beperking relatief is: wij, zogenaamd normale mensen, bepalen de normen, en zij willen dat we die even loslaten. Wat nooit helemaal lukt.

Zorgverleners en zorgbehoevenden

Zelfs een buitengewone actrice als Mira Bryssinck, objectiveert in haar voorstelling ‘Iemands zus’ over het lot van de naasten, de zorgenden, onvermijdelijk zichzelf in de neurodiverse figuur die ze laat zien. Op het eerste gezicht is Bryssincks voorstelling onvergelijkbaar met een participatief project als ‘De ballade van de blinden’, maar mijn blik op het lichaam, op gestiek, mimiek en spraak van de bewoners van Zonnelied, is ook weer objectiverend, hoezeer ik mij daar ook tegen verzet. Wanneer een vrouw, bijna onverstaanbaar, “voorwaarts” roept, en een andere vrouw dit, goed articulerend, herhaalt, dan levert dat een mooi theatraal gebaar op, dan is die amper begrijpelijke kreet een duidelijke strijdkreet, en groeit de solidariteit. Maar het verschil blijft wel hangen, tussen wat ik verstaanbaar acht en wat dan niet (helemaal) is.

Door dit verhaal van een ongekende crisis gaat het onderscheid vervagen tussen wie zorg behoeft en wie die biedt.

Tegelijk zorgt de gelijkheid tussen bewoners en begeleiders in deze groep ervoor dat je dat verschil ook vaak genoeg vergeet, zelfs helemaal vergeet. De verteller (Luc Nuyens), de danseres (Bente Bulens) en de muzikant (David Bovée), allen artistieke professionals, hebben een vrij afgelijnde functie, zij leveren, subtiel, commentaar op het vreemde leven van deze groep zwervende blinden. Maar soms doen die blinden dat zelf, met aangebrande moppen, met een opmerking (“Is iedereen mee?”) die door de herhaling ironisch gaat klinken.

Soms vervaagt dat onderscheid tussen begeleiders en bewoners, als de eersten hun kwetsbaarheid tonen, hun lijdensverhaal vertellen met een snik die niet ingestudeerd is. Natuurlijk kan je een onderscheid maken tussen, kort door de bocht uitgedrukt, diegenen die zorg nodig hebben, en diegenen die zorg bieden. Maar door een verhaal te vertellen van een ongekende crisis – deze eindeloze tocht, waarin de zintuigen wegvallen, waar dat gedolven graf een fatale grens is – gaat ook dit onderscheid vervagen, toch voor de duur van deze voorstelling. Even zijn we onze privileges vergeten en bewonderen we een grafstem, een onhandig gebaar, een moeizaam stappen. Even kijken we naar verlangens die ook de onze zijn, zonder meer. Verlangens naar licht. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven