Theater

Thésée, sa vie nouvelle Valerie Dréville & Guy Cassiers

Geen heden zonder verleden?

Wat betekent het om ‘modern’ te zijn? Herbeginnen vanaf een wit blad, alsof het verleden niet bestond? Zonder een God die alles betekenis geeft? Is dat wel mogelijk? Haalt het verleden ons niet altijd weer in? Rond die vraag draait ‘Thésée, sa vie nouvelle’ van Valerie Dréville en Guy Cassiers, een stuk naar het gelijknamige boek van de Joods-Franse schrijver Camille de Toledo. De gedragen, maar gevoelsvolle zegging van Dréville en de subtiele video-enscenering van Cassiers leveren een voorstelling op van klassieke snit, maar daarom niet minder ontroerend. Toch blijven er vragen hangen.         

Thésée, sa vie nouvelle
Pieter T’Jonck L'autre scène du Grand Avignon Vedène, in het kader van het Festival d'Avignon
20 juli 2026

‘Thésée, sa vie nouvelle’ is het verhaal, in de eerste persoon enkelvoud, van een man die al vroeg al zijn familieleden verloor.  Zijn jongere broer, geboren in 1976, pleegt 33 jaar later, op 1 maart, zelfmoord. Daarop zinkt zijn moeder weg in een depressie. Uiteindelijk sterft ze op 26 januari, dag van de geboorte van haar zoon, door een hartaderbreuk in een bus op weg naar huis. De schrijver verzorgt daarna zijn zieke vader tot ook die sterft.

Theseus’ labyrint

Daarop vertrekt Thésée naar Berlijn, ‘de stad in het Oosten’. Hij wil er een nieuw leven beginnen met zijn kinderen. Dertien jaar later is hij de fysieke en mentale instorting nabij. Dat brengt hem ertoe terug te blikken op zijn verleden. Dat zeulde hij mee naar Berlijn in de vorm van drie dozen vol foto’s en herinneringen die hij aanvankelijk nooit meer wilde bekijken.

De naam Thesée verwijst naar Theseus, de Griekse held die het labyrint binnendringt om het monster Minotaurus te doden, maar met die mythe heeft dit verhaal alleen gemeen dat alles draait om een labyrint. Deze Thésée verdwaalt in een labyrint van verdrongen herinneringen waarvan de sporen terug te vinden zijn in die drie kartonnen dozen. Net als zijn ouders tijdens de ‘trente glorieuses’ geloofde hij immers lange tijd dat hij zijn Joodse verleden maar beter kon vergeten als hij aansluiting wou vinden bij de ‘Vooruitgang’ in de Franse samenleving. Alsof de Fransen echt op hen zaten te wachten… Hij noemt het de ‘Fiction Française’.

Valérie Dréville leidt dit verhaal in met zachte stem, haast zonder stemverheffing, met uiterst beheerste gebaren. Dat blijft zo de hele voorstelling lang, ook op de meest dramatische momenten. Ze stelt zich op als een buikspreker van de personages in het verhaal, met spaarzame accenten maar toch ook met veel inleving, zonder evenwel te doen alsof ze die personages ook wordt.

De pendel van de tijd

De tocht van Thésée door zijn herinneringen begint pas echt als een pendel in de vorm van een wierookvat of een urne naar beneden zwiept van hoog boven het podium en langzaam stilvalt. Het object staat voor het begraven verleden, want plots licht de vloer op en ontdek je dat ze bezaaid is met foto’s die samen een reusachtige mozaïek vormen.

Van dan af lijkt het alsof de urne een camera wordt die scherpstelt op de ene foto na de andere. Die beelden verschijnen op de glazen achterwand van het podium. Ook die is als een mozaïek verdeeld in vele kleine kaders. Het is een fantastische vondst van regisseur Guy Cassiers. Hij toont zo alweer hoe live video substantieel kan bijdragen aan de sfeer en de betekenis van een stuk.

Guy Cassiers toont alweer hoe live video substantieel kan bijdragen aan de sfeer en de betekenis van een stuk.

Dréville gaat vanaf nu wat opzij staan terwijl ze de verhalen vertelt die opduiken uit de oude dozen. We kunnen ze volgen door de beelden die verschijnen op het scherm. Het begint met de grootvaders, de broers Nissim en Talmaï , die vanuit Ottomaans Rijk naar Europa migreren om een nieuw leven op te bouwen. De eerste wereldoorlog verstoort hun dromen wreed. Nissim, onder de wapens geroepen als nieuwe Fransman, sneuvelt. De wat ziekelijke Talmaï overleeft maar verliest zijn zoon Oved. Die sterft op zijn elfde, in 1937. Het kind was geobsedeerd door de Franse geschiedenis: het was zijn droom om de eerste Frans-Joodse koning te worden. Pas op zijn sterfbed beseft dat kind dat het geen Joodse gebeden meer kent, zozeer identificeerde hij zich met de ‘fiction Française’. Het wordt Talmaï echt teveel als zijn andere zoon Nataniel opgeroepen wordt als soldaat in WO II. Hij pleegt zelfmoord.

De actrice als buikspreker

Het mooie van de voorstelling is dat Dréville op het scherm opduikt achter de personages waarover ze spreekt, als een schaduw. Zo blaast ze de foto’s leven in. Hoe dichter het familieverhaal bij onze tijd komt, hoe herkenbaarder ook. Nataniel overleeft de oorlog en boert zich rijk tijdens de ‘trente glorieuses’. Hij wordt een echte Fransman. Zijn dochter Esther volgt hem daarin als ze trouwt met de niet-Joodse Gatsby. Al gauw verschijnen er echter donkere wolken aan de hemel: de bedrijven gaan over kop bij de eerste oliecrisis; Esther wil absoluut een eigen carrière als journaliste, maar raakt verteerd door schuldgevoelens over haar gebrek aan zorg voor de kinderen. Haar angsten deelt ze onbewust met die kinderen. Ze voelen zich gevangen. Tot Jérôme, de jongste zelfmoord pleegt.

Thésée ontwikkelt de theorie dat in zijn lichaam alle familiegeheimen opgeslagen zijn.

Op dat ogenblik pas komt Thésée ten volle naar voren. Hij ontdekt op haast obsessieve manier allerlei voortekens voor zijn ontreddering in het familieverhaal. Hij is ervan overtuigd dat het geen toeval kan zijn dat zijn moeder sterft op de dag dat zijn broer geboren werd, net zoals hij zeker is dat zijn broer zelfmoord pleegde op de dag voor Oved stierf.

Hij ontwikkelt zo de theorie dat in zijn lichaam alle familiegeheimen opgeslagen zijn: gebeurtenissen waar niemand het nog over had, of woorden voor had, door de drang van de grootvaders om het de band met het verleden door te knippen om volwaardige Fransen te worden. Die geschiedenis wreekt zich op een fysieke manier. Dat moment herbeleeft hij als hij zich verdiept in de oorlogsjaren van grootoom Nissim, de trotse en sterke man die in 1917 toch sneuvelt. Als vanzelf gaat het dan ook over de Jodenvervolging in WO II. Enige pathetiek is de video hier niet vreemd: een rood waas daalt neer over de beelden van Nissim en de live beelden van Dréville.

Gesprek over de dood heen

De apotheose van het stuk is een conversatie, over de dood heen, tussen de twee broers Jérôme en Thésée. Die speelt zich af in een rokerig niemandsland. Dréville duikt nu eens aan de ene, dan weer aan de andere zijde op, als woordvoerder van de broers. Op het einde gaat het erover dat de enige uitweg uit de crisis een terugkeer is naar de onbedorvenheid van de kindertijd. Het op één na laatste beeld toont inderdaad  een super-8 filmpje van twee onbekommerde kinderen aan het strand.

Op dat moment zoomt de vloercamera uit. Pas dan zien we dat de fotocollage op de grond zo gecomponeerd is dat het gezicht van Dréville erin verschijnt: elke foto is door zijn kleurstelling een pixel in het totale beeld. Het is een vernuftig beeld voor het moment waarop Thésée zichzelf terugvindt én heruitvindt door achterom te kijken en het verleden te omarmen.

Het ontroert als vanzelf, omdat de voorstelling je door de terughoudendheid van Dréville en de subtiele omkadering alle ruimte geeft je in te leven in wat Thésée doormaakt: hoe de kanteljaren 1970-1980 het moment waren waarop de samenleving vaste grond verloor en iedereen dan maar probeerde zijn eigen koers uit te zetten in een steeds verwarrender wereld. Als je niet weet waar je vandaan komt loopt dat geheid verkeerd af, zegt dit stuk in het spoor van Camille de Toledo.

In naam van identiteit zijn al veel wandaden gepleegd. Tot vandaag.

Toch had ik het daar achteraf wat moeilijk mee. De Toledo’s verhaal en betoog gaan over identiteit als alfa en omega van wat we als mens voorstellen. De manier waarop hij alles met alles verbindt, met heel wat mystiek rond datums en feiten, is echter, op de keper beschouwd, een paranoïde constructie: geloven dat er achter alles een groot plan zit. Dat blijft hoogst twijfelachtig.

Het verwonderde me dan ook niet dat ik achteraf las dat de Toledo zich terug tot het judaïsme gewend heeft. Dréville en Cassiers gaan daar helemaal in mee, en vertellen zo een ontroerend verhaal. Ze laten echter nauwelijks ruimte om te reflecteren over de vraag of de boodschap die eruit naar boven komt – gesymboliseerd door het pixelportret van Dréville - wel klopt. Of zelfs maar een oplossing is. Voor de Toledo is het misschien een uitkomst om zijn identiteit als Jood te omarmen, maar in naam van identiteit zijn al veel wandaden gepleegd. Tot vandaag. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz