La Parabole du Seum Rébecca Chaillon
Theater dat de wereld boter maakt
Ga kijken, wanneer ‘La Parabole du Seum’ komend seizoen na Wenen en Avignon ook Brussel en Gent aandoet. Niet alleen omdat de Parijse regisseuse Rébecca Chaillon extra inhoud geeft aan subversiviteit. Ook omdat we in Vlaanderen zelden voorstellingen van en over minderheden zien met zoveel lef en schaamteloosheid. Alles aan deze performance van tweeënhalf uur, te beginnen met zijn zeven acteurs van elk ruim honderd kilo, is heerlijk excessief.
Nee, er staat geen fout in de titel van deze recensie. Boter is de centrale metafoor van ‘La Parabole du Seum’. Dat begint al bij de immense boterberg in het scènebeeld. Met zijn schuine afloop dient deze massieve gele klont boter van plastic als een helling waar de performers af en toe mordicus vanaf zullen rollen, terwijl er ook rechts zo’n gigantisch boterblok rechtop staat, als een solide stuk muur met een groot videoscherm.
Zeker tussen de twee eeuwige platanen op de binnenplaats van het Cloître des Célestins in Avignon, onder een kruisgang met middeleeuwse bogen, ziet het er allemaal wat knullig uit. Maar out of place is precies wat deze voorstelling wil zijn. Vet, plomp, smeuïg, onaangepast. Ze lijkt daar zelfs een sardonisch plezier in te scheppen.
Dat begint al met de proloog van actrice Julie Teuf. Opgedirkt als een lijvig boterboerinnetje van lang geleden, met zo’n karakteristiek artisanaal hoofdkapje op, verwelkomt ze het binnenstromende publiek in een loterij van de in 2009 ter ziele gegane Franse supermarktketen Mammouth. Tussen haar presentatie door galmen goedkope reclameboodschappen voor vetproducten door de speakers: “Mama, papa, mijn liefde voor jullie is zo zoet als boter!”
‘La Parabole du Seum’ viseert niet alleen grossofobie, maar ook veel andere vormen van privilege en discriminatie.
Met de smile van een verkoopster nodigt Teuf geïnteresseerde toeschouwers uit op een elektronische weegschaal op een karretje. Laat je je wegen, dan maak je kans op een lading Mammouth-producten (zoals grote gouden pakken bakboter van ‘Résident’) ter waarde van 10% van je gewicht. Meteen vormt zich op scène een wachtrijtje van zo’n twintig mensen in vele maten, van slanke deernen van amper vijftig kilo tot mannen met een gulzige buik. Eén voor één gaat hun naam, samen met hun luidop voorgelezen gewicht, in een bokaaltje voor de prijstrekking, later in de voorstelling.
Tot ineens, bijna ongemerkt, ook actrice Loulie Houmed zich tussen de wachtenden voegt. Ze keuvelt niet zoals de anderen, maar staart uitdrukkingsloos de tribune in. Frontaal. Gezet. Zwart. En poedelnaakt. Alleen al dat beeld zegt alles over de vele gelaagde tegenstellingen die de komende tweeënhalf uur uitgesmeerd en omgekeerd zullen worden.
Stereotypen op hun kop
‘La Parabole du Seum’ is een productie van Compagnie Dans le Ventre, het gezelschap dat auteur-regisseur Rébecca Chaillon in 2006 in Parijs oprichtte als ‘een platform voor artistiek onderzoek rond minderheidsidentiteiten in onze samenleving’. De thema’s van haar werk reiken van de verlangens van zwarte vrouwen of discriminatie in het vrouwenvoetbal tot het klassieke gezin op het platteland. Chaillon is artiste associée bij zowel Théâtre national de Bordeaux en Aquitaine (TnBA), Théâtre Public Montreuil (TPM) als het Brusselse Théâtre National. Structureel geweld op lichamen die buiten de norm vallen, loopt als een rode draad door haar oeuvre. Vaak met veel humor, maar niet zonder ook de nodige confrontatie.
Zo trapt ook deze voorstelling af: met twee militante matrones (actrices Camille Leon-Fucien en Nabila Mekkid) in een zwarte t-shirt met ‘Queer fat feminist’, die gedecideerd de tribune in klimmen en als snelle mitrailletten met priemende vinger toeschouwer per toeschouwer afgaan en direct indelen naar formaat: “dun!”, “bijna!”, “dik, welkom!” Kijkers van de laatste categorie krijgen prompt een extra lotje voor de tombola. Zij zijn vanavond de eregasten.
Wanneer Mekkid uiteindelijk ontspoort en ook mensen begint aan te wijzen als ‘vieux blanc’, ‘bourgeois’ of ‘arabe’, is de toon gezet. ‘La Parabole du Seum’ viseert niet alleen grossofobie (angst voor dikke mensen), maar ook veel andere vormen van privilege en discriminatie. Chaillon en co. zetten die even slinks als opzichtig helemaal op hun kop.
Zou dit uitgestreken theatrale zelfbewustzijn het resultaat zijn van een veel langere migratiegeschiedenis in Frankrijk dan in België?
Alle zeven spelers komen uit Saint-Denis, de Parijse voorstad (het beruchte departement 93) die met haar verpauperde hoge woonblokken en hoge migratiegraad altijd heeft moeten vechten tegen hardnekkige stigma’s. Ze hebben de effecten daarvan aan den lijve moeten ondervinden, maar verstoppen die niet. Wel integendeel. Op scène verkopen ze hun hoge gewicht expliciet als een bewust verzet tegen alle snelheid, efficiëntie, meegaandheid en productiviteit die de neoliberale samenleving van haar burgers verwacht.
“Dit is het verhaal van een wereld die nooit gehouden heeft van boter, olie, vetten en dikke mensen”, propageert Teuf. Ze heeft haar outfit van gezellige boterboerin intussen gewisseld voor de huidkleurige cape met diepe kap waar alle performers nu in gehuld gaan, als waren ze een anonieme sekte of terreurgroep. “Als afstammelingen van mensen die lang geleden hebben, weigeren we nog langer af te vallen of ons kleiner te maken.”
Catch met gele blubber
Zou dat uitgestreken theatrale zelfbewustzijn in ‘La Parabole du Seum’ het resultaat zijn van een veel langere migratiegeschiedenis in Frankrijk dan in België? Een deel insteken in de voorstelling herken je ook wel van Vlaams theater van regisseurs met migratie roots, zoals het spelen met vooroordelen, de intergenerationele terugblik op een hele geschiedenis van achterstand en ontheemding en de grimmige poëzie van de voorstad die zich bijvoorbeeld uitdrukt in een processie van schotelantennes die bovenaan de boterberg bevestigd worden.
Zo is er ook de beklijvende sterfscène van Yanis Boulahia, die meerdere stereotypen tegelijk vermengt: met een bommengordel van hamburgerdoosjes verbeeldt hij zowel een schaap dat de keel is doorgesneden als de moslimterrorist die zichzelf opblaast, of zelfs de Maghrebijnse gast uit de banlieue die de dood vindt door een politiekogel. IJzingwekkend is het slepende gegorgel waarmee Boulahia geen adem meer haalt en van de boterschans stuikt. Opnieuw: niet zonder humor, maar tegelijk best confronterend.
Meer, meer, méér: de hele dramaturgie is al net zo excessief en uitputtend als de fysicaliteit van de performers.
Of wat te zeggen van de teugelloze dieet-scène die zich keer op keer herhaalt? Zes spelers bellen met een lillende taart van gele gelei telkens aan bij een zevende speler, om daar als ontaarde Weight Watchers uit te wisselen hoeveel vet ze zijn kwijtgespeeld. Ze doen het opnieuw bijna naakt, halen die verdwenen kilo’s als gelei van tussen al hun huidplooien en pletsen ze tegen de grond – waarop ze weer dionysisch aanvallen op de nieuwe taart. Het resulteert in een schranspartij tussen ‘La Grande Bouffe’ en een glimmende catchpartij in, even feestelijk als degoutant. De hele scène is een geblubber van jewelste.
Precies aan zulke vrijgevochten scènes herken je hoe ‘La Parabole du Seum’ voorbijgaat aan de nog vaak reactieve verhouding van veel voorstellingen over minderheidsthema’s die we in Vlaanderen kennen. Hier vormen die ingrepen niet meer dan een lanceerplatform voor Chaillots eigenlijke artistieke project: de creatie van een heel eigen imaginaire, surreële en zelfs bijna religieuze wereld, die niet langer te reduceren valt tot de identiteit van haar spelers. “Ik ben niet de som van mijn littekens”, zegt een van hen op scène. “Wel de hele kaart, het volledige firmament.”
Viskeuze vochten
Zo blijkt de voorstelling een bijzondere oefening in zichzelf overstijgen, voorbij de documentaire biografie en de mogelijke stempel van ‘minderhedentheater’. Deels schrijft ze zich bij in een hele traditie van ‘subversief theater’, van Jan Fabre tot Florentina Holzinger.
Dat zie je niet alleen aan het schaamteloze gemak waarmee ze naakt inzet om de burgerlijke normen uit te dagen, maar ook aan een prangende pijngrens-performance van actrice Living Smile Vidya. Liggend op de grond laat die zich bedekken door een aangroeiende stapel van minstens twee ton supermarktspullen, van zware luidsprekers tot een hele winkelkar vol pakken boter. Het slot is dan weer een lange shake-scène, waarin alle performers wel tien minuten melk schudden (alsof ze tegelijk ook allemaal aan het masturberen zijn) tot er eigenhandige boter uitkomt. Zulke viskeuze vochten leveren op de schaal van avant-garde nog altijd veel punten op.
Rébecca Chaillot verdient minstens zoveel weerklank als Carolina Bianchi, Florentina Holzinger of Angélica Lidell.
Toch gaat ‘La Parabole du Seum’ (een knipoog naar Octavia E. Butlers sf-roman ‘Parable of the Sower’ van 1993) zoveel dieper dan zijn theatraal grensoverschrijdende gedrag. In de eerste plaats is het vooral een sterke literaire creatie, met best veel poëtische tekst die switcht tussen sociaal-maatschappelijke, Bijbelse en afro-futuristische inspiraties. Soms wordt Chaillots schriftuur wel eens te literair, op het randje van enigmatisch. Maar ze roept er wel rijke suggestieve associaties mee op: dik zijn als een spiegel van de kapitalistische consumptiemaatschappij zelf, Bijbelse parabels als mystificaties van gewone levens in Saint-Denis, astrologie als een kritische lezing van Frankrijk als koloniaal gastland.
Meer, meer, méér: de hele dramaturgie is al net zo excessief en uitputtend als de fysicaliteit van de performers. Zoveel verschillende betekenisregisters passeren de revue – van ecologie tot sciencefiction, van sociologie tot postkoloniale kritiek – dat ‘La Hyperbole du Seum’ een juistere titel zou zijn. Toch stoort die barokke opeenstapeling geenszins, integendeel. Ze is de smeerolie en de gist van een ontzettend meerduidig werk.
Rébecca Chaillot verdient er minstens zoveel weerklank om als Carolina Bianchi, Florentina Holzinger of Angélica Lidell, hedendaagse chouchous van de Europese podia. Ze combineert de belezenheid van de eerste met de visuele kracht van de tweede en de vurigheid van de derde, en biedt daarmee een nog veel eigenzinniger kijk op de machtsmechanismen van onze dagelijkse winkel getiteld Europa. Mis dit niet, in december bij Kaaitheater of in april in Viernulvier. ‘La Parabole du Seum’ verandert je blik en draagt zo bij tot een betere wereld.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz