Theater

in future hands Hannes Dereere / CAMPO

Een uurtje clubben in de toekomst

Kinderen krijgen of niet? Met die persoonlijke vraag gingen kunstenaarsduo Hannes Dereere en Silke Huysmans in gesprek met uiteenlopende gesprekspartners. Hun getuigenissen vormen het materiaal voor ‘In Future Hands’: een associatieve, audiovisuele montage van een overvloed aan indrukken, die lijken voort te komen uit de confrontatie tussen een persoonlijke zoektocht en het maatschappelijk debat over dalende geboortecijfers. Dus: kinderen krijgen of niet?

in future hands
Bas Blaasse CAMPO Nieuwpoort, Gent
21 oktober 2026

Vijf projectieschermen van verschillende groottes hangen in de ruimte. Daarvoor staat een kleine statafel met daarop iets dat op een sampleboard of midi-controller lijkt. Achter de tafel staat Dereere. Een uur lang is hij live editor, VJ en DJ tegelijk: via de pads en toetsen van het kleine apparaat schotelt hij ons beelden en interviewfragmenten voor, begeleid door een elektronische soundtrack.

Dereere staat alleen op scène en hoewel enkel zijn naam als maker wordt vermeld, is de voorstelling het resultaat van een gezamenlijk onderzoek met Huysmans, zijn partner. Het duo, bekend om hun documentaire theaterpraktijk rond mijnbouw, verzamelde meer dan zestig uur aan interviews, die Dereere monteerde tot een audiovisuele trip van een uur. De getuigenissen flitsen in korte fragmenten voorbij en veel figuren keren meermaals terug. Af en toe klinkt ook Dereeres of Huysmans’ stem in de opnames. Die herinneren aan het gezamenlijke onderzoek dat aan de voorstelling voorafging, maar ook aan de vermoedelijk persoonlijke vraag die eronder ligt.

Een levenslustige assemblage

De voorstelling begint met ingezoomde beelden van handen die gitaar spelen: wanneer Dereere een pad indrukt, klinkt een melodie en verschijnt op een van de schermen een gitarist, van wie we alleen de handen zien. Het fragment stopt alweer, waarna een tweede gitaar inzet met een melodie die op de eerste aansluit. Zo ontstaat een deuntje, opgebouwd uit korte video- en geluidsfragmenten die Dereere met zijn sampleboard aan elkaar rijgt.

De montage bevat een bonte verzameling stemmen, van alt-right influencers en economen tot psychoanalytici, filosofen en doula’s.     

Het is niet helemaal duidelijk wat de gitaren in deze context betekenen, maar ze maken nieuwsgierig en introduceren de werkwijze van de voorstelling: elke pad activeert een geluidsfragment en een bijbehorend beeld, terwijl Dereere in hoog tempo muziek, toespraken, samples en de interviewfragmenten laat klinken. De beelden zijn veelal detailopnames. Soms sluiten ze direct aan bij wat we horen, soms leggen ze associatieve verbanden, maar wie er spreekt blijft hoe dan ook onherkenbaar. Wel verschijnt af en toe een aanduiding als ‘doula’ of ‘socio-cultural economist’, maar anonimiteit overheerst. Die afstand tussen stem en persoon roept de meer abstracte vraag op hoe verantwoordelijkheid zich verhoudt tot de thematiek van de voorstelling.

De montage bevat een bonte verzameling stemmen, van alt-right influencers en economen tot psychoanalytici, filosofen en doula’s. Het gaat inderdaad over kinderen krijgen, maar dus ook over de dalende geboortecijfers, een ‘probleem’ dat een van de stemmen typeert als de achtergrondmuziek van vandaag. We horen politici die in dit verband uitspraken doen over de dreigende toekomst die Europa wacht of dat mensen kinderen moeten krijgen om de arbeidsmarkt en de samenleving in stand te houden. Anderen benaderen de kwestie vanuit een persoonlijker, praktischer of filosofischer perspectief. De doula, die meerdere keren voorbijkomt, benadrukt bijvoorbeeld hoe bijzonder de ervaring van een geboorte is, terwijl een filosoof nadenkt over de mogelijkheid van leven op Mars, en andere sprekers uitleg geven over demografische geschiedenis of het begrip ‘menselijk kapitaal’. Sommigen stemmen stellen in zekere zin zelfs de vraag ter discussie: is de keuze om wel of geen kinderen te krijgen überhaupt een te nemen beslissing, of is voortplanting een wezenlijk onderdeel van het menselijk bestaan?

In hoeverre kunnen we de vraag of we kinderen willen nog los zien van de vraag wat mensen voor de samenleving betekenen?  

De persoonlijke vraag of je kinderen wilt, wordt zo van meet af aan in een politiek en maatschappelijk debat geplaatst. Geboortecijfers, economische productiviteit en de toekomst van de natie of het continent wedijveren populistisch met elkaar om aandacht, en dus met individuele overtuigingen en te nemen keuzes. De tegenstelling die hierdoor ontstaat is tegelijk niet eenvoudigweg die tussen persoonlijke vrijheid en politieke bemoeienis, maar ook die tussen verschillende opvattingen over wat een samenleving van haar inwoners mag verwachten. De montage benadrukt hoezeer voortplanting vandaag wordt besproken in termen van demografie en economisch nut, en roept de vraag op in hoeverre we de vraag of we kinderen willen nog los kunnen zien van de vraag wat mensen voor de samenleving betekenen – en of dat een goede zaak is.

Frictieloos?

De opgeknipte getuigenissen en fragmenten worden zo telkens als mogelijke tegenstellingen naast elkaar geplaatst, waardoor verschillende opvattingen over voortplanting en de toekomst van de samenleving – filosofisch, politiek of anderszins – met elkaar in aanraking komen. Een gesprek. Althans in theorie.

De opeenvolging van stemmen en beelden houdt het tempo hoog, waardoor je voortdurend geprikkeld bent en nauwelijks de tijd voelt verstrijken, maar die snelheid maakt het ook moeilijk om bij de afzonderlijke getuigenissen stil te staan. De vloeiende montage, het strakke ritme en de dynamische opbouw en afwisseling, en Dereere zelf, die al het materiaal in gang zet door dat kleine apparaatje te bespelen – het is, of werkt, allemaal effectief. Maar effectief waarin? ‘In future hands’ zit goed in elkaar: we worden onderhouden, met boeiende content bovendien. Maar het resultaat doet denken aan het type esthetiek en concentratieboog dat past bij een tijd die zijn aandacht, noodgedwongen of niet, verdeelt over een versnipperde, doch eindeloze stroom van indrukken.

Wat mij toch een beetje lijkt te ontbreken is de spanning die komt kijken bij de vraag.    

Daardoor blijft de materie bovendien behoorlijk onpersoonlijk, terwijl je je kunt afvragen of kinderen krijgen uiteindelijk wel echt kan worden losgezongen van iets dat zich niet tot een maatschappelijke of ideologische kwestie laat reduceren. Dat wil niet zeggen dat ik verlang naar een persoonlijk verhaal van Dereere of Huysmans zelf. Wat mij toch een beetje lijkt te ontbreken is de spanning die komt kijken bij de vraag hoe maatschappelijke en filosofische ideeën over voortplanting zich verhouden tot wat mensen zelf verlangen of zich überhaupt kunnen veroorloven. Wie graag kinderen wil, kan die zo’n wens dan zomaar negeren en opzijzetten, bijvoorbeeld vanwege principiële bezwaren? In welke mate bepalen heel concrete omstandigheden, zoals relaties en levensomstandigheden, welke keuzes überhaupt mogelijk zijn? Uiteraard ligt mijn opvatting mogelijk aan mijn eigen vooroordelen of verlangens die ik meeneem, maar als er zoveel op het spel staat in het maatschappelijke debat, en als er voor mensen die kinderen willen zoveel op het spel staat in hun eigen overwegingen, waarom voelt het dan alsof ik de voorstelling ‘frictieloos’ kan bekijken?

De beginscène van de voorstelling, waarin gitaarsamples samen een melodie vormen, introduceert op een formeel niveau een manier om na te denken over de verhouding tussen losse fragmenten en een groter geheel. Waar de afzonderlijke gitaarpartijen uit de beginscène samen een geheel vormen, blijven de stemmen die later volgen grotendeels korte, op zichzelf staande uitspraken, opgenomen in een montage die doet denken aan een muzikaal moodboard. De vraag is wat er in die opeenvolging precies ontstaat: hoe verhouden de afzonderlijke getuigenissen zich tot elkaar, en in hoeverre maakt de montage nieuwe verbanden zichtbaar?De citaten blijven wat ze zijn: citaten. Geïsoleerd en relatief onpersoonlijk. Wellicht is dit de bedoeling. Misschien is dit de moeilijke, beklemmende en sinistere wereld die je overstelpt wanneer je, als ouder in spe, vandaag op zoek gaat naar een antwoord op die onmogelijke vraag: kinderen krijgen of niet? Oneindig veel meningen die worden gedeeld als consumptiewaar. 

 De prikkelende materie blijft soms te ver op afstand om persoonlijk of confronterend te worden.   

Waar de ene nog amper is uitgesproken, volgt alweer de volgende. Want dat is wat consumptie verlangt: constante vernieuwing. Hoe kun je jezelf in zo’n politiek beladen kermis nog oriënteren? ‘In future hands’ is op een bepaalde manier de belichaming van die vraag. Maar de prikkelende materie blijft juist daardoor soms te ver op afstand om persoonlijk of confronterend te worden, terwijl de montage het risico loopt om als boter over iedere wrijving heen te glijden. Is dat het lot dat de toekomst beschoren is? 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Zin in het beste van pzazz?
Schrijf je in voor onze tweewekelijkse nieuwsbrief met telkens drie tips voor bijzondere voorstellingen.

inschrijven