How to write Kim Noble / CAMPO
Alle boeken zijn kak
‘I’ve written a book, sadly.’ Zo begint de Britse comedian Kim Noble de voorstelling van zijn boek ‘In Pursuit of a Wonderful Nothing’, nadat we eerst voorbij een banner zijn gelopen met de grimmige slogan ‘All Books Are Shit’. Noble maakt van de boekvoorstelling een performance, ‘How to Write’, waarin de essentie van zijn poëtica – een diepgewortelde walging voor elke vorm van establishment gekoppeld aan een niet uit te roeien liefde voor de kunsten – wordt toegespitst op het boekenbedrijf.
Noble is comedian, tekenaar, videokunstenaar en dyslecticus. “I struggle with words”, geeft hij toe in het eerste deel van zijn boekvoorstelling. In dat eerste chapter, getiteld Refund Politics, horen we hoe Noble een telefoontje pleegt naar de Waterstones Book Store. Even daarvoor hebben we in een video gezien hoe Noble, nadat hij vaststelt dat hij niet ‘door een boek geraakt’, er niets beter op vindt dan het door de papierversnipperaar te jagen, tot een papje te brouwen en op te drinken. Nu belt hij de boekhandel om te vragen of hij zijn geld terug kan krijgen. “Always keep your receipt!” Het is een eerste wenk waarmee hij ons, future writers in de zaal, hoofdstuk per hoofdstuk op weg wil zetten naar het schrijven van een eigen boek.
Hitler en Jani
Hier is de comedian aan het werk, die de fatsoenlijke burgerman met grensoverschrijdende telefoontjes tegen zich in het harnas jaagt, zoals hij dat eerder deed met de radioshow ‘Wild Life FM’ (2018) en ten dele ook in ‘Lullaby for Scavengers’ (2022). Noble plaatst zich in de positie van outsider, wiens zelfwaarde als schrijver zo minimaal is dat hij zich door het gewicht van het boekenbedrijf makkelijk laat verpletteren. “The words are getting in your way,” suggereert een uitgever voorzichtig, wanneer hij een eerste versie van zijn graphic novel doorstuurt. “Would you consider letting them out?” Een neergedwarrelde post-it met shut up lijkt een teken van de kosmos. Maar het is die positie, die van complete nobody, van waaruit hij vervolgens het scherpst uit de hoek kan komen. De annihilatie van zijn eigen ego zal het nulpunt zijn voor een genadeloze registratie en analyse van de woordenwereld. Want hey, als ook Saddam Hussein, Hitler en Jani gepubliceerd raken, wat betekent het dan nog om schrijver te zijn?
Vanuit Nobles perspectief is alles, hoog of laag, het onderzoeken waard.
De vragen die Noble stelt zijn niet lichtzinnig. Wat is de macht en de kracht van woorden, en wie heeft het recht ze neer te schrijven? Zijn ze slechts een flauwe afspiegeling van de wereld (Plato) of scheppen ze die wereld (Wittgenstein)? Vormen ze een afspiegeling van een verleden of richten ze zich altijd, in een daad van optimisme, tot de toekomstige lezer (Margaret Atwood)? Antwoorden heeft Noble niet, net zo min als de Grote Schrijvers, zo blijkt. Aan de hand van bewerkte video’s met Salman Rushdie, Margaret Atwood, David Foster Wallace – waarbij Noble zichzelf niet zelden (naakt) inblendt in het beeld – haalt hij hun grandeur onderuit. Evengoed gaat hij aan de slag met de ‘lage’ maar financieel succesvolle literatuur: de autobiografie van tennisster André Agassi of de populaire zelfhulpboeken rond bevallen, rijk of succesvol worden. Vanuit Nobles perspectief is alles, hoog of laag, het onderzoeken waard: de blasé van de Schrijvers evengoed als de platte commercie van de bestsellerauteurs. Ondanks de soms hilarische insteek van de video’s (die geregeld geanimeerd worden met octopussen die door het beeld zwemmen) gebeurt de ontluistering met de allergrootste ernst. Nobles persona is niet de vlotte ironische guy, die de rest van de wereld met een knipoog belachelijk maakt. Hij toont, plaatst naast elkaar en kleurt hoogstens hier en daar een beetje bij, zoals een kind een snor tekent op een verkiezingsaffiche. De ontluistering voltrekt zich vanzelf, buiten hem om.
Peperdure masterclass
Rode draad door ‘How to Write’ is voorts de verschijning van Nobles moeder die haar kleine, individuele strijd voert met woorden. De eerste woorden die we van haar lezen zijn een sms-je aan haar zoon: “I’m frightened. Where am I?” Later ontmoeten we haar in een rusthuis, waar ze lijstjes maakt van woorden die ze dreigt te vergeten. Laxative. Heron. Constipation. De woorden zullen gedurende de hele verdere boekvoorstelling via een loopstation als een diep mantra door de zaal weergalmen. De aard van de woorden doet sterk vermoeden dat niet Mrs. Noble, maar Kim Noble de woorden heeft uitgekozen, maar zijn moeder blijkt (net zoals in ‘Lullaby for Scavengers’) een trouwe bondgenoot en mede-performer in de videofictie van haar zoon. Ze verkleedt zich gewillig als Margaret Atwood en later zelfs als Salman Rushdie, wanneer haar zoon vindt dat de (peperdure) masterclass die hij bij Rushdie boekte te weinig interactief is.
Is Kim Noble een échte schrijver? Ik weet het niet, maar hij is wel een van de meest écht subversieve performers die ik ken.
Onder alle gekkigheid waaraan Mrs. Noble met zichtbaar plezier deelneemt blijft de kwetsbare realiteit zinderen van een ouder wordende vrouw die dreigt de controle over haar woorden te verliezen. Opnieuw die spreidstand: woorden betekenen soms alles, soms betekenen ze niets. Noble registreert het allemaal, zonder oordeel – hij trekt er enkel de uiterste, radicale consequenties van. Want geef toe: wanneer uit neurologisch onderzoek blijkt dat een mens maar 60% van de woorden die die onder ogen krijgt écht registreert, wat moeten we dan met de andere 40%? Hoe moeten we dan die woorden tot ons nemen? De banner ‘All Books Are Shit’ indachtig leidt de doorgedreven denkoefening tot een behoorlijk onwelvoegelijk hoogtepunt in ‘How to Write’. Aan het boekenbedrijf zit voortaan ook letterlijk een reukje.
Is Kim Noble een échte schrijver? Ik weet het niet – ik las zijn boek nog niet. Maar dat hij een van de meest écht subversieve performers is die ik ken, is wat mij betreft met deze ‘How to Write’ nog maar eens bewezen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz