Performance / Dans

WALL TO WALL Marc Iglesias Figueras & A Two Dogs Company/Kris Verdonck

Twee showbeesten, één isolement

Nevenschikking van twee losse delen in één werk is een risico-onderneming. Win je met die contrastwerking extra betekenis of verlies je toch vooral samenhang? ‘WALL TO WALL’ van A Two Dogs Compagnie combineert een danssolo met een kortfilm, apart van elkaar gecreëerd door danser Marc Iglesias en maker Kris Verdonck. Al zijn de verschillen tussen beide grijzige werken groot, ze kleuren elkaar toch mooi bij dankzij thematische overeenkomsten: hun stedelijke decor, hun eenzaamheid, hun bizarre dierenpakken.         

WALL TO WALL
Wouter Hillaert Atelier van A Two Dogs Company in Molenbeek, Brussel
08 september 2025

Marc Iglesias en Kris Verdonck hebben al langer iets met elkaar. In 2013 was Iglesias een van de performers in ‘H, AN INCIDENT’, Verdoncks herinterpretatie van de absurde verhaaltjes van Russisch schrijver Daniil Harms. De Spaanse danser speelde toen de mascotte van een politieke partij, zij het zonder eigen ideologische visie: hij deed gewoon zijn job als onnozel uithangbord. Een jaar later, in 2014, was Iglesias ook het gezicht van Verdoncks derde solo ‘UNTITLED’, al bleef dat gezicht wel verscholen achter het masker van opnieuw een mascotte: een science fiction-achtige versie van Maya de Bij, met twee glitterzilveren strepen op de borst en slappe vleugeltjes achterop. Op een kale speelvloer met alleen drie stalen blokken als graftombes maakte deze stuntelige promofiguur een show van zijn eigen troosteloosheid, met tragisch gevolg. Een mascotte zonder pretpark is nu eenmaal als een clown zonder neus: al te kwetsbaar, al te menselijk.

In zijn danssolo ‘Not tomorrow’, deel één van het tweeluik ‘WALL TO WALL’, krijgen we nu wel Iglesias’ gezicht te zien. Strak en stuurs staart hij voor zich uit boven een onesie, zo’n pluizige pyjama uit één stuk in de vorm van een dier. Zelfs zijn voeten zijn ingepakt als plompe poten. Zonder kap is het moeilijk te zeggen van welk beest hij precies de vacht leent, maar ik hou het op een grijze muis. Onder de povere schijn van één lamp, direct boven hem, leunt Iglesias tegen een al even grijze achterwand. Ik zie een gevangene in zijn cel, een ontslagen entertainer in een achterstraatje, in elk geval een man die hét kwijt is. Suizende stadsgeluiden maken zijn stille eenzaamheid des te pijnlijker. Deze figuur is out, zijn show is off. Alleen weerhoudt dat hem er niet van om te blijven proberen.

Drie kwartier lang blijft onder luide en repetitieve technobeats bijna hetzelfde beeld zich herhalen: Iglesias die, als een niet goed afgestelde robot of een sociaal onaangepaste burger, met zijn hoofd en armen continu in alle richtingen schiet, waarbij elke reikende beweging halfweg alweer afbreekt voor een andere intentie, een andere richting. Snel en frenetiek wisselt zijn expressie bijna per seconde tussen goedgelovige ambitie en schokschouderende ontreddering. Het beeld is duidelijk. Het toont hoe overprikkeling tot inertie leidt, tot oneindig watertrappelen in een zee van opportuniteiten.

Iglesias’ danssolo toont hoe overprikkeling tot inertie leidt, tot oneindig watertrappelen in een zee van opportuniteiten.

Af en toe lijken Iglesias’ schichtige bewegingen even samen te vloeien met de beats, maar de kunst van zijn choreografie is net hoe hij erin slaagt om tussen het ritme te blijven stokken. De precisie achter zijn aritmie is fascinerend, terwijl zijn volharding in alle repetitiviteit ongetwijfeld fysiek veeleisend is. Als een vleesgeworden dissonant vertolkt hij de ontspoorde mascotte, de weirdo in de dancing, het mislukte showbeest, de grijze muis zonder thuis. Het is niet moeilijk om er ook iets van jezelf in te herkennen, in deze tijd die continu gebiedt om niet alleen te multitasken, maar daarbij ook telkens uit te pakken. Eerder dan een personage belichaamt Iglesias een gevoel (of zelfs een psychose).

Ja, deze menselijke marionet met zijn onderbroken bewegingen op repeat daagt ons kijkverlangen naar verdere ontwikkeling behoorlijk uit. Slechts bij uitzondering integreert zijn act de flits van iets nieuws, zoals een val tegen de muur of eventjes koddig met de armen wieken als in de fitness. Steeds weer sukkelt Iglesias’ personage in zijn zelfde basisgrammatica: uitputtend ter plaatse trappelen. Het mag eigenlijk een wonder heten dat hij na verloop van tijd toch aan de overkant van de black box geraakt. Even gaat hij daar in een hoek als een standbeeld zitten uitblazen, om dan weer van voor af aan te herbeginnen. Toch gaat die lang uitgerekte tijd van zijn solo niet écht vervelen. Ze werkt vooral extra tragisch, net als de schamele onderbelichting van slechts een paar spots en de onverschilligheid van de beats. Niet de danser, wel de technologie zorgt hier voor minimale variatie en dynamiek. De mens is er domweg aan onderworpen, als aan een kil en industrieel systeem waarop hij geen grip krijgt.

‘WALL TO WALL’ had kunnen volstaan met die eigen solo van Marc Iglesias voor A Two Dogs Company. Alleen toonde Kris Verdonck al vaker een hang naar nevenschikking, naar de ‘ars combinatoria’ van afzonderlijke delen in één verband, om zo extra betekenislagen aan te boren. Ook al zijn er in Vlaanderen weinig oeuvres die qua esthetiek en interesse zo coherent ogen als die van Verdonck (vaak donker, steevast over de vloeibare grens tussen mens en machine, vaak een vleugje apocalyptisch), toch lijken veel van zijn creaties bijna levende exposities met meerdere autonome werken ineen. Verdonck denkt graag in delen, in meerdere disciplines, in hergebruik ook. Onlangs nog bestond zijn jongste creatie ‘DARK’ (over de invloed van AI) uit drie delen, waaronder een posthume lezing door Johan Leysen van een Beckett-tekst die hij bij leven nooit heeft ingesproken.

Als tweeluik vertelt ‘WALL TO WALL’ een antisprookje over populair entertainment. Over de eeuwige dwang van ons grootstedelijke leven om te blijven performen, zelfs zonder publiek.

Zo krijgen we ook in ‘WALL TO WALL’ nog een tweede deel. Na een korte overgang met een glitterbal en honderden zwevende lichtjes daalt een wit scherm uit de lucht voor ‘DEMO’: een nieuwe kortfilm van Verdonck, met Iglesias opnieuw als protagonist. In precies hetzelfde bijenpak als in ‘UNTITLED’ struint hij nu langs het Brusselse kanaal, aan de zijkant van het Kaaitheater. Dat gebeurt heel vroeg of net heel laat, bij zonsopgang of ’s nachts. Het effect is bizar: zo desolaat zag je Brussel nog nooit. Terwijl Iglesias in deel één eenzaam op zichzelf danste in een volle stad (op de soundtrack), veegt de kortfilm bijna alle andere menselijke aanwezigheid uit. De stad is verworden tot een leeg canvas waar Iglesias in zijn bijenpak trucjes uitprobeert op zichzelf, van een koprol rond een hekje tot een rollebol van een schuine straatkant. Zijn actjes zien er vaak onbeholpen uit, wat de film bijna komisch maakt. Opnieuw zien we een eenzame figuur zichzelf uitputten aan de schaduwzijde van stralend entertainment, in het duistere niemandsland van de grootstad.

De camera observeert van veraf, bijna als op bewakingsbeelden. Tegelijk wordt die distantie af en toe doorsneden door GoPro-beelden die net veel te dicht komen en ons plots mee doen wentelen én neervallen met Iglesias’ exploten. Ook in de film schuren de ritmes dus zo ruw tegen elkaar dat het failliet van al zijn sullige demonstraties haast fysiek naar binnen slaat. Ook de fel versterkte sound van de film, met harde bonzen als onze bij herhaaldelijk en moedwillig met zijn kop tegen een muur knalt, zorgt voor een direct zintuiglijk effect. Zo tekent ‘DEMO’ vanzelf een naargeestige randje rond zijn slapstick. Tegelijk openbaart zich in al deze vergeefse show-off zonder enig publiek het gedwongen masochisme zoveel andere onzichtbare lieden in de neoliberale grootstad, in de hoop toch gezien te worden. 

Als tweeluik werkt ‘WALL TO WALL’ dus met contrasten. De onzichtbare maar jengelende stad in de danssolo vindt haar tegenbeeld in het verstilde grootstedelijke landschap van de kortfilm. Terwijl de grijze muis op de dansvloer een menselijk gezicht krijgt, bespeelt  de gemaskerde bij eerder het genre van de dierenfabel. Het ene showbeest blijft aan de grond zitten, het andere neemt plots poëtisch de vleugels in de lichtspot van een hoge lantaarnpaal. Samen vertelt hun combinatie, zonder dat alle surreële schijn over ‘WALL TO WALL’ zich echt oplost, een antisprookje over populair entertainment. Over de eeuwige dwang van ons grootstedelijke leven om te blijven performen, zelfs zonder publiek. Zo krijg je wat men noemt: een geslaagde samen-werking, als aaneengeplakte dubbelproductie.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz