Kidnapped: A Training Ground for the Brutality that is Coming Rodrigo Batista
De eigen parochie terug naar school
“It’s all about class! About power!” Nee, het aloude Vlaamse gebod dat theater suggestief moet zijn, is niet besteed aan Rodrigo Batista. Met zijn Braziliaanse roots weet hij dat de heersende macht er evenmin doekjes om windt. In ‘Kidnapped’ heeft Batista met Mariana Senne wel een lekkere vorm gevonden voor al zijn antikapitalistisch alarmisme: als clowns geven ze een lesje aan kinderen. Razend in de micro, met uitlopende grime, baseball bat achter de hand. En toch: bijzonder overtuigend.
Valt de theaterstijl van Rodrigo Batista, opgeleid in São Paulo en aan DAS Theatre in Amsterdam, ergens mee te vergelijken? In Vlaanderen zie ik niet meteen overeenkomsten, tenzij misschien met de ongelikte esthetiek en het politieke expressionisme van het Brusselse K.A.K. zaliger. Vanuit Europees perspectief herinnert zijn werk nog het meeste aan het theater van Frank Castorf in de Berlijnse Volksbühne: expliciet, schreeuwerig, met live video op scène, gretig rondstrooiend met grote woorden uit de marxistische cultuurtheorie, maar net zo graag gekleed in de oppervlakkige iconografie van populaire consumptiecultuur.
Zo treedt Batista aan in een Braziliaans voetbaltruitje met de print van een sexy kont in bikinibroekje, onder een baseballpetje van ‘Jaws’. Veel andere vestimentaire verschijningen, half hip en half trashy, zullen nog volgen – er wordt in ‘Kidnapped’ even snel van outfit gewisseld als van discours. Op video, evenmin voor het laatst, krijgen we meteen ook zijn eigen bloot gat te zien: Batista profileert zichzelf graag als een uitdager, als iemand die lak heeft aan hoe je je hoort te presenteren. Het meest opvallend is evenwel de schmink die hij en medespeelster Mariana Senne breed hebben opgesmeerd: hij met grote sterren rond de ogen, zij met een vette rode veeg rond haar mond. Clowns zijn ze. Van de familie van The Joker: niet de meest vriendelijke of onschuldige exemplaren.
Clowns zijn ze. Van de familie van The Joker: niet de meest vriendelijke of onschuldige exemplaren.
Dat blijkt meteen uit hun directe contact met enkele toeschouwers, pal in het speurlicht van hun onverbeterlijke handcamera: wanneer je je naam en je leeftijd zegt, blijk je eigenlijk Enzo of Claudia te heten en nog geen tien te zijn. Zo installeert ‘Kidnapped’ zich als een soort klasje in de school van de ondergang. We moeten ons voorbereiden, zo legt het clownsduo ons uit, op vijf brutaliteiten die ons te wachten staan, waar zij ons in vijf hoofdstukken vurig in zullen onderwijzen: ‘the kidnapped planet’, ‘the kidnapped territority’, ‘the kidnapped imaginary’, ‘the kidnapped desire’ en ‘the kidnapped body’. Van onze mondiale levensruimte tot ons meest intieme bewustzijn: alles is geperverteerd door het neoliberale grootkapitaal. Valt er überhaupt nog iets tegen te beginnen?
Wat zich eerst nog ironisch aandient als een sprookje uit het Amerikaanse kinderprogramma ‘Faerie Tale Theatre’ van Shelley Duvall (de getraumatiseerde actrice uit ‘The Shining’), blijkt algauw toch expliciet politiek theater voor ‘de eigen parochie’. Het Rockefeller Center in New York met zijn vergulde Prometheus-standbeeld, Thatcher met haar befaamde uitspraak “There is no such thing as society”, Michael Jacksons knallende hit ‘They Don’t Care ABout Us’: allemaal leveren ze illustratief lesmateriaal om aan te tonen hoe het kwaad eruitziet in al zijn politieke en economische verschijningsvormen. In de (bi)polaire wereldvisie van deze twee clowns zijn Hitler, Steve Jobs en de radicaal-liberale Chileense economen van ‘The Chicago Boys’ gewoon familie.
Op video krijgen we te zien hoe ze zelfs naar Berlijn gereisd zijn om het Olympiastadion te bezoeken en zingend in een bakfiets langs de laatste resten van de Muur te stompen, om daarna aan clownerieën te gaan doen bij Checkpoint Charlie en een brokje Muur te kopen in de souvenirshop: de commodificatie van geweld is één pot nat, zie je wel!
‘Kidnapped’ is een Brechtiaans Lehrstück zonder stuk. Of een eenentwintigste-eeuwse moraliteit in de geest van het manicheïsme, zo leren de typerende namen van beide clowns: Batista speelt de rol van ‘Terror’, Senne die van ‘Compassion’. Daarmee vatten ze niet alleen de eeuwige polen waartussen het menselijke lot heen en weer geslingerd wordt, maar ook de knellende tang waarin de linkse goegemeente vandaag geprangd zit: tussen de terreur van oorlog en rücksichtslos machtsmisbruik aan de ene kant, en hulpeloos medeleven met sociaal zwakkeren aan de andere kant. “Losers, losers, losers!”, doen Terror en Compassion ons op gegeven moment scanderen over onszelf. Het lijkt zelfs nauwelijks ironie.
Precies die dubbelzinnigheid maakt ‘Kidnapped’ zo fascinerend. Batista speelt bewust met strategieën als komische overdrijving of net de subtiele postmoderne knipoog – zoals inzoomen op het logo van CAMPO op zijn bakfiets – maar daaronder steekt net een heel serieus én geïnformeerd analysevermogen. Hoe elke klimaatconferentie een déjà vu lijkt van Rio 1992, hoe Amsterdam één groot glanzend zelfpromotioneel product werd, hoe onze jeugd op geen tijd de grunge inwisselde voor swipen: revelerende observaties vormen de rozijnen in de pap van deze voorstelling, terwijl die pap zelf steeds meer naar goedkope horror neigt – met een hoofdrol voor ‘The Shining’ van Stanley Kubrick.
Zweet, speeksel en nepbloed leveren de currency van Senne en Batista’s investering.
Maximaal is dus de spagaat tussen verpakking en boodschap, tussen esthetiek en ideologie. Zo vol (zelf-)spot het stijlregister van deze les, soms op het randje van slecht kindertheater, zo onvrijblijvend is evenwel wat ermee verteld wil worden. Dat merk je alleen al aan het adrenalinepeil op scène: dat gaat bijwijlen door het dak. Zweet, speeksel en nepbloed leveren de currency van Senne en Batista’s investering. Hoe meer hun grime rond hun sardonische smoel in vegen trekt, hoe liever ze het hebben.
Heeft het zin, jezelf zo uitputten voor de eigen kerk? Wat ‘Kidnapped’ met brio bewijst, is dat wij als linkse parochianen nog best veel te leren hebben. Dat leert bijvoorbeeld onze mond vol tanden bij een simpele vraag als ‘wat is fascisme?’, zelfs na een filmpje waarin Pasolini het ons net heeft uitgelegd. Batista’s educatie is slechts ten dele herhaling. Bovenal is het een indrukwekkende waarschuwing voor de uitwassen van het winstgedreven tech-kapitalisme waar we ons allen mee aan overgegeven hebben.
Wanneer Terror en Compassion daar zelf hun conclusies uit trekken en hun cameravrouw ‘Alicia’ de laan uitsturen, ruilen ze niet alleen hun scherm, maar ook hun baseballknuppel in voor een opvallend troostvollere stemming. Die wil ons misschien niet uit onze tang bevrijden, maar wel een heilzame levenshouding – of eerder doodshouding – meegeven om met alle brutaliteiten om te gaan. Lijkt Compassion het dan toch te winnen?
Zelden zie je voorstellingen die er zo hard voor gaan, die de hele wereld zo alomvattend proberen te decoderen in zijn samenhang, door er net de complexiteit van te ontrafelen. Maar vooral de heel eigen esthetiek van ‘Kidnapped’ blijft bij, met zijn schreeuwerige kleuren, bezwerende visuele effecten en brutale expressionisme. Hoe groot het je m’en foutisme ook is dat je vanop het podium en het scherm in het gezicht gewreven krijgt, het is toch allemaal meticuleus in elkaar gezet én het ziet er verdomd smakelijk uit.
Het effect is uniek voor wat we in Vlaanderen gewoon zijn. Deze heerlijke ideologische shitshow (ont)voert je twee uur lang mee, als een van de meest memorabele van 2025.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz