Alcina Opéra de Lille / Emmanuelle Haïm / Ewelina Marciniak / G.F. Händel
Vormen van verlangen
De ruim veertig opera’s die Georg Friedrich Händel (1685 – 1759) componeerde, vallen ruwweg in drie categorieën onder te verdelen: historische, heroïsche en magische. Tot die laatste categorie behoort ‘Alcina’ (1735). Gebaseerd op Ariosto’s ridderroman ‘Orlando furioso’, staat het libretto bol van de capriolen. De Poolse regisseuse Ewelina Marciniak knikkert het bovennatuurlijke echter uit haar enscenering. Ze maakt van ‘Alcina’ een pleidooi voor liefdesbetrekkingen gevrijwaard van socio-maatschappelijke normeringen. Althans, dat probeert ze.
In het eerste deel van de 18e eeuw kon er met opera nog een stuiver verdiend worden. Hautaine impresario’s, nukkige componisten en verwaande diva’s: het doet denken aan het Hollywood van vandaag. ‘Alcina’ past in de Londense traditie van de spektakelopera, die destijds in zwang was. Verkleedpartijen, gedaanteverwisselingen, radicale scenische wissels, … Niets stond narratieve bokkensprongen in de weg. De theatermachine moest en zou creatieve oplossingen verzinnen. Dat verklaart waarom ‘Alcina’ vandaag leest als onhandig bij elkaar gepuzzeld libretto. De muziek mag dan van hoge kwaliteit zijn, heden ten dage is het geen evidente opera om op de planken te brengen.
Radicale actualisering
Hoewel ze nog maar recent de kaap van veertig gerond heeft, is Ewelina Marciniak al een gevestigde naam in Polen en Duitsland. Ze kreeg de voorbije jaren diverse onderscheidingen voor haar theateroeuvre en was reeds te gast bij een aantal respectabele operahuizen, waar ze onder meer een integrale Ringcyclus (Bern), ‘Salome’ (München), ‘Orlando’ (Berlijn) en ‘Dialogues des Carmélites’ (Stuttgart) onder handen mocht nemen. Haar interpretatieve signatuur is het radicaal heroverwegen van canonieke werken, met een accent op thema’s als autoriteit, identiteit en vrouwelijkheid. Ze schuwt de controverse niet en verwijst geijkte denkkaders wel vaker naar de prullenmand. Kortom in theorie een geknipt figuur om het wat knullige verhaal van de dominante feeks Alcina die haar geliefden door betoveringen tot een eeuwig verblijf op haar tovereiland veroordeelt, te bewerken.
Het tovereiland wordt een vrijplaats, een vluchtheuvel voor alternatieve amoureuze verhoudingen.
Marciniak duikt inderdaad naar de kern van Alcina als personage. Wie is deze booswicht, dat ze geen minnaar laat vertrekken en via listen almaar nieuwe aanbidders najaagt? Misschien een angstige vrouw die slechts kan toegeven aan haar nymfomane neigingen op een plek waar de heersende seksuele moraal nauwelijks doordringt? Het tovereiland wordt in die optiek een vrijplaats, een vluchtheuvel voor alternatieve amoureuze verhoudingen. Die denkpiste trekt Marciniak vervolgens door naar de andere karakters. Nevenpersonages Oronte en Morgana worden een polyamoureus koppel, en Bradamante blijkt het vijfde wiel aan de wagen gevormd door Ruggiero en Melisso. Hoera voor Marciniak, die het libretto vol aftandse effecten en groteske kunstgrepen herschrijft naar 21e-eeuwse maatstaven? Nou, nee.
Hegemonie van subculturen
Het probleem situeert zich bij het libretto, dat weliswaar interpretatief doch niet woordelijk herschreven is. Aria’s en recitatieven zitten Marciniaks lezing ostentatief in de weg, en het publiek lijkt twee verhalen te moeten volgen die langzamerhand uit elkaar dobberen. Marciniaks vertoog voor meer nuance en tolerantie in de maatschappelijke perceptie van liefde en lust, ondergraaft ze overigens met een resem stereotypen op de bühne. Zo verwart ze polyamorie met erotisch sadomasochisme door Oronte en Morgana uit te dossen alsof ze regelrecht uit een BDSM-club komen gewandeld.
Marciniak zweert bij een in your face anti-esthetische beeldtaal, gebricoleerd uit clichés.
De travestie van mannelijke dansers, culminerend in een demonstratie paaldansen, heeft bovendien weinig van doen met de psychologische verdieping die Marciniak via het titelpersonage tracht te verwezenlijken. Het onvermogen voorbije verliefdheden los te laten, meervoudige lust tegenover monogame trouw, de verknoping van macht en afhankelijkheid binnen een traditionele relatie: dat zijn inderdaad universele kwesties, maar de aanwezigheid van LGBTQ+ smaakt in die context eerder als een obligaat diversiteitstoken, gespeend van inhoudelijke meerwaarde. Waarom Oberto, een verdoolde tiener op zoek naar zijn spoorloze vader, er moet uitzien als een comic con-adept, is dan weer een raadsel. Of eigenlijk niet, want Marciniak zweert bij een in your face anti-esthetische beeldtaal, gebricoleerd uit clichés.
Bye bye Barbieworld
In een proloog ziet het publiek hoe Ruggiero (in deze enscenering een vrouw die zich eens niet als man vermomt) uit een knalroze Barbieworld ontsnapt waarin vrouwen dankbaar moeten zijn als ze sexy lingerie cadeau krijgen voor hun verjaardag – bij uitstek het symbool voor hun onderworpenheid aan de mannelijke lust. Tegenover deze hyperbool staat Alcina als vrouw van vlees en bloed. Zij representeert de keerzijde van Ruggiero’s begeerte, maar oprechte chemie tussen beide personages ziet het publiek nooit ontstaan. Marciniak schrapt niet zonder reden elk Hollywoodiaans effect uit haar regie. Ze brengt er echter niets voor in de plaats dat visueel inspireert.
Zo worden het drie ontzettend lange uren, zij het dat de verveling op muzikaal vlak nimmer toeslaat dankzij Emmanuelle Haïm. Zij voert als chef het baton over Le Concert d’Astrée, dat nu al twee en een half decennium garant staat voor elektriserende uitvoeringen van Barokrepertoire, op historische leest geschoeid. Haïms ultragestileerde uitvoeringspraktijk emancipeert elk karakter, kortom van passagewerk is bij haar geen sprake. Adèle Charvet (Ruggiero) en de nog onbekende Lilit Davtyan (Morgana) profiteren daarvan, meer nog dan Karine Deshayes (Alcina). Van haar voortreffelijk gezongen hoofdrol zal jammer genoeg vooral de armtierige présence bijblijven. Alsof deze Alcina zich zelf loopt af te vragen waar het deze vertoning precies om te doen is…
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz