De Toverfluit W.A. Mozart / Opéra de Lille / Riccardo Bisatti / Barrie Kosky
Betoverende tekeningen
Een meesterwerk uit de classicistische operatraditie op de planken brengen in een decor dat refereert naar de 20ste-eeuwse cartoon? Allicht moet je Barrie Kosky heten om dat zelfs maar te overwegen, al zeker met een van Mozarts vaakst opgevoerde partituren op de pupiters. Hoe onzinnig het idee ook lijkt, het concept blijkt even geestig als inspirerend. Twintiger Riccardo Bisatti, een rijzende ster onder jonge dirigenten, tekent bovendien voor een elektriserende omlijsting met het onvolprezen Orchestre National de Lille onder zijn hoede.
Zelfs ruim twee eeuwen na de première in 1791, is het laatste woord over de betekenis van ‘De Toverfluit’ nog niet gezegd. Het sprookje is op zich nochtans gauw verteld. Prins Tamino wordt door de Koningin van de Nacht ingeschakeld om haar dochter Pamina te redden uit de klauwen van Sarastro, een hogepriester die de zonnecultus aanhangt. Vogelvanger Papageno, zelf eveneens op zoek naar een wederhelft, houdt Tamino gezelschap op diens queeste richting de vrouw die hij koste wat het kost wil redden, en nadien beminnen. Zo ontdekt de prins dat de priester niet het kwade belichaamt, maar dat Pamina juist tegen haar moeder moet beschermd worden. Dus zo geschiedde – Mozart verklapt het happy end eigenlijk al met de lumineuze humor van de ouverture, die meteen de blauwdruk vormt voor twee en een half uur sprankelende opera.
Coloratuur vermomd als spin
De traditionele muziekhistorische exegese stipuleert dat Mozart, net als librettist Schikaneder, was toegetreden tot de vrijmetselarij. De morele en intellectuele vervolmaking die Tamino via Sarastro doormaakt, zou een metafoor zijn voor het proces dat de componist binnen zijn loge zelf had ervaren. Anders dan het betonneren van clericale dogma’s, institutionaliseerde de vrijmetselarij doorheen de 18e eeuw een forum voor reflectie. De rede prevaleerde daarbinnen boven de christelijke leer. Het is absoluut niet vergezocht om in de botsing tussen licht en duisternis een allegorie te zien voor de frictie tussen de idealen van de Verlichting (zoals gerealiseerd binnen het selecte gezelschap van een loge) en de maatschappelijke grondstroom, op dat moment nog monomaan gedicteerd door religieuze gezanten.
Regina Koncz is zonder overdrijven de mooist zingende spin die een mens zich kan indenken.
Wat Kosky doet, is deze concurrerende ideologische vertogen hertalen naar een ander tijdsgewricht. Met een knipoog naar de stille film en de uitvinding van de animatiefilm, situeert hij zijn personages aan de dageraad van de 20ste eeuw. De Tweede Industriële Revolutie voltrekt zich op precies op dat moment – Charlie Chaplin construeerde er zijn legendarische ‘Modern Times’ (1936) rond. Mechaniek en automatisering worden de nieuwe heilsprofetieën, en vervangen de christelijke verheerlijking van autonome arbeid of natuur als dusdanig. Kosky maakt daar, met de toeters en bellen eigen aan sprookjes, een vertaling van door Tamino en Pamina onder te dompelen in de door technologie en wetenschap gestuurde wereld van Sarastro. Hij is de verpersoonlijking van een onstuitbare moderniteit, daar waar de Koningin van de Nacht vermomd is als een atavisme uit de pre-ïndustriële wereld – coloratuur Regina Koncz is zonder overdrijven de mooist zingende spin die een mens zich kan indenken.
Mozart in de roaring twenties
Vertegenwoordigen de Koningin van de Nacht en haar drie gezelschapsdames de status quo van een wereld waarin nooit iets mag veranderen, dan staat Sarastro voor een toekomst waarin zelfontplooiing en morele rechtschapenheid de hoekstenen vormen van het maatschappelijk bestel. Die tegenstelling laat zich uitstekend op het libretto en de muziek projecteren, zij het dat Papageno niet helemaal zijn plaats vindt in deze interpretatie. Anderzijds maakt Kosky dankbaar gebruik van de visuele signatuur van de roaring twenties, onder andere met knipogen naar het cabaret en het variété, zonder dat er allemaal te dik op te leggen. Een uitstekende ingreep is bovendien dat de dialogen uit het Singspiel niet worden gesproken, maar worden geprojecteerd zoals in een stille film. De pianoforte van Galina Ermakova voorziet deze pantomime van heerlijk commentaar, en het muzikale continuüm vergroot de auditieve luister meer dan haar te doorbreken.
Blijft Kosky zijn personages strikt regisseren volgens de principes van de stille film en de slapstick uit die jaren, dan trekt hij voor wat de animatie betreft de registers compleet open. 1927, het collectief rondom illustrator Paul Barritt en schrijfster Suzanne Andrade, brengt de gekste vondsten bijeen, in een stijl die niettemin homogeen aandoet, en terug verwijst naar de begindagen van de animatiefilm zonder in voorspelbare na-aperij te vervallen. De voortdurend evoluerende geprojecteerde decors zijn een lust voor het oog, van de eerste tot de laatste minuut. Hoewel de cast door de virtuoze verknoping van live performance met geanimeerde beelden relatief weinig bewegingsvrijheid geniet, valt niemand door de mand. Een huzarenstuk, zeker voor de Chinese tenor Mingjie Lei, die vaker wel dan niet op de bühne bivakkeert.
De voortdurend evoluerende geprojecteerde decors zijn een lust voor het oog, van de eerste tot de laatste minuut.
Stemt Kosky zijn regieconept meticuleus af op het libretto, dan gaat Riccardo Bisatti net dat tikje vrijer om met de partituur. Niet al zijn ingrepen sorteren evenveel effect. Zo worden de openingsakkoorden onnodig pathetisch aangezet. Bisatti wil af en toe te graag en te veel toevoegen, terwijl de intuïtieve kwaliteit van Mozarts partituur geen extra franjes behoeft. Bisatti werkt anderzijds uitstekend samen met de zangers, kortom het instrumentale en het vocale register zitten elkaar nooit in de weg. Daarnaast is het bewonderenswaardig dat de dirigent zelfs in een al ontelbare keren uitgevoerd werk nog nieuwe lijnen ontwart, of met vinnige tempi en krasse fraseringen toch verborgen details onder de aandacht weet te brengen. In die optiek doet de dirigent eveneens wat deze regie zo verdienstelijk maakt: met een andere kruiding de kwaliteiten van een oud gerecht reveleren, dwars over en door de eeuwen heen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz