Opera

Les enfants terribles Opéra de Lille / Virginie Déjos / Matthias Piro

Psychose met Hollywoodiaans panache

Ruim een week geleden verklaarde Timothée Chalamet dat opera en ballet uitstervende genres zijn. Mondiaal bewees de sector zijn ongelijk. Gezien de massale respons, moet de acteur toch een gevoelige snaar geraakt hebben. Feit is dat er, in verhouding tot ouder werk, relatief weinig nieuwe partituren het licht zien. En als dat al het geval is, verdwijnen deze quasi meteen van de affiches. Uitzondering die de regel bevestigt, is oude rot Philip Glass (1937). Diens ‘Les Enfants terribles’ (1996) werd inmiddels opgevoerd van Rome over Londen en New York tot Helsinki en Belgrado. In coproductie met het Staatstheater Darmstadt voegt nu ook Opéra de Lille de titel toe aan haar repertoire.        

Les enfants terribles
Jan-Jakob Delanoye Opéra de Lille, Rijsel
24 maart 2026

De sleutel tot het succes van ‘Les Enfants terribles’ ligt niet alleen bij de beroemdheid van de componist. Glass’ repetitieve clusters blijken immers de perfecte metafoor voor de neurose van het duo protagonisten, met name broer en zus Paul en Elisabeth. Glass puurde zelf het libretto enerzijds uit Jean Cocteau’s gelijknamige roman (1929) en anderzijds uit de verfilming (1950) van Jean-Pierre Melville.

Ze richt niet alleen haar broer ten gronde, maar onvermijdelijk ook zichzelf. Vintage Griekse tragedie, niet?

Opgedeeld in korte kapittels, verhaalt deze opera hoe Paul ten onder gaat aan wat eerst een onschuldig voorval lijkt: een sneeuwbal die hem vol op de borstkas treft. Die bal bevat een steen, en zou gegooid zijn door Dargelos. Deze jongen, eigenlijk het homo-erotische zinnebeeld van Pauls verlangen, verschijnt even later in de gedaante van Agathe, een vriendin van Elisabeth. Laatstgenoemde kan, vanuit haar incestueus verlangen naar haar broer, de ontluikende chemie tussen het duo niet verdragen, waardoor haar geen andere optie overblijft dan vernietiging. Daarmee richt ze niet alleen haar broer ten gronde, maar onvermijdelijk ook zichzelf. Vintage Griekse tragedie, niet?

Cinematografische allure

Op zich stelt het narratief weinig voor. De hypnotiserende kracht van het verhaal schuilt in zijn symbolische dimensie. Zowel Paul als Elisabeth blijken niet in staat om hun seksuele identiteit als volwassenen te kanaliseren, waardoor ze vluchten in de schijnwereld van hun onbedorven jeugd. Hoewel ze de kindertijd ontgroeid zijn, trekken ze zich terug voor de wereld in een huis clos waar hun dode moeder echoot in hun eigen dialogen. Van hun infantiele retoriek gaat iets verstikkends uit, en wel omdat ze spreken bij monde van de kinderen die ze niet meer zijn. Voorbij de schijnbare banaliteit van hun tekst, liggen betekenissen die ze zelf niet onder ogen durven komen. En net omdat ze geen authentieke en diepzinnige taal vinden, blijven het ‘verschrikkelijke kinderen’. Tegelijk veilige haven en cachot is het appartement meer immateriële dan reëele ruimte.

Regisseur Matthias Piro en scenograaf-costumière Lisa Moro beschouwen elkaar als Incontournable. Beide twintigers werken als een vast duo, met als streefdoel een hedendaags aandoende, frisse beeldtaal. En inderdaad, deze ‘Les Enfants terribles’ heeft moderne cinematografische allures. Zo wordt het appartement waar Paul en Elisabeth zich hebben verschanst een koortsachtig labyrint, in feite een allegorie voor het mentale doolhof waarin de twee almaar dieper verdwalen. Tegelijk blijft Piro erg dicht bij het narratief, door alles letterlijk op te voeren. Dargelos’ zwarte steen verscholen in een sneeuwbal? Het publiek krijgt die letterlijk te zien op een gigantisch scherm boven de bühne. Maar waar is die demonstratieve ijver precies goed voor?

Van hypnose tot psychose

Met Hollywoodiaanse bravoure verlevendigen Piro en Moro de mentale neergang van de personages, zij het dat ze de lezing van de symboliek volledig aan het publiek overlaten. Is dat geen al te gemakzuchtige aanpak? In plaats van de mysterieuze dimensie in al zijn banaliteit te laten zien, zou een heuse interpretatie de metaforiek van binnenuit aanschouwelijk maken. In deze actualisering krijgt Cocteau’s allegorische stem helaas iets oubollig, en wel omdat het team zijn poëtische timbre neemt voor wat het is, zonder dat element visueel te hertalen naar het hier en nu.

In deze actualisering krijgt Cocteau’s allegorische stem helaas iets oubollig.

Ook Glass’ hypnotiserende muzikale cellen – hoe vakkundig ook uitgevoerd door pianisten Flore Merlin, Nicolas Royez en Nicolas Chesneau onder de deskundige leiding van Virginie Déjos – klinken als een atavisme. De repetitieve teneur van de drie klavieren verlevendigt de quasi psychose waaraan alle personages ten prooi vallen, maar op vlak van de prosodie vervalt de componist in monochroom stemgebruik. Daar kan de vocale cast, hoe welwillend ook, niet tegen op. Vooral teleurstellend is echter dat Piro en Moro, ondanks het scenografische vernuft waarmee ze dit huis clos injecteren, de diepere inhoudelijke lagen behandelen zoals Glass harmonische progressies doorvoert: te weinig om er heuse verwondering aan te ontlenen, laat staan ontroering.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz