Muziektheater

De poetsman Prince K. Appiah / Het nieuwstedelijk

Monoloog met spinsels en spin

Prince K. Appiah kennen we, naast zijn rol in ‘Thuis’, ook als een speler die vaak opduikt bij muziektheatergezelschap Het nieuwstedelijk, onder meer in ‘Mooie Jaren’ en ‘Vrede, Liefde en Vrijheid’. In 2024 schreef hij als Jonge Maker bij het Leuvense gezelschap ook zijn eerste toneeltekst. In dat stuk, ‘De poetsman’, komt een ex-voetballer uit Ghana, nu schoonmaker in een gerechtsgebouw, in het reine met een vlek op zijn ziel die al jarenlang aankoekt. Het resultaat oogt klassiek, maar klassiek is nooit mis.        

De poetsman
Wouter Hillaert Minardschouwburg, Gent
21 oktober 2025

De shit opkuisen van de betere klasse, dat is het lot van Kwame. Letterlijk. Wanneer hij met zijn poetskarretje vol emmers en zwabbers het podium op komt rijden, gebeurt dat met het nodige gefoeter op alle kaksporen die de heren en mevrouwen juristen steeds in de pot achterlaten. Kwame is hun onzichtbare lapmiddel. Elke dag na sluitingstijd is hij de enige die overblijft in de rechtbank, om ze braaf weer op te blinken.

Daar schept hij wel een bijzondere beroepseer in. Elke morsvlek, elk modderig voetspoor betekent niet alleen extra schrobwerk, maar ook een nieuwe kans op reiniging voor zichzelf. Fluitend, met Fela Kuti keihard in zijn oortjes, begint Kwame ook vanavond weer aan zijn odyssee door de verlaten marmeren hall die zich majestueus openbaart op enkele bedrukte gaasgordijnen achteraan op scène. Alleen wordt vanavond anders.

Appiah heeft zijn personage getekend als zovele andere kleine werkmieren die de klok rond de grote machinerie doen draaien. Bang om zijn job te verliezen – of daar zelfs maar de minste aanleiding toe te geven – speelt Kwame de voorkomende medewerker. Dat wil zeggen: hij maakt zich zo kleurloos mogelijk. Groot en zelfs een tikkeltje tragisch is de kloof tussen wat hij echt denkt en hoe serviel hij zich gedraagt tegenover elke hogere in rang, zoals procureur Bert die hem joviaal sommeert om in zijn kantoor zijn gemorste sushi te komen opkuisen. “Kwame, wat zouden wij zonder u zijn!” Kwame weet het wel: “Een grote berg stront.” Alleen houdt hij zijn mond. Zijn echte binnenwereld spaart hij voor ons, het publiek.

Best verfrissend is het, om in ons theater onze standenmaatschappij ook eens van onderen beschouwd te krijgen. Het klassenbewustzijn van ‘De poetsman’ blijft weliswaar subtiel verborgen onder de bewuste naïviteit die Appiah zijn personage meegeeft, maar af en toe steekt het toch de kop op. Een sleutelrol speelt daarbij de spin die Kwame aantreft op de nette tegels vooraan op de speelvloer. Hij veegt ze niet op, maar zet ze onder een glazen bokaal en gebruikt ze de hele verdere voorstelling als dankbare tegenspeler-zonder-tegenspraak. Hun monologische dialoog ziet er heel vrolijk uit, maar is eigenlijk best mistroostig.

Het stille perspectief van de betekenisloze figurant krijgt in ‘De poetsman’ de hoofdrol.

De spin voert de gedachten naar Kwaku Ananse, de schelmenspin waarover in Ghana zoveel wijze verhalen circuleren – Appiah vertelt er ook zelf eentje, over hoe Ananse een python zo bij de neus neemt dat die zichzelf opknoopt aan een stok. Tegelijk is de onooglijke spin het perfecte spiegelbeeld van de arbeidsmigrant die Kwame zelf is: voorwerp van redeloze fobieën, gedoogd indien verdoken en anders steeds weer uitgedreven, continu op zoek naar een kier om zich weer binnen te werken en in een donkere hoek toch te overleven. Precies dat stille perspectief van de betekenisloze figurant krijgt in ‘De poetsman’ de hoofdrol.

Anders dan in veel andere solo’s van spelers-makers die met een zelfgeschreven tekst stem geven aan een minderheidsperspectief (over burn-out, anorexia, grensoverschrijdend gedrag, een dubbele achtergrond…), kiest Appiah niet voor de directe getuigenis. Mocht er al een autobiografische ervaring achter zijn solo zitten, dan is die als een bruistablet opgelost in zijn theatrale personage. De Kwame die hij speelt, is ook minstens vijftien jaar ouder dan Appiah zelf, die in 2021 afstudeerde aan Conservatorium Antwerpen en nu 29 is. Kwame had dus gerust zijn vader kunnen zijn. Misschien is hij dat ook wel voor een deel? 

In elk geval trekt ‘De poetsman’ voluit de kaart van wat vandaag ‘klassiek theater’ is gaan heten. We zien een fictionele situatie als in een tv-serie, maar dan live op toneel: met herkenbaar aangeklede figuren en een typische dramatische structuur van expositie (of de inleidende presentatie van situatie en personages) naar motorisch moment (het keerpunt in het verhaal), en vandaar van crisis naar catharsis. Zelfs de vierde wand is hier in grote mate weer opgetrokken: veel van wat Kwame vertelt, zegt hij voor zichzelf, tegen zijn spin of via zijn telefoon tegen iemand anders. Groot is het contrast met het beschrijvende verteltheater in veel ander werk bij Het nieuwstedelijk, dat zich vaak direct op de zaal richt.

Wel herkenbaar is hoe de muzikale begeleiding van Sam Gysel op drum, gitaar en piano geregeld tussenkomt. Gysel zit achteraan op het podium als muzikant, maar wordt veelbetekenend geïdentificeerd als Mo de nachtwaker: zelfs hij is dus een personage. Even onverstoorbaar als illustratief levert Gysel de emotionele golfslag waarop Kwames verhaal drijft, van uitgelaten vrolijkheid naar opgekropte woede tot breekbare gevoeligheid. Ook daarin volgt ‘De poetsman’ de structuur van de gevoelsontwikkeling van zowat elk fictioneel drama.

Meer en meer wijken de anekdotische sluiers om knagende hersenspinsels bloot te leggen.

Zo werkt alles in deze monoloog harmonisch samen om de onderliggende disharmonie van de protagonist te openbaren. Net zoals de coulissen van het gerechtsgebouw opzijschuiven om meer innerlijke beelden zichtbaar te maken – eerst van een zwarte voetballer en dan van een straat vol mensen in wellicht Ghana – zo boort ook Appiah’s tekst gestaag diepere lagen aan in Kwames geschiedenis. Ruwweg volgt zijn hele vertelling een psychoanalytische dramaturgie: meer en meer wijken de anekdotische sluiers om knagende hersenspinsels bloot te leggen.

Kwames echte pijnpunt blijkt uiteindelijk de verbroken band met zijn zoon Samuel, die binnenkort afstudeert. Zal hij hem na zoveel zwijgende jaren nog eens opbellen om hem te feliciteren? Al zijn contacten met een witte collega-schoonmaker, met zijn Roemeense prostituee Helena, met een Senegalese vader die in een rechtszaak verwikkeld zit… wijzen in dezelfde richting. Waarom zou Kwame zijn verleden als afwezige vader niet kunnen parkeren, om met zijn nageslacht een meer verbonden toekomst te omarmen? 

Zo blijkt ‘De poetsman’ niet alleen het portret van een ondergewaardeerde job, maar ook een open uitnodiging tot een algemeen menselijke actie waar we vroeg of laat allemaal mee aan de slag moeten: ons bestaan reinigen van diep ingevreten rotzooi. Dat is wat deze klassieke monoloog uiteindelijk ook doet raken: de voelbare bezieling waarmee Prince K. Appiah aan het slot zijn vele overtuigende spelregisters aflegt en het wezenlijke belang van familiebanden verdedigt. Klassiek gewassen kom je buiten.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz