WIER Laika / Sien Vanmaele & Sofie Joan Wouters
Wier met appelsap: njam njam!
Dat de wereld kapotgaat, daar weten kinderen alles van. In ‘WIER’ bevestigen theatermaaksters Sien Vanmaele en Sofie Joan Wouters die ongemakkelijke waarheid. Tegelijk laten ze voelen waarom vechten zin heeft, zelfs wanneer alles beslecht lijkt.
Onderzoeker Nori (Laura François) en strandjutter Dulse (Sofie Joan Wouters) komen opgewonden de zaal binnengerold. Op de achtergrond vult zachte ukulelemuziek de stilte. Nori steekt van wal met het mooiste idee dat je aan kinderen van acht kan meegeven: “Vroeger vroegen volwassenen altijd wat ik wilde worden. Maar ik dacht toen: waarom moet ik later nog iets worden? Ik ben al wat ik wil worden: een zoeker, een onderzoeker!”
De twee ‘zeekenners’ kondigen daarna aan dat ze een lezing gaan geven over zeewier. Strandjutter Dulse staat elke dag om zes uur op om alles wat aanspoelde te verzamelen. Ze heeft een kleine collectie mee: onderdelen van krabvallen, dopjes en kroonkurkjes, netten. Nori ontpopt zich als de wetenschapper. Ze introduceert vele soorten zeewier zoals zeesla, spiruline, norivellen, bruine, groene en rode wieren.
‘WIER’ gaat verder op het élan van Sien Vanmaele’s razend populaire voorstelling ‘Zeemaal’. Daarin geeft Vanmaele een rist weetjes over zeewier mee terwijl ze er een maaltijd mee kookt. Daarbij geeft ze haar twijfels over en zoektocht naar oplossingen voor de klimaatcrisis te kennen. Zeewier zal de wereld niet redden, geeft ze toe, maar je hebt wel de keuze om bij de pakken te blijven zitten of door te zetten, te blijven denken en proberen. Het stuk richt zich echter expliciet tot volwassenen.
‘WIER’, waarvoor Vanmaele samenwerkte met Sofie Joan Wouters, volgt in grote lijnen hetzelfde opzet, maar wil een jonger publiek aanspreken. Toch leggen ze net zo uitgebreid het belang van algen en zeewier uit. Ze categoriseren algen en leggen uit dat die de basis van al het leven op aarde vormen. Als het slecht gaat met de algen versnelt dat de klimaatcrisis. De zeewieren slagen er dan namelijk niet meer in om voldoende koolstofdioxide in zuurstof om te zetten. Daardoor wordt de zee zuurder, met nog minder algen als gevolg.
De scenografie van ‘WIER’ beperkt zich tot strandstoeltjes en strandlakens voor het publiek en een grote kar. Die kar kan omgebouwd worden tot een tafel. Daaruit komen dan lichtbakken, flessenstoppen en talloze soorten wier, in grote massa’s, tevoorschijn, en ook nog eens twee broodbakplaten, een mixer en alle ingrediënten voor pesto met platbrood. Meer hebben François en Wouters niet nodig om de aandacht van het publiek vast te houden. Wanneer ze vertellen over het begin van het leven op aarde, doen ze dat in een pikzwarte ruimte, met enkel een lichtbak, wat water en een bal aan een touwtje. De twee onderzoekers zijn zo enthousiast dat de concentratie van de hele zaal op dat kleine plekje lijkt samen te komen.
De tekst van Vanmaele en Wouters behandelt de kinderen niet als fragiele wezentjes. De twee zeeliefhebbers zeggen duidelijk dat de zee door de mens te warm en te zuur werd en vol plastic zit. Ze leggen ook uit dat alle leven op aarde een schakel is in één systeem: als het met de wieren misloopt, loopt het dus voor iedereen mis. Ook wij, mensen, gaan er uiteindelijk aan ten onder. Omdat volwassenen niet willen, zegt Nori, is het belangrijk dat kinderen dat wél doen.
‘WIER’ wakkert een gevoel van gemeenschap aan door samen eten te maken.
‘WIER’ confronteert kinderen zo met een harde, onomkeerbare realiteit. De wereld gaat kapot. Op het eerste gezicht lijken de oplossingen die de makers naar voor schuiven licht naïef: als we meer wier eten, produceert de aarde er meer en wordt er meer koolstofdioxide uit de lucht gehaald. Vlak voor de massaconsumptiehoogdagen rond kerstmis, klinkt de boodschap toch wat wrang.
Dat wieren aantrekkelijk kunnen zijn als voedselbron blijkt hier ook minder overtuigend dan in ‘Zeemaal’. Volwassenen wagen zich sneller aan ongekende smaken en voedingsstoffen dan kinderen. De twee acteurs moeten dus heel wat doen om kinderen hier zo ver krijgen dat ze dat zilte, slijmerige goedje met enig enthousiasme omarmen. Beiden geven eerst ook toe dat zeewier niet altijd zo lekker is. Gelukkig vonden de culinaire experts van Laika daar iets op. Hun ‘zeewierzoetjes’ zijn een gelei van appelsap met wat spirulina als smaakloze kleurstof. Ook de ‘zeesla-pesto’ en het ‘blauwe schelpenbrood’ zijn lekker, maar dan vooral omdat het gewoon om pesto en platbrood gaat, al werd daar wat algenkleurstof en een vleugje zeewier aan toegevoegd.
Die wat naïeve toon van ‘WIER’ is echter schijn. Het stuk draagt geen concrete oplossing aan voor een bijna onomkeerbaar probleem. ‘WIER’ is zelfs opvallend hard voor zijn jonge publiek: het stuk zegt ronduit dat de wereld kapot gaat, al zadelt het de kinderen niet op met een schuldgevoel of met de verantwoordelijkheid om de kapotte planeet te herstellen. Integendeel zelfs: ‘WIER’ blijft niet steken in doemdenken. Net als veel andere Laika-producties wakkert ‘WIER’ een gevoel van gemeenschap aan door samen eten te maken. Aan ons strandlaken voeren we zo verrassend open gesprekken met totale vreemdelingen.
Nog belangrijker is dat ‘WIER’ zo de kiem wil planten voor een andere, probleemoplossende én vrolijkere manier van denken. Enkel gemeenschappen die wél nog in oplossingen geloven boeken overwinningen. ‘WIER’ weigert sussende geruststelling, maar weigert ook individuele berusting.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz