Jeugdtheater / Muziektheater

Somer & Winter Hans Vercauteren & Lente Verelst / OBV

Mooie verhalen, dorre standpunten

Het muziekspel ‘Somer & Winter’ (8+) gaat over de strijd tussen twee seizoenen om de heerschappij. Hans Vercauteren en Lente Verelst baseerden zich voor dit thema op een Middelnederlandse tekst. Muzikaal levert dat een kwikzilveren levendigheid op. De belerende begeleidende tekst van Thomas Janssens zet echter een domper op die muzikale vreugde.

Somer & Winter
Pieter T’Jonck Theater 't Eilandje, Antwerpen
02 februari 2026

‘Somer & Winter’ ontleent zijn verhaal aan ‘Vanden winter ende vanden somer’ een abel spel uit ca. 1350. Abele spelen zijn doorgaans een soort hoofs liefdesverhaal en een verre voorloper van theater zoals we dat vandaag kennen. Anders dan ‘Esmoreit’ of ‘Gloriant’, waar je op de schoolbanken misschien van hoorde, is dit stuk echter een allegorie over de seizoenen. Heer Winter en Heer Somer twisten over de vraag welk seizoen zich het best leent om de liefde te bedrijven. Er ontbrandt een strijd tot de godin Venus beide partijen tot het inzicht brengt dat ze elkaar aanvullen. Alleen Cockijn, één van de personages in het verhaal, is daarover teleurgesteld: die hoopte op een eeuwige zomer en neemt daarop de wijk naar Maastricht om zich te warmen aan steenkool (!).

Ik kan me voorstellen dat zo’n verhalen het publiek in de late Middeleeuwen verzoenden met barre winters. Wellicht ervoeren ze de natuurelementen ook veel meer als levende krachten. Kom daar vandaag maar eens om. Dat is zowat het eerste wat actrice Imke Mol, in de rol van Cockijn , ons op het hart drukt: vroeger koesterden we een poëtisch wereldbeeld. We spraken over de winter als een donker deken dat over de Aarde komt te liggen. Vandaag spreken we alleen nog over lagedrukgebieden en isobaren.

Waarom zou je overal grenzen instellen? ”De lucht kent toch ook geen grenzen?”

Als vanzelf koppelt ze daar in de loop van het stuk, als verteller en duider van dienst, andere inzichten aan vast. Over verhalen stelt ze: “Een verhaal is maar een verhaal als het gedeeld wordt. Anders is het een standpunt”. Ze stelt ook onze manier van wonen en leven in vraag. Zij heeft geen woonst en geen plan. Ze bloeit en groeit zoals een plant, en ze komt altijd wel ergens thuis. Waarom zou je dan overal grenzen instellen? “De lucht kent toch ook geen grenzen?”

Ook het geweld dat hoort bij grenzen en bezit wijst ze af: maakten Mahatma Ghandi, Martin Luther King, de Boeddha of Greta Thunberg hun punt immers niet zonder geweld? En nu we het toch over Thunberg hebben: er is ook een scène waarin Mol ons levendig de gevolgen schetst mocht er alleen nog winter of zomer zijn. Vogels zouden doodvriezen in het ene geval, geiten zouden misschien wel ontploffen van de hitte in het andere. Een klimaatcrisis van die omvang, dat wil toch niemand?

Mol dist dat hele ideologische verhaal luimig, met veel kwinkslagen op. In het tweede bedrijf speelt ze ook de rol van Venus, die ze voorstelt als een ijdele influencer. Ze probeert het publiek zo tot interactie te bewegen. Lukken doet dat zelden. Daarvoor is het verhaal te warrig, alsof tekstschrijver Thomas Janssens al te veel hedendaagse hot issues tegelijk wilde afvinken. De band met het Middeleeuwse verhaal, met de zinnebeelden van Somer en Winter, raakt daardoor ook zoek.

Levendige klankkleuren

Muzikaal draait het immers helemaal om dat Middeleeuwse verhaal. Componisten Hans Vercauteren en Lente Verelst zetten de Middelnederlandse tekst quasi ongewijzigd op muziek. Het belangrijkste verschil is dat ze van Somer een vrouw maakten. Somer en Winter strijden ook niet meer alleen over de liefde: ze twisten over welk seizoen sowieso het beste is. Naast de volwassen Cockijn duikt dat personage ook als kind op. Het is een erg levendige partituur, uitgevoerd door het Spectra ensemble, onder leiding van Vercauteren. De componisten halen verrassende klankkleuren uit een ongewone bezetting: viool (Pieter Jansen), contrabas (Bert faes), fluit (Tille Van Gastel), klarinet (Julien Bénéteau), hoorn (Bart Cypers) en trompet (Frankie De Kuyffer). De muziek opent met suggestieve, spaarzame klanken, evolueert soms naar een bijna vrolijke mars maar roept even vaak een onheilspellende sfeer op, als in een filmscore. Het geheime wapen van de componisten is de diverse percussie van Frank Van Eycken. Die voegt rake accenten toe aan de strijd tussen Somer en Winter.

Somer en Winter worden daarbij met verve vertolkt door sopraan Lissa Meyvis en bariton Kris Belligh. De nog jonge, maar met een prachtige stem begenadigde Millo Devroede speelt een vertederende jonge Cockijn. Hij is lid van het kinderkoor van Opera Ballet Vlaanderen dat hier een hoofdrol speelt. Regisseur Kenza Koutchoukali voert het koor op als het volk dat zijn oren nu eens naar de barse tonen van Winter, dan weer naar Somer, die vrolijk de hoogste noten opzoekt, laat hangen.

Ze doet dat met een minimum aan middelen. Het decor bestaat uit weinig meer dan twee verhoogjes – eentje voor Somer, eentje voor Winter – en een lage tribune voor het koor daartussen. Aan de winterzijde heerst koud, aan de zomerzijde warm gouden licht. Ook de kostuums zijn eenvoudig. De koorleden dragen eenvoudige, bijna doordeweekse kledij. Dat de jonge Cockijn kouwelijk is merk je doordat hij als enige een gewatteerde winterjas draagt. Winter torst een zware mantel. Enkel Somer pronkt met een opzichtig jakje met schitterende pailletten boven een wijde witte broek.

Het papier klinkt als een gure wind als het koor dat laat wapperen of als krakende donder als het scheurt.

Een mooie vondst is hoe regisseur Koutchoukali papier inzet. In een vroege scène plooien de koorleden er vliegertjes van, later bekogelen ze elkaar met proppen papier als sneeuwballen. Ze zet het papier ook in om geluidseffecten te creëren. Het klinkt als een gure wind als het koor dat laat wapperen of als krakende donder als het scheurt.

Volleerde acteurs zijn de koorleden echter niet. Dat merk je bijvoorbeeld in de wat houterige confrontatie tussen Venus en drie afgezanten van het koor: tegenover het vuurwerk van Imke Mol, die zich verlustigt in haar rol als ijdeltuit, steken de drie jongeren wat bleek af. Dat neemt niet weg dat je duidelijk merkt dat het koor met veel overtuiging en plezier zingt en speelt.

Net daardoor wringt de spanning tussen de verbeeldingsrijke Middeleeuwse allegorie en de gesproken tekst van Imke Mol: ze bezwaart de muziek met een al te zware ideologische saus. Of de kinderen in het publiek daar veel van meenemen of opsteken betwijfel ik trouwens. Die tekst bevat immers een flagrante paradox. Ze pleit voor meer poëzie, ze pleit ervoor dat we verhalen delen in plaats van elkaar vanachter schermen te bekogelen met standpunten – zeg maar: alternatieve waarheden –. De tekst zondigt daar zelf echter voortdurend tegen. Hoe hard Mol ook haar best doet om er leven in te pompen, de tekst dekt als een donkere deken, een koude winter, de fantasie van het bronverhaal toe. Dat is jammer.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz