Nooit nooit Wolf Wolf /NTGent
Alles van waarde leer je vanbuiten
Het collectief Wolf Wolf raakte in de ban van het archief van het NTGent. Dat lijkt misschien een nieuwsgierigheid die zeer ondramatisch is, maar het tegengestelde is waar: ‘Nooit nooit’ is een boeiende, frisse voorstelling geworden. Het archief als een soort snoepwinkel waarin de spelers verrast werden door de vele documenten uit het verleden.
‘Nooit nooit’ van het collectief Wolf Wolf heeft ongetwijfeld het meest onverwachte onderwerp voor een theatervoorstelling. Zes spelers duiken in een archief en snuffelen in de dozen – minder dramatisch kan het niet zijn. Maar het collectief Wolf Wolf heeft van zijn fascinatie voor de geschiedenis van een stadstheater een vrolijke voorstelling weten te maken.
Het scenografisch ontwerp van Gilles Pollak bestaat eerst uit een wand met schuiven. Hier zijn we op het terrein van de archivaris. Fabrice Delecluse verschijnt als een vreemde figuur in een echt theaterkostuum (Marij de Brabandere en Lieve Pynoo) - een beetje historisch, of een beetje als een monnik. Zijn tekst komt niet uit één van de archiefdozen maar uit de roman ‘Oorlog en oorlog’ van de Nobelprijswinnaar Laszlo Krasznahorkai. De archivaris beklaagt zich over het feit dat hij zich steeds minder herinnert.
De spelers ontdoen alle gekozen teksten van de theatrale en sociale context.
Hiermee wordt een centraal thema ingeleid, want als later de imposante wand verdwijnt, en we langs een video-opname in de archiefkamer binnendringen, gaan de spelers op zoek naar speelteksten en documenten om ze van buiten te leren en ze zo te redden. Het archief wordt opgeruimd door een dozenman (Gilles Pollak). Voor het zover is kiezen de zes spelers teksten en documenten die ze de moeite waard vinden.
Uit alle dozen kiezen ze onder andere ‘Triptiek van het Weerzien’ van Botho Strauss, ‘Moeder Courage’ van Brecht, ‘Onder de Torens’ van Claus en ‘Hamlet‘ van Shakespeare. Bij de scène van Botho Strauss kunnen alle leden deelnemen aan de discussie over ‘kapitalistisch realisme’ – een ironisch commentaar van de Duitse schrijver over ideologische bespiegelingen die in de jaren tachtig van de vorige eeuw in de kunstwereld rondwaarden.
Je kan je afvragen waarom het collectief het stuk ‘Onder de Torens’ uit een doos hebben gehaald. Claus maakte zich lustig over de afbraak en de heropbouw van het Gentse belfort. Hier botst de voorstelling op zijn limieten. Misschien kozen ze het fragment omdat het grappig is. Dat is althans het effect dat de tekst op een jonger publiek in de zaal heeft. Maar oudere toneelliefhebbers herinneren zich vooral de commotie rond de opvoering. Het stuk werd toentertijd slecht ontvangen, omdat dit één van de zwakke gelegenheidsteksten van Claus is. De schrijver beweerde echter dat het gebrek aan kwaliteit te wijten was aan regisseur Sam Bogaerts. Over dit incident echter hoor je bij Wolf Wolf niets. Zij ontdoen alle gekozen teksten van de theatrale en sociale context. De voorstelling is a-historisch. Deze spelers zijn niet met de theatergeschiedenis bezig, maar met zichzelf.
Teksten van buiten leren is teksten beschermen
Als ze het al over het leven van het theatergezelschap hebben, halen ze weinigzeggend materiaal boven. Naomi Van der Horst heeft het over een ontslagbrief van een stagiaire, of ze leest de samenstelling van de raad van bestuur voor, waarbij geen enkele duiding, opmerking of standpunt wordt ingenomen – het oppervlakkige, in feite nutteloze citaat vinden ze volstaan.
Hoe sterk de tekst betrokken wordt op het eigen leven, blijkt uit de citaten uit ‘Hamlet’. Flor van Severen spreekt tot de geest van de vader van de Deense prins. Het antwoord wordt gesproken door Fabrice Delecluse – die van archivaris gepromoveerd is naar souffleur en nu even acteur. De situatie vader en zoon betrekt Van Severen op zichzelf. Hij wil graag dat de archivaris de rol van zijn eigen overleden vader overneemt. Hier wordt literatuur realiteit. Je mag veronderstellen dat Flor Van Severen (zoon van de overleden ontwerper Maarten Van Severen) een diep gemis tot uitdrukking brengt. Fabrice Delecluse als persoon kan een vervangvader zijn, vooral als je weet dat hij een belangrijke rol heeft gespeeld bij de acteursopleiding bij Van Severen.
Een andere belangrijke persoonlijkheid schuilt ook in de geest. De betreurde Sam Bogaerts speelde een belangrijke rol in NTGent met het initiatief het Salon. Bogaerts wilde met jonge spelers wekelijks een voorstelling maken. Ook teksten uit het Salon zijn in deze voorstelling verweven. Voor de leden van Wolf Wolf heeft Bogaerts ook een speciale betekenis omdat hij bij het K.A.S.K de opleiding een heel nieuwe en vruchtbare invulling heeft gegeven.
Je voelt: hier ademt alles een liefde voor het toneelspelen uit.
Mitch van Landeghem is geobsedeerd door één uitdrukking: de muzikale perfectie van een geweerschot. Hij zal tenslotte het geluidseffect kunnen realiseren. Daarna verklaart hij zich vrij en wil hij dansen zoals Nijinsky. (Of Nijinsky in de dozen terug te vinden is, laat ik in het midden). Op de prelude nummer 20 van Chopin maakt hij drie essentiële gebaren, waarna iedereen zich bij hem voegt. Het is een leuk theatraal moment, maar Wolf Wolf stapt dan wel uit het strenge concept.
Dan wordt het rode doek neergelaten en Fabrice Delecluse verschijnt in een wit kleed. Hij lipt het lied van Dalida: ‘Je veux mourir sur scène’. Als de ganse ploeg -in het wit- hem vervoegt, voel je: hier ademt alles een liefde voor het toneelspelen uit. Teksten van buiten leren is teksten beschermen.
Door de energie en het spelplezier van alle deelnemers komt deze ‘Nooit nooit’ tot leven. De voorstelling is geestig, intens, grillig, rijk en verrassend. Hun betoog dat teksten niet mogen vergaan, klinkt eerlijk en dringend. De voorstelling wordt zo ook een ruimere strijd tussen vergeten en zich herinneren. Nu we als publiek oppervlakkig kennis hebben genomen van een aantal boeiende toneelstukken, hebben we recht op een toepassing van de theorie: collectief Wolf Wolf belooft verder de strijd aan te gaan om belangrijke teksten te blijven spelen. Het maakt ‘Nooit nooit’ tot een fris pleidooi voor repertoire.
Ik zou zeggen: verlaat het archief en spoedt u naar een toneelbibliotheek. Ik ben ervan overtuigd dat er ons dan nog heerlijke theateravonden te wachten staan.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz