Mr Patate Cie Bancale
Titanium is de toekomst
Circusartiest Karim Randé verloor zijn been na een ongelukkige landing op de wip. Fin de carrière, denk je dan. Maar Randé ontdekte met zijn nieuwe lichaam nieuwe mogelijkheden. ‘Mr Patate’ is een ode aan fysieke en mentale veerkracht én inventiviteit. Dat net deze voorstelling op Cirque Plus staat, is niet verwonderlijk. Het festival zet al jaren sterk in op inclusie, niet als etiket maar als vanzelfsprekend onderdeel, zowel qua publieksonthaal als qua programmering.
Karim Randé komt vanachter het publiek, als een recht-door-zee piraat pekkelt hij over de bankjes, neergepoot in de tuin van het Grootseminarie in Brugge waar Cirque Plus jaarlijks neerstrijkt. Meteen bewijst hij dat hij er een stuk beter aan toe is dan wij misschien veronderstelden, hij daar met één been. Hij klopt hard op een houten bankje met zijn prothese – een metalen staaf met kunstvoet, vastgehecht aan zijn bovenbeen. Hij zal alvast geen blauwe plekken of opengehaalde schenen meer oplopen. "Titanium is the future!", grijnst hij.
Hollywoodfilm
Het levensverhaal van Karim Randé leest als een Hollywoodscenario over volharding en wederopstanding. Hij speelde bij topgezelschappen als Cirque du Soleil en Galapiat Cirque, was stuntman in ‘Snow White’, de film met Julia Roberts. Tot hij in 2014 tijdens een sprong op de bascule (Koreaanse wip) zijn enkel verbrijzelde. Na maanden revalidatie stond hij weer in de piste. Maar de schroeven in zijn voet braken af en met elke landing kwamen splinters kraakbeen los. Een hardnekkige botinfectie volgde, met nog meer operaties. Op 1 april 2016 besloot hij uiteindelijk zelf om zijn rechtervoet te laten amputeren. Niet omdat hij wilde stoppen met circus, maar precies omdat hij verder wilde.
Randé verloor een been en kreeg een ander lichaam cadeau.
Randé verloor een been en kreeg een ander lichaam cadeau. Een lichaam dat opnieuw getraind moest worden. Circus werd geen strijd tegen zijn handicap, maar een zoektocht naar een nieuwe grammatica van techniek en een nieuwe poëtica van artistieke expressie. Het werd de start van zijn eigen gezelschap, Compagnie Bancale, wat in het Frans zoveel betekent als ‘wankel, scheef of gebrekkig’.
Gebrekkig is ‘Mr Patate’ allerminst. In nauwelijks een uur passeert zowat Randés volledige arsenaal aan disciplines: bascule, roue cyr, Chinese mast, grondacrobatie, rolschaatsen… Het is soms iets te veel van het goede. Alsof Randé koste wat kost wil bewijzen dat hij alles nog kan. Het dwingt hoe dan ook bewondering af. Bascule springen is sowieso al een aanslag op de knieën van een valide acrobaat; laat staan wat de impact moet zijn als je landt op een metalen staaf, vastgehecht aan je been.
Mijnheer Aardappelhoofd
Bij ‘Mr Patate’ staan naast Randé ook medeacrobaat Pablo Valarcher en de geluidsman-technieker op scène. Niets in de handen, niets in de mouwen. Allen gekleed in roze outfits. Aan de rand van Randés broek, precies daar waar zijn been eindigt, loopt een stippellijntje. Zo'n lijntje dat je ziet op verpakkingen of stof. Iets wat je kan afknippen of net aannaaien, al naargelang. Tussen zijn en niet-zijn, been of geen been, op scène is alles mogelijk.
Samen zetten Randé en Valarcher synchrone pasjes als in een revue. Ook al moet Randé het doen met een prothese, hun bewegingen zijn feilloos identiek. Als de beenprothese afgaat en vervangen wordt door een kruk, wordt ook dat een nieuw verlengstuk van zijn lichaam, dat andere bewegingen genereert. De voorstelling evolueert zo langs een scala van technieken met bijhorende protheses, altijd even wendbaar, om uiteindelijke te komen bij de naakte stomp.
Lichaam en object, ledemaat en onderdeel verstrengelen. Samen zaaien ze heerlijke verwarring.
De titel ‘Mr Patate’ verwijst naar Meneer Aardappelhoofd, het speelgoed waarvan neus, oren, armen en benen voortdurend verwisseld kunnen worden (en ondertussen alom bekend als personage in ‘Toy Story’). Ook Randé wisselt ledematen alsof het accessoires zijn. Zijn prothese verdwijnt, een kruk wordt plots een been, een kunstvoet verandert in een hand waarmee hij de Chinese mast beklimt en meer aap dan mens wordt. Zo verstrengelen lichaam en object, ledemaat en onderdeel. Samen zaaien ze heerlijke verwarring.
Het grappige is dat vooral de valide acteur in de rolstoel belandt. Ook die rolstoel verliest zijn 'benen', zijn wielen, en wordt een cirkel zoals ook de roue cyr (enkel rad) dat is. Het is een van de mooiste scènes: de roue cyr, de metalen ring, roept haast vanzelf Leonardo da Vinci’s ‘Man van Vitruvius’ op: de mens als perfecte maat der dingen, harmonie gevangen in een cirkel. Alleen klopt die geometrie hier niet meer. Eén been ontbreekt. Toch tekent Randé opnieuw die cirkel. Het wiel wordt de passer waarmee hij een nieuw lichaam uittekent. Perfectie zit niet in de symmetrie, maar in het vermogen om een nieuw evenwicht te vinden.
Franse parlé
Minder geslaagd is alles daartussen. Zoals wel vaker bij Frans circustheater kunnen de artiesten de verleiding niet weerstaan tot (te)veel parlé. Er wordt wat halfslachtig gefilosofeerd over de maakbare mens en bionische lichamen. Valarcher bevestigt aan zichzelf een sensorisch harnas en robothand, maar het idee blijft halverwege de uitwerking steken. Die ruis op de voorstelling heeft ook een praktische oorzaak. De woorden vullen vooral de tijd die nodig is om alweer een volgend toestel op te bouwen. Ook de soundtrack - een cocktail van synthesizers, mandoline en ander gepingel - doet (zoals bij zovele circusvoorstellingen helaas) vooral dienst als auditief behang.
Zo trapt ‘Mr Patate’ toch in de klassieke circusval: virtuositeit als optelsom van kunstjes. Ik vraag me af hoeveel groter de impact zou zijn geweest als Randé zich had beperkt tot één discipline en daarin de mogelijkheden van zijn verschillende protheses en bewegingsmateriaal ten volle had onderzocht. In die beperking, van de beperking in dit geval, toont zich de meester.
Wanneer iedereen gewend is aan zijn prothese, gespt Randé die af. Zijn stomp verandert prompt in een keffende hond.
Dat gezegd zijnde bouwt ‘Mr Patate’ wél richting een feestje met een straffe bascule-act, want daar is Randé om te doen: tonen wat hij allemaal kan én het publiek entertainen.
Want ‘Mr Patate’ is allerminst een geweeklaag. Integendeel, de voorstelling blinkt uit in zelfrelativering. Wanneer iedereen gewend is aan zijn prothese, gespt Randé die af. Zijn stomp verandert prompt in een keffende hond. De kinderen op de eerste rij schateren, zeker wanneer vervolgens een afgebeten been op de scène belandt. Lachen als overlevingsstrategie. Niet ondanks de situatie, maar precies omdat ze nu eenmaal is wat ze is. Het is dezelfde speelse brutaliteit die ook het werk van Cirque Inextremiste kenmerkt, of de voorstelling ‘Pijnmoe’ van Hans Vanwynsberghe.
Meer nog dan het overwinnen van beperkingen toont ‘Mr Patate’ dat passie zich niet laat inperken, laat staan amputeren.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz