Circus

Pijnmoe Cie 2dehans.com

Circus tegen beter weten in?

‘Pijnmoe’ vertelt de persoonlijke geschiedenis van circusartiest Hans Vanwynsberghe, over hoe chronische pijn geleidelijk plaatsmaakte voor chronische vermoeidheid. Hoe maak je circus als je lichaam niet meer wil? Vanwynsberghes chronische vermoeidheid is niet alleen het onderwerp van de voorstelling, maar heeft hem ook gedwongen zijn eigen praktijk opnieuw uit te vinden. Kan hij dat accepteren?

Pijnmoe
Bas Blaasse Spaanskasteelplein, Gent in kader van Miramiro
26 juli 2026

Voor een circusartiest, en in zekere zin voor iedere performer, is het lichaam het materiaal waaruit een voorstelling bestaat. ‘Pijnmoe’ vertrekt vanuit de vraag wat er gebeurt wanneer dat lichaam aftakelt of het simpelweg laat afweten. Hans Vanwynsberghes grootste droom is en blijft om op het podium te staan. De titel verklapt al het een en ander: zijn pijnen en vermoeidheid blijven hem belemmeren, maar precies daar heeft hij zo genoeg van. Hij is pijnmoe.

Humor zal minstens zo belangrijk blijken als acrobatiek, zo niet belangrijker.    

Het decor is eenvoudig: drie opgestapelde matrassen, een slap gespannen koord en vooraan op de scène een indrukwekkende ketting van lege medicatiestrips – de restanten, zo blijkt, van twee jaar werken aan deze voorstelling. Vanwynsberghe verschijnt in een blauw acrobatentenue, met uitvergrote kostuumhandschoenen die zijn bewegingen vanzelf licht karikaturaal en clownesk maken. Ze zetten de toon: humor zal minstens zo belangrijk blijken als acrobatiek, zo niet belangrijker.

Vanwynsberghe vertelt over de rugbreuk die hij drieëntwintig jaar geleden opliep na een ‘mislukte’ dubbele salto. Hij maakte niet twee maar tweeënhalve salto en belandde op zijn nek. De chronische pijn die daarop volgde, zette hem buitenspel. Langzaam ging het beter, maar de pijn maakte plaats voor chronische vermoeidheid, die zijn leven tot op de dag van vandaag bepaalt. Artsen tastten in het duister. Maar nog lastiger dan de klachten zelf, vertelt hij, is dat niemand ze kan zien. Omdat niemand ziet hoe moe hij is, moet hij die toestand voortdurend uitleggen.

Onzichtbare pijn

Veel van de voorstelling leest als een zoektocht naar beelden voor precies die onzichtbare gevolgen van Vanwynsberghes aandoening. Achter bijna iedere grap schuilt een poging om een ervaring zichtbaar te maken die zich doorgaans aan het zicht onttrekt. Een reeks kine-oefeningen is de aanzet tot een ogenschijnlijk simpele, maar toch onmogelijke acrobatische act. Een ladder waarop Vanwynsberghe muurvast komt te zitten verbeeldt zowel het sociale isolement als het kluwen van instanties waarin langdurig zieken terecht kunnen komen, terwijl een groen vangnet de belofte van het sociale vangnet illustreert – om er vervolgens net naast te vallen.

Het contact met het publiek is hier ook zijn mentale medicijn.    

Het publiek maakt vanaf het begin deel uit van die verbeelding, en dat is niet enkel een vanzelfsprekend circuselement. Want bovenaan de mentale problemen die mensen melden met klachten staat sociaal isolement, vertelt hij. Het contact met het publiek is hier ook zijn mentale medicijn. Toeschouwers lezen de oefeningen voor of mogen hem met grote gele ballen van een koord proberen te gooien, waar vooral de jonge toeschouwers gretig gehoor aan geven.

‘Pijnmoe’ balanceert tussen circus, theater en stand-up, en neigt zelfs eerder naar het laatste. Zelfspot en ironie vormen de motor van de voorstelling. Op de ‘klassieke’ vraag van een arts hoeveel pijn hij heeft, antwoordt Vanwynsberghe met π: een getal zonder einde. Het is een geestige, maar ook veelzeggende reactie op de poging om een wezenlijk subjectieve ervaring in cijfers te vatten, zonder dat die meting de pijn zelf dichter bij een oplossing brengt. 

Moed of overmoed?

De metaforen zijn niet altijd buitengewoon origineel, maar blijven wel grotendeels overeind doordat ze nog een andere dimensie blootleggen: de grens tussen controle en controleverlies. Vanwynsberghe laat zijn lichaam voortdurend dingen doen waarvan je je kunt afvragen of hij ze nog wel aankan. Wanneer hij geblinddoekt op een slap koord stapt en kinderen uitnodigt hem eraf te gooien, weet je niet zeker of je nu kijkt naar een zorgvuldig opgebouwd nummer of naar iemand die, een tikkeltje hardleers, zijn grenzen maar blijft opzoeken.

Het woord ‘acromegalie’, dat al die tijd op het decor heeft geprijkt, blijkt opgebouwd uit twee verschuifbare delen. Wanneer die uit elkaar schuiven, verschijnen de woorden ‘acrobatiek’ en ‘megalomanie’. Dat is in deze context een treffende vondst die suggereert dat ook Vanwynsberghes eigen vasthoudendheid deel uitmaakt van zijn zoektocht. Handelt hij tegen beter weten in? Wanneer wordt doorzettingsvermogen het onbezonnen weigeren om je eigen grenzen te aanvaarden?

Pauzes maken deel uit van de voorstelling, mislukte pogingen doen ertoe.    

‘Pijnmoe’ gaat uiteindelijk niet per se over chronische vermoeidheid, maar over wat die vermoeidheid met de mogelijkheden van circus zelf doet. In hoeverre kan je als artiest de gedwongen verandering van je vak accepteren? Vanwynsberghe probeert niet te verhullen dat hij bepaalde dingen niet meer kan. Zijn beperkingen zetten de piketpaaltjes voor de dramaturgie. Pauzes maken deel uit van de voorstelling, mislukte pogingen doen ertoe en het streven naar technische perfectie verandert in een oefening in zelfrelativering, vertelkunst en cabaret.

Dat wil niet zeggen dat het circus helemaal verdwijnt. In de slotscène grijpt Vanwynsberghe terug naar het jongleren, dat ooit zijn absolute specialiteit was. Het is zowel een nostalgische finale als een soort samenvatting van de voorstelling. De kegels vallen onvermijdelijk op de grond, maar dat is nu precies de clou van Vanwynsberghes zoektocht: jongleren draait niet om de kegels nooit te laten vallen, maar om de manier waarop je ze weer opraapt. Telkens opnieuw hervatten, opnieuw opstaan, dat lijkt de les. ‘Pijnmoe’ is geen comeback van een acrobaat die zijn oude kunnen heeft hervonden, maar het portret van een maker die ontdekt dat hij, noodgedwongen, een ander soort circus is moeten gaan maken.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz