Panic Ludic Pol&Freddy
Vang ze allemaal!
Achter de ingenieuze objectanimatie van ‘Panic Ludic’ gaat vooral een charmant maar verdacht personage schuil. Sander De Cuyper pakt zijn publiek in, om het vervolgens te laten twijfelen aan de bedoelingen van deze ‘vriendelijke’ verzamelaar. Die dubbelzinnigheid wekt de voorstelling makkelijk tot leven.
Een driehoek op een dor grasveld is afgezet met rood-witte linten, voor een oude tuinmuur. Enkele plastic luidsprekers staan rondom de driehoek, erachter vuilnisbak met het merkwaardige verbod om er vuilnis in te gooien. Het speelterrein is eenvoudig.
Kleine ontdekkingen
Als iedereen zit (of staat), horen we achter de muur wat gerommel en gesleep. Boven de muur zien we het uiteinde van een waggelende trap en een stukje klimop die meebeweegt. De trap wordt tegen de muur gezet en daar is Sander De Cuyper, in een groene overall, bepakt met allerlei onduidelijke attributen. Zijn uitrusting houdt het midden tussen die van een tuinman, een legergeneraal en een visser. Hij klimt over de muur en zelfs over het publiek heen. Niks gaat van een leien dakje, maar iedere hindernis is vooral aanleiding voor een grap.
Vanaf dat moment is 'Panic Ludic' een aaneenschakeling van kleine ontdekkingen. Met een schep graaft De Cuyper in de uitgedroogde grond, waar voortdurend nieuwe voorwerpen verborgen blijken te liggen. Een kunststof vlinder, een opwindvogeltje, een glinsterend beestje, een blikje frisdrank, een eindeloos lang touw. Elk object vormt het vertrekpunt van een nieuw kat-en-muisspel tussen De Cuyper en zijn dieren, waarin zijn behendigheid in combinatie met clowneske klungeligheid voorlopig verhult wat er echt op het spel staat. Tussen mechanische inventiviteit en kinderlijke naïviteit vindt hij zijn plezier.
De Cuyper animeert niet alleen de objecten maar ook zijn publiek.
De Cuyper animeert niet alleen de objecten maar ook zijn publiek. Met de overtuiging en vanzelfsprekendheid waarmee hij leven brengt, trekt, of werpt, in levenloze dingen, neemt hij het publiek voor hem in. Plastieken vlinders dansen soepeltjes op de wind, een radiografisch bestuurd autootje verandert in een overtuigende, eigenwijze hond, een glinsterend beestje schiet over de grond als een aal en een batterij opwindkuikentjes danst met karakter hun salsa. De technische beheersing van De Cuyper blijft daarbij grotendeels onzichtbaar.
Verborgen streken
Toch schuilt de kracht van de voorstelling uiteindelijk niet alleen in die inventiviteit. Interessanter is uiteindelijk het personage dat De Cuyper opbouwt. Aanvankelijk oogt hij vriendelijk en nieuwsgierig. Hij geeft een kind een gevonden vlinder en aait het even over het hoofd. Hij lijkt oprecht zorg te dragen voor de wonderlijke wezens die hij opgraaft en voor zijn (jonge) toekijkers. Maar dat beeld begint scheuren te vertonen en zelfs te kantelen.
De overtuiging waarmee de dieren tot leven komen, dient uiteindelijk om ons zo nu en dan te doen huiveren, als hij van alles begint te doen met de beestjes waar we in beginnen te geloven. De vlinder blijkt uiteindelijk niet meer dan lokaas om de mechanische hond te vangen. Zodra die gevangen is, probeert zijn baasje het dier met zichtbare en hoorbare frustratie onder controle te krijgen. Liefkozingen slaan om in schoppen en maken daarna weer plaats voor aaien en belonen met een snoepje, op voorwaarde dat de hond de gewenste kunstjes uitvoert.
Ook de opwindvogeltjes wachten een wreed lot. Ze krijgen een heus podium, in de vorm van een klein houten plateau, om hun rondjes te dansen. Dat verandert al snel in een wedstrijdje lopen. Wie het eerst over de rand van het plateau loopt, stort te pletter in het gat in de grond, waar ze zonet uit tevoorschijn kwamen. Vervolgens wordt de winnaar met een schouderophalen en zonder veel pardon platgetrapt, krijgt nog eens een extra klap met de schep toegediend om te verzekeren dat-ie wel dood is, om uiteindelijk ontleed te worden door de meester. Uit kwaadaardigheid? Of uit nieuwsgierigheid? In deze heldere grappen lees je het karakter van een halve mensheid, maar ook een knipoog – of kritische aantekeningen – bij de wegwerpmaatschappij: wie of wat niet meer functioneert mag de vuilbak in.
De Cuyper speelt een onvoorspelbare opportunist die zich voordoet als een sympathieke zonderling.
De humor van 'Panic Ludic' schuilt in de dubbelzinnigheid van iedere handeling en de mogelijkheid van een doortrapte intentie die altijd op de loer lijkt te liggen. De Cuyper speelt een onvoorspelbare opportunist die zich voordoet als een sympathieke zonderling. Hij is hartelijk zolang het hem uitkomt. Hij stuurt kinderen even gemakkelijk weer weg, met een wegwerpgebaar alsof ze er niet toe doen, en gebruikt elk gevonden object uiteindelijk om zichzelf mooier te maken. Een vlinder wordt een speld op zijn jas, een glinsterend diertje eindigt als oorbel, en een van de opwindkuikentjes bungelt als sleutelhanger aan zijn outfit. Het leven vliegt er even snel weer uit. Als De Cuyper een verzamelaar is die een verzameling aanlegt, dan in ieder geval niet als poging om de wereld te bewaren. Zijn curieuze vangsten dienen om zichzelf te tooien, waardoor zijn kostuum gaandeweg steeds meer kleur krijgt.
Die dubbelzinnigheid werkt uitstekend. Kinderen reageren uitgelaten en vol enthousiasme op de onverwachte wendingen, en de volwassenen waarderen zijn geraffineerde timing waarmee hij verwachtingen opbouwt en vervolgens weer onderuithaalt. Een vriendelijk gebaar blijkt zelden zonder bijbedoeling. De Cuyper speelt voortdurend met de vraag of we zijn personage eigenlijk wel moeten of mogen vertrouwen. Of eigenlijk beantwoordt hij die vraag steeds opnieuw negatief. En toch blijven we gecharmeerd en verheugd op de volgende verrassing. Het levert een komische spanning op die de korte voorstelling zelf tot het einde leven inblaast.
Meer dan een simpel verhaal
Wat dat betreft overstijgt de voorstelling ruimschoots de begeleidende tekst. Die spreekt over een post-apocalyptische wereld en een ode aan de vriendschap tussen mens en object. De verlaten omgeving is misschien een aanleiding voor de eerste beelden, maar niet heel veel meer en verdwijnt daarna grotendeels naar de achtergrond. Van een harmonieuze vriendschap is al helemaal geen sprake. De objecten of dieren zijn partners zolang ze bruikbaar zijn en worden onbeschaamd omgetoverd tot trofeeën zodra ze hun dienst hebben bewezen. Die ambiguïteit maakt de voorstelling juist interessanter.
Hij wil ze allemaal verzamelen!
'Panic Ludic' is hoe dan ook geen melancholisch relaas over een wereld na de ondergang en ook geen verhaal met een duidelijke les, bijvoorbeeld over vriendschap met dieren of met technologie. Naast de vermakelijke acts zet De Cuyper vooral een kleine karakterstudie neer van een man die zijn omgeving met grote vindingrijkheid naar zijn hand zet, maar gaandeweg ook ontpopt tot een charmante schurk. Hij wil ze allemaal verzamelen! Het is dankzij De Cuypers’ trefzekere spel en timing, en zijn technische virtuositeit dat vooral het personage, even innemend als egoïstisch, de show steelt.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz