Giovanni's Room ITA / Eline Arbo / James Baldwin
Kerk en kerker ineen
Pas de dertig voorbij is James Baldwin (1924 – 1987) als hij in 1956 een punt zet achter ‘Giovanni’s room’, na ‘Go tell it on the mountain’ nog maar zijn tweede roman. Hoewel de schrijver dit fictieve relaas over een homoseksuele relatie met moeite uitgegeven krijgt, groeit het al snel uit tot een klassieker. Eline Arbo, sinds 2023 artistiek directeur bij Internationaal Theater Amsterdam, neemt Baldwins beroemdste werk onder handen als een onderzoek naar identiteit, seksualiteit en de tijdloze strijd tussen individu en dominant maatschappelijk vertoog.
Net als Baldwin zelf is hoofdpersonage David als Amerikaan gestrand in Parijs. Zijn verloofde Hella zwerft na hun verloving enkele maanden door Europa, op de vlucht voor wat misschien een vermoeden is van Davids homoseksualiteit. Niets staat tijdens haar afwezigheid een relatie tussen David en Giovanni in de weg.
Giovanni’s kamer, een achterafflatje van enkele vierkante meter nauwelijks die naam waardig, opent voor David een mentale ruimte, namelijk die waar hij zijn geaardheid vrijelijk kan beleven. De plek wordt het brandpunt van zijn verlangen, het epicentrum voor de liturgie van zijn erotische zelfverwerkelijking. Tegelijk is deze kerk ook kerker, want David gelooft dat buiten de armtierige muren van dat appartement geen plaats is voor een relatie tussen twee mannen.
De dwingelandij van sociale axioma’s
Zowel de roman als de theaterbewerking cirkelen rondom Davids geïnternaliseerde homofobie. Omdat hij zich probeert te verzetten tegen wat hij is, vernietigt hij niet alleen alles wat hij zou kunnen hebben, maar uiteindelijk ook zichzelf. Stilistisch sober, filosofisch gekruid en aan een verschroeiend tempo verteld, leest Baldwins boek als een verslavende tragedie. Thematisch rekt de schrijver de thematiek subtiel verder op, bijvoorbeeld door stil te staan bij Hella’s dilemma. Eenmaal gehuwd, sluit ook zij zich aan bij een socio-maatschappelijk vertoog waar als verstikkend ervaren verwachtingen bij horen.
In zijn portrettering van Jacques en Guillaume, twee oudere homoseksuelen die gedoemd zijn hun driften als gescharrel in het verborgene te vervullen, toont Baldwin evenzeer hoe in principe alle personages onderhevig zijn aan de dwingelandij van onwrikbare sociale axioma’s. Hetzelfde geldt immers voor Giovanni, die zich seksueel weliswaar vrijer opstelt, maar evengoed een paria blijft gezien zijn status als arme inwijkeling.
Zien en gezien worden: het loopt als een rode draad doorheen Arbo’s piekfijn uitgekiemde enscenering.
Zien en gezien worden: het loopt als een rode draad doorheen Arbo’s piekfijn uitgekiemde enscenering. Dat zelfs acteurs als ze geen tekst hebben toeschouwer zijn van de handeling, is geen toeval. Het idee iets onwettigs te doen, maar evengoed de sensuele spanning van het verboden begluren of de paranoia van David die er een dubbelleven op nahoudt: Arbo speelt met de uiteenlopende ladingen van bespieden. De ambiguïteit van Giovanni’s kamer neemt ze bovendien schitterend mee in het lichtplan, dat Davids zinnelijke prerogatief pijnlijk duidelijk afbakent.
Arbo’s signatuur laat zich lezen in de gemillimeterde beheersing van alle theatrale parameters. Een atmosferische soundtrack met gezongen teksten waarin Davids tweestrijd volmaakt echoot, een geësthetiseerde choreografie als metafoor voor de momenten van wellust die in vervulling gaat, de theatermachine maximaal exploiteren (met veel regen en rook op scène) om de toeschouwer de adem te benemen: ‘Giovanni’s room’ is een masterclass voor wat de beheersing van het medium betreft. Dit zowel audiovisueel als op vlak van de acteerprestaties, met Eelco Smits en revelatie Jesse Mensah in ronduit fenomenale vertolkingen van respectievelijk David en Giovanni.
Een opgeboende catastrofe
Is ‘Giovanni’s room’ daarmee de best denkbare adaptatie van de roman naar de bühne? In theorie misschien wel. Toch is de emotionele impact van de roman beduidend groter. Dat moet met Arbo’s idioom te maken hebben. Baldwins boek bulkt van een intuïtief vertelde lijfelijkheid, waardoor climactische homo-erotische vrijpartijen even authentiek aanvoelen als de tragische kroniek van een aanranding, of de pijnlijke zelfnegatie van David die zichzelf bedriegt in de armen van een vrouw. Arbo boent die instinctieve lichamelijkheid in zekere zin schoon, al doet ze dat wel met een weergaloos vakmanschap.
Arbo boent die instinctieve lichamelijkheid in zekere zin schoon, al doet ze dat wel met een weergaloos vakmanschap.
‘Giovanni’s room’ is een parel om naar te kijken, maar de viscerale impact van Baldwins origineel ontbreekt. Dat David gevangen zit in zijn spiegelbeeld, en dus in de vermeende blikken van zijn omgeving, komt neer op een onmogelijke existentiële worsteling. Verliest deze catastrofe niet aan urgentie, door haar als een volmaakt spektakel voor de zintuigen op te voeren?
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz