Theater / Performance

The more I see you (The more I want you) Charlotte Bouckaert / BRONKS

Gezien worden en zwijgen

We praten graag over jongeren alsof ze een maatschappelijk vraagstuk zijn dat dringend opgelost moet worden. Aan talkshowtafels gaat het over schermtijd, TikTok en de vraag vanaf welke leeftijd een smartphone verantwoord is. Experts schuiven aan, ouders mengen zich in het debat. De tiener zelf blijft opvallend vaak thuis. ‘The More I See You (The More I Want You)’ keert die verhouding om. Samen met regisseur en beeldend kunstenaar Charlotte Bouckaert onderzoeken zeven jonge spelers hoe het is om op te groeien met de camera als vanzelfsprekend onderdeel van het dagelijks leven.

The more I see you (The more I want you)
Aïcha Mouhamou BRONKS, Brussel
24 september 2026

De scène heeft de allure van een geïmproviseerde fotostudio: links een kledingrek, achteraan een witte infini/projectiewand, een projectiescherm en verspreid over de vloer camera’s op statief. Een voor een verschijnen Axel Stroobant, Ender De Brabander, Jade Crabbé, Meghan-Timbeng Maboh, Robin Devos, Steph van Iersel en Tessa Swinnen ten tonele. Ze bewegen zich voor een camera op wieltjes die zijn beelden onmiddellijk naar de projectiewand doorstuurt. Op de achtergrond klinken hun stemmen in documentaire fragmenten. Daarin hebben ze het over thema’s als acceptatie, erbij horen en de omgang met elkaar binnen hun generatie.

Hun lichamen worden zo live geregistreerd, terwijl hun stemmen een tweede laag aan het beeld toevoegen: wat we zien en wat zij over zichzelf en hun leefwereld vertellen, lopen voortdurend parallel. Wat zich op de scène afspeelt, wordt simultaan een voorstelling én een beeld: kijken en bekeken worden vallen samen.

Fysieke doomscroll

De spelers bewegen zich voortdurend over het speelvlak, in een fysieke choreografie van kronkelende lijven, gekke bekken en korte, uitvergrote poses voor de camera. Ze verdwijnen uit het kader en duiken even later weer op in een andere gedaante. Zodra ze aan het oog van de camera ontsnappen, grijpen ze naar het kledingrek: clownspakken, grotesk vervormde maskers en andere, soms ronduit absurde attributen transformeren hun verschijning in luttele seconden. Hun bewegingen balanceren ergens tussen bewegingstheater en het performatieve gebaar van een selfie: alles lijkt erop gericht om zich enkele seconden lang zo opvallend mogelijk aan de camera te tonen, om vervolgens alweer plaats te maken voor het volgende beeld.

De snelheid waarmee de beelden en personages elkaar opvolgen, krijgt zo iets van een fysieke doomscroll: nog voor het ene beeld zich heeft vastgezet, wordt het alweer verdrongen door het volgende. Het toneelbeeld wordt zo zelf een eindeloze feed, waarin de blik voortdurend wordt verleid om verder te klikken. De camera registreert niet alleen wat er gebeurt, maar dicteert gaandeweg ook het ritme waarin we kijken.

Een generatie die technologisch permanent verbonden is, maar voor wie nabijheid daarom nog niet vanzelfsprekend wordt.

Je vraagt je misschien af welke gesprekken zich achter al dat beeldgeweld afspelen. Het antwoord is opvallend eenvoudig: geen. De zeven jongeren spreken gedurende de hele voorstelling niet met elkaar. Dat stilzwijgen wordt veelzeggend in een voorstelling die net rond communicatie en zichtbaarheid draait. We hebben meer manieren dan ooit om elkaar te bereiken, en toch kan een eenvoudig telefoongesprek - laat staan een gesprek in levenden lijve - voor sommigen een bron van sociale angst worden. Zelfs een dokter bellen om een afspraak te maken kan een drempel vormen, terwijl urenlang berichten sturen, scrollen en online aanwezig zijn moeiteloos lijkt. Het is een treffende theatrale vertaling van een generatie die technologisch permanent verbonden is, maar voor wie nabijheid daarom nog niet vanzelfsprekend wordt.

De soundtrack houdt het geheel ondertussen op snelheid. Beats en nummers van onder meer Charli XCX jagen de voorstelling voort en versterken het gevoel van een eindeloze audiovisuele stroom. Ook de smartphone zelf krijgt uiteindelijk een plaats. Een van de jongeren maakt een selfie dat met enige vertraging op een kleiner projectiescherm verschijnt. De telefoon wordt doorgegeven en een nieuwe selfie volgt, opnieuw vertraagd geprojecteerd. Het is een eenvoudige ingreep, maar ze maakt iets zichtbaar van de logica van sociale media: het beeld is nooit een doel op zich, maar altijd een aanleiding voor het volgende beeld.

Voor jongeren, door jongeren

Dat een voorstelling door jongeren wordt gemaakt betekent nog niet automatisch dat ze ook vanuit hun perspectief vertrekt. Jeugdtheater kan soms de vorm aannemen van een volwassen maker die aan de hand van een groep jonge spelers een vooraf bedacht inzicht illustreert. De jongeren worden dan eerder materiaal dan medemakers: hun lichamen en stemmen dragen een verhaal dat uiteindelijk vooral dat van de volwassene is. Niet zo bij Bouckaert. ‘The More I See You (The More I Want You)’ voelt zichtbaar aan als een voorstelling die in samenspraak met de jongeren is ontstaan, eerder dan als een voorstelling die hen iets wil vertellen. Dat zit niet alleen in de inhoud, maar ook in het spelplezier, de keuzes en de ritmes die ze zich eigen maken - en zelfs in de muziek.

De kracht van Bouckaerts aanpak: de jongeren hoeven niet de complexiteit van een volwassen analyse te belichamen.

Dat de voorstelling zo duidelijk vanuit de jongeren zelf vertrekt, maakt haar wel minder gelaagd. Al snel begrijp je hoe het theatrale mechanisme werkt: de camera registreert, de beelden verschijnen op de projectiewanden, de spelers verdwijnen uit beeld om zich om te kleden en keren vervolgens terug in een nieuwe gedaante. Ook de inhoudelijke logica valt vrij snel te doorgronden. We kijken naar jongeren die opgroeien met sociale media; naar hoe beelden hun zelfbeeld en onderlinge communicatie beïnvloeden en naar de spanning tussen zichtbaar willen zijn en jezelf verliezen in die zichtbaarheid. Veel verrassingen blijven er daarna niet meer over.

Dat hoeft binnen jeugdtheater niet noodzakelijk een tekortkoming te zijn. De voorstelling kiest duidelijk voor toegankelijkheid en voor het spelplezier van de jonge spelers, eerder dan voor een complexe dramaturgische gelaagdheid. Je ziet hen zichtbaar plezier beleven aan de camera’s, de verkleedpartijen, de muziek en het spelen met hun eigen beeld. Misschien zit precies daar de kracht van Bouckaerts aanpak: de jongeren hoeven niet de complexiteit van een volwassen analyse te belichamen. Ze mogen vooral zelf op scène staan, experimenteren en plezier maken met het medium dat hun dagelijks leven zo sterk bepaalt.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz