Theater

John, John, John Francis Geeraert, Julia Groenland, Ivana Noa / Comp. Marius

Een kerk in verval overeind houden

Op kunstenfestival BROEK in Mechelen bouwen John, John en John een kerk. Met grote urgentie construeren ze iets waarvan ze weten dat het in verval zal raken. Ondertussen vertellen ze elkaar en het publiek verhalen en zoeken ze een beeldtaal voor verlies. De voorstelling ‘John, John, John’ is op haar sterkst wanneer de Johns het verval niet bekritiseren, maar op zoek gaan naar manieren om zich tot vergankelijkheid te verhouden.  

John, John, John
Emilie Pariel Vrijbroekpark, Mechelen in het kader van theaterfestival BROEK 2026
11 juni 2026


"John," schreeuwt John.

"Ja, John?"

"Jo-ohn?"

Drie stuntelende, luidruchtige Johns zoeken elkaar rond een houten constructie.

Onder de bomen van het Vrijbroekpark staat het skelet van een gebouw. Het decor, ontworpen naar traditionele vakwerkbouw, bestaat uit enorme balken die in elkaar schuiven en met houten pennen worden vastgezet. Doorheen de voorstelling sjouwen de drie performers met balken, hun taak nooit verzakend, terwijl het bouwwerk voortdurend van vorm verandert. Midden in de constructie zitten drummer Egemen Zümrüt en trompettist Winter Dieleman. Hun muziek bezit dezelfde daadkracht en levenslust als de spelers, die zich aan het publiek voorstellen. 

Een kerk bouwen

"Vandaag bouwen wij een kerk." 

De drie bouwvakkers zijn gedreven, niet alleen om hun werk tot een goed einde te brengen, maar ook om elkaar en het publiek van alles te vertellen. Ze spreken weemoedig over wat er met hun bouwwerk zal gebeuren zodra het af is. ‘We bouwen iets en laten het achter,’ zegt John. De kerk zal in onbruik raken. Mensen zullen ertegenaan pissen, er even binnenlopen om foto’s te maken en weer vertrekken. Een van de Johns vindt dat toekomstbeeld moeilijk te verdragen. Een andere haalt zijn schouders op: zo gaan die dingen nu eenmaal.

Hier introduceert de voorstelling haar centrale thema: verval, verlies, menselijke onverschilligheid tegenover de dingen die ons ooit verenigden. Dit onaffe gebouw waar je doorheen kan kijken, verhult niets. Wie op de balken in de hoogte klimt, heeft een uitkijkpost om naar de mens en de wereld te kijken.

    In Tolstojs verhaal moet een engel drie waarheden over de mens ontdekken voordat hij mag terugkeren naar de hemel.    

Dat perspectief sluit aan bij Tolstojs verhaal ‘What Men Live By’, dat als vertrekpunt dient voor ‘John, John, John’, waarmee Francis Geeraert, Julia Groenland en Ivana Noa aanvankelijk afstudeerden op het Blikfestival van Comp. Marius. In Tolstojs verhaal moet een engel drie waarheden over de mens ontdekken voordat hij mag terugkeren naar de hemel.

John, gespeeld door Geeraert, vertelt dat verhaal. “Een man of iets viel uit de lucht. Iets viel uit de lucht en het lag daar, naakt.” Geeraert slaagt erin om achter het groteske van de schreeuwende bouwvakker een gevoelig en integer personage zichtbaar te maken. Diezelfde gevoeligheid klinkt door in de dialoog tussen hem en Groenland.

“Jij bent gelukkig geboren,” zegt de een.

“Ik ben als niets geboren,” antwoordt de ander. “Ik ben het gewoon geworden. Je wordt iets of je wordt het niet, John.”

Woorden nemen van de ene op de andere zin een nieuwe betekenis aan. Enkele zinnen dialoog bevatten een stortvloed aan menselijke ervaringen. Zoals ook in Tolstojs oeuvre het geval is, zijn het niet gebeurtenissen die centraal staan, maar de personages en hun blik op de wereld.

Associatieve vertelling

Die focus verklaart de vorm de voorstelling. Zo worden uitspraken niet uitgelegd en krijgt het publiek slechts flarden van verhalen te horen, zij het omdat de Johns elkaar weer eens onderbreken om zelf van wal te steken, of omdat een van hen plots spreekt zonder stemgeluid. Groenland onderbreekt het verhaal van de gevallen engel met een vertelling over een vlot vol boeken, waarna Noa een halve anekdote inzet over een weesmeisje in een jazzbar. Het geheel wordt daardoor broeierig en associatief, maar ook moeilijk te volgen.

Tijdlijnen en referentiekaders lopen voortdurend door elkaar. Het enige verhaal dat volledig wordt verteld, is dat van Icarus. Daardoor lijkt diens val een bijzondere betekenis te krijgen. Noa brengt het verhaal met veel overdaad. In tegenstelling tot haar medespelers zet zij haar spel wel erg sterk aan: elk woord krijgt nadruk, elke blik gewicht. Waar Geeraert en Groenland geregeld ruimte laten voor kwetsbaarheid of lichtheid, voelt Noa's spel daardoor soms geforceerd.

    De voorstelling zoekt een evenwicht dat niet altijd standhoudt.  

Ook elders zoekt de voorstelling een evenwicht dat niet altijd standhoudt. Het groteske spel en de schreeuwende personages zorgen voor veel humor, wat een mooi contrast oplevert met het sobere decor en de eenvoudige fysieke arbeid van het bouwen. Op de eenzame, troostrijke klanken van Dielemans trompet raken sommige beelden doel. De weeklacht van de stervende moeder bijvoorbeeld krijgt daardoor een oprechte emotionele kracht.

Minder overtuigend is de scène met de hangjongeren. Terwijl de gestorven moeder boven op de constructie rust, verschijnen drie jongeren die Franse rap luisteren, selfies nemen en tegen de kerk aan hangen. Het zijn drie nieuwe spelers die onwennig en zelfbewust op scène verschijnen, vermoedelijk op voorhand uit de entourage van de acteurs geplukt. Het beeld lijkt te willen wijzen op een verlies van respect voor het heilige, maar blijft te eenduidig om echt te overtuigen. Waar de voorstelling elders ruimte laat voor interpretatie, voelt deze scène opvallend moraliserend aan.

Dat is jammer, omdat de voorstelling ‘John, John, John’ op haar sterkst is wanneer die niet probeert te verkondigen of te waarschuwen. De mooiste momenten ontstaan wanneer er geen verborgen boodschap is en de klemtoon ligt op het voorbijgaan van de dingen: een verlaten kerk, verbrande vleugels, een gestorven kind. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz