Dans / Performance

Upperdog Kika Ilegems / Lukas Rys

Een kader voor het spel

In ‘Upperdog’ onderzoeken danser Kika Ilegems en muzikant/performer Lukas Rys de eindeloze mogelijkheden van één enkel object: een groot houten kader. Uit een samenspel van beweging, geluid en ruimte ontstaat een beeldende voorstelling waarin het kader naar de voorgrond treedt als een actieve tegenspeler. Met een uitgepuurde beeldtaal tonen Ilegems en Rys hoe kaders niet alleen onze blik kunnen sturen, maar ook andere manieren van kijken kunnen openen. 

Upperdog
Robbe Beheydt De blikfabriek, Antwerpen
17 juli 2026

Terwijl het publiek plaatsneemt op de tribune in de Antwerpse Blikfabriek, verontschuldigt muzikant/performer Lukas Rys zich voor een schijnbaar misverstand. Door een miscommunicatie zouden de toeschouwers pas aan het einde van de voorstelling zijn binnengekomen. Erg lijkt hij dat evenwel niet te vinden: we bevinden ons immers in de hemel, verzekert hij. Met een verwonderde blik spoort hij het publiek aan om de bewegingen van Kika Ilegems te volgen, die tollend, huppelend en tuimelend over de scène dartelt. Uiteindelijk besluit het duo hun voorstelling toch te spelen – of in hun eigen woorden: een deel van hun gezamenlijke avontuur te herbeleven.

Je zou dit begin-als-einde kunnen afdoen als een eenvoudig trucje om meteen het existentiële thema van de eindigheid binnen te brengen. Uiteraard zal niemand geloven dat de voorstelling werkelijk al voorbij is, maar die illusie beogen de performers ook niet. Eerder lijkt deze ingreep een uitnodiging om met een open, misschien wel onthechte blik te kijken: als alles opnieuw kan beginnen, mag spanning wijken voor pure verwondering.

Ingelijste bewegingen

Met elk een kleine handdoek knielen Ilegems en Rys vervolgens neer achter een groot houten kader van beeldend kunstenaar Dirk Hendrickx, prominent aanwezig als enige object op de scène. Aanvankelijk doet dat kader precies wat het hoort te doen: het omlijst het duo terwijl ze een minutieuze, synchrone choreografie met de handdoeken uitvoeren. Op het ritme van een repetitief baspatroon maken Ilegems en Rys vouwende, wringende en zwaaiende bewegingen met de doeken die bij elke herhaling licht evolueren.Telkens wanneer je het bewegingspatroon ontrafeld denkt te hebben, wijkt de volgende herhaling weer lichtjes af. Zijn de bewegingen van de dansers aanvankelijk synchroon, dan komen ze gaandeweg los van elkaar. De ene varieert op het patroon van de andere, ze imiteren elkaar of bewegen tegen elkaars ritme in. Er ontstaat zo een choreografische polyfonie die zich steeds verder verwijdert van het oorspronkelijke patroon.

Die combinatie van herhaling en variatie geeft de sequenties iets meditatiefs, bijna bezwerends. Ilegems en Rys lijken volledig in hun handelingen op te gaan: uit hun gezichtsuitdrukking spreekt steevast een serene concentratie. In combinatie met het houten kader en de sobere kledij roept het beeld associaties op met schilderijen waarop (huiselijke) arbeid wordt afgebeeld. Ook hier heeft het een rustgevend en haast hypnotisch effect om mensen zich met uiterste toewijding te zien buigen over eenvoudige, repetitieve handelingen. Toch sluimert er een zekere dreiging onder de oppervlakte: het kader omlijst de bewegingen niet alleen, het lijkt de lichamen die erin bewegen ook in te sluiten.

Het kader verliest zijn dwingende betekenis. Het wordt een aanleiding om nieuwe mogelijkheden te verkennen in plaats van ze af te sluiten.

Je kan het kader inderdaad ook lezen als een beperking, een obstakel waaruit de performers zich gaandeweg proberen te bevrijden. ‘Upperdog’ onttrekt zich echter aan die eenduidige symboliek. Hoewel Ilegems en Rys zich inderdaad steeds meer losmaken van het kader, heeft het weinig weg van een vrijheidsstrijd. Integendeel: het kader trekt hen steeds opnieuw aan en wordt een bondgenoot waarmee ze hun bewegingen en hun verhouding tot de ruimte vormgeven. Door het telkens opnieuw nieuwsgierig te benaderen, verliest het kader haast vanzelf zijn dwingende betekenis en geeft het vooral aanleiding om nieuwe mogelijkheden te verkennen in plaats van ze af te sluiten.

Die mogelijkheden zoekt het duo door het kader voortdurend een andere rol toe te kennen. Zo haalt Rys de wieltjes onder een van de zijden van het kader vandaan, zodat het om zijn as kan draaien terwijl Ilegems zich eraan vasthoudt of erdoorheen loopt en danst. Later wordt het plat op de grond gelegd en beweegt Ilegems zich er liggend doorheen. Geleidelijk verschuift de rol van het kader zo van iets wat de blik van de toeschouwer stuurt naar een object waar de performers fysiek mee in dialoog gaan.

Houterige ritmes

Die verschuiving zet zich ook door in de dimensie van de klank. Al van in het begin bestaat er een nauwe samenhang tussen ritme, beweging en het kader als klankobject. De ritmische structuur van de loops waarin Ilegems en Rys bewegen wordt mee gearticuleerd door met de handdoeken op het hout te slaan, eroverheen te schuiven of ze tegen hun eigen lichaam aan te slaan. In de eerste scène blijven die geluiden nog verweven met de pulserende bas. Wanneer het duo later opnieuw achter het kader plaatsneemt, valt die soundtrack weg en komt alle klank voort uit het hout zelf, versterkt door een microfoon. De klanken van het kader treden daardoor nadrukkelijker op de voorgrond en lijken zelfs steeds meer de bewegingen mee vorm te geven.

Beweging, klank en de materialiteit van het decor vallen samen.

Die aanpak bereikt een climax wanneer het kader plat op de grond wordt gelegd met verschillende microfoons eromheen. Ilegems glijdt en rolt dan op haar zij door het kader heen terwijl ze over het hout en de vloer wrijft, erop slaat of stampt. Rys neemt die geluiden op, manipuleert ze en verzamelt ze in een steeds drukkere loop. De klanken die Ilegems aan het kader ontlokt stapelen zich zo op in ritmische patronen die op hun beurt nieuwe bewegingen aansturen. Beweging, klank en de materialiteit van het decor vallen samen, alles ontstaat uit de speelse interactie tussen de performers en het kader.

De consequente focus op één enkel object maakt van ‘Upperdog’ een bijzonder geconcentreerde en uitgepuurde voorstelling. Met grote nieuwsgierigheid onderzoeken Ilegems en Rys alle visuele, ruimtelijke, tactiele en auditieve mogelijkheden die het kader hen biedt. Ondanks de minutieuze opbouw voelt de voorstelling nooit koel of cerebraal aan; daarvoor zijn de verhoudingen tussen de performers onderling en die tot het kader te lieflijk en te speels. Het aangekondigde einde blijkt zo vooral een uitnodiging om naar het leven te kijken als een ruimte waarin je mag terugkeren, variëren en herbeginnen. Zoals Ilegems en Rys laten zien, verliezen kaders hun dwingende karakter zodra je ze niet langer als grenzen, maar als materiaal voor spel en verbeelding benadert. 

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz