Vaivén Camilo Mejía Cortés
Een zegen voor elke bezoeker
Met ‘Vaivén’ maakte Camilo Mejía meer dan een performance. Aan de hand van salsamuziek, dans en zijn (familie)geschiedenis, creëert hij een plek om thuis te komen.
Cheo Feliciano, Celia Cruz, zijn tante Luz Dary Cortés en u: Camilo Mejía Cortés nodigt iedereen uit op het podium tijdens zijn performance ‘Vaivén’. Oké, alleen Mejía en zijn publiek staan in levende lijve op de scène, maar dat de andere genodigden er alleen ‘in spirit’ bij zijn, maakt het gevoel van samenzijn er niet minder op.
Dat is volledig te danken aan Mejía’s meesterlijke sfeerschepping, die zich al toont in de eerste seconden van ‘Vaivén’. De maker en performer begroet zijn publiek aan de deur met een zegening: ieder doopt zijn handen in een teiltje geurend water, waarna Mejía er met een bosje munt over strijkt. Naast het teiltje liggen kaartjes, waarvan iedereen er een mag kiezen. Een soort gebedsprentjes, maar in mijn geval met een ‘magisch’ plantje erop.
Zodra iedereen zit – in een zaal die intussen heerlijk ruikt –, brengt Mejía zijn teiltje mee naar het podium, waarvan hij alle hoeken zegent. Dat podium loopt voor de gelegenheid door tot aan de stenen muren achteraan de backstage. De setting is simpel: enkele boxen, lichtpanelen, een mengpaneel en drie schommels, waarvan een bedekt met rubberen kabels die tot aan de grond reiken.
Mejía, gekleed in alleen een prachtige broek, neemt vooraan plaats, tussen het mengpaneel en een box, en begint te vertellen. Over hoe hij als kind vaak op zijn vaders schoot zat in diens gele taxi in de Colombiaanse stad Cali, en hoe op een dag hetzelfde salsanummer op repeat speelde, terwijl vader Mejía voorzichtig navigeerde tussen protesterende moeders.
De tekst, geschreven door José Ramón Hernández en geïnspireerd op de ervaringen van Mejía, bevat geen woord te veel of te weinig. In enkele zinnen wordt een hele wereld opgeroepen. Een wereld met moeders die de rubberen laarzen in de lucht houden van hun zoons, de onschuldige slachtoffers van het leger. Een wereld met Mejía’s grootvader, een cimarrón: een man die was ontsnapt aan de slavernij en een schuilplaats vond in de mangrove, waar hij meebouwde aan een vrije gemeenschap. Mejía vertelt dat die grootvader op een dag verdween, dat zijn laarzen het enige waren wat men nog van hem terugvond. En dat zijn vader al die jaren later met waterige ogen naar de laarzen van de protesterende moeders keek.
‘Vaivén’, het betekent zowel heen-en-weer-bewegen en schommelen, als ‘een komen en gaan’. In deze performance zijn al die betekenissen terug te vinden. Natuurlijk in de drie schommels, maar vooral ook in de salsa, die de performance samenbindt. Mejía zingt mee met Cheo Feliciano’s melancholische hit ‘Salí porque salí’ – over een mislukte liefdesaffaire en geluk vinden na donkere periodes – en danst met de boxen, met de spots en met de schaduwen die hij creëert. Hij vertelt over tante Luz Dary, die leerde dansen met de koelkastdeur als houvast. Die danste om niet te sterven.
De sfeer zit al lang goed, tegen de tijd dat Mejía zijn publiek aan het einde van ‘Vaivén’ op de scène roept voor ‘Sonido bestial’
Ook uit Mejía’s bewegingen blijkt een grote vitaliteit, die wordt versterkt door het sound design van Clay Chénière en door de beelden die Mejía onderweg tot stand brengt met behulp van zijn attributen en lichten. We zien hem van het ene ‘lichtgevende’ vlak naar het andere springen, langs een blauwe streep licht dansen en fascinerende vormen creëren met de rubberen kabels en een stroboscoop. Mejía schommelt, danst en speelt met alles wat hij voorhanden heeft en gebruikt elke vierkante centimeter van zijn vergrote bühne.
Dat alleen maakt ‘Vaivén’ al interessant. Maar het is Mejía er niet om te doen om gewoon te performen, blijkt uit een intermezzo waarin een interview met hem te horen is – de Engelse vertaling wordt geprojecteerd. Mejía legt uit dat het dansen voor hem situationeel is, iets dat ontstaat in het samenspel van muziek en omstandigheden. Dat zijn project ‘Vaivén’ ook al tot uiting komt in het koken met scenografe Špela Tušar tijdens het maakproces, in een uitwisseling van culturen en leefwijzen. Dat hij iets wil doen met de kansen die hij gekregen heeft, en die vooral wil inzetten om ruimte te scheppen voor wie daar nood aan heeft.
De uitleg is niet makkelijk te volgen – misschien een vertaalprobleem – maar hij heeft wel het juiste effect: er ontstaat een intieme sfeer. Eerst begroette Mejía ons persoonlijk, toen vertelde hij over zijn familie, en nu gunt hij ons ook nog een blik in zijn maakproces, in zijn verlangens en verwachtingen. Al laat hij het performen tegen het einde wel erg los, wanneer hij deel twee van de tekst afleest van zijn gsm. Komaan, de tekst leren van je eigen performance moet toch nog lukken. Maar tegen dan zit de sfeer al lang goed, en wanneer Mejía zijn publiek aan het einde van ‘Vaivén’ op de scène roept voor ‘Sonido bestial’ (het salsanummer dat op repeat speelde in de taxi) is de reactie warm en hartelijk.
Mejía bewijst dat een performance politiek en geladen en tegelijk intiem en, nuja, gezellig kan zijn. Sterker nog, juist in die gezelligheid schuilt misschien een politiek statement, een vuist tegen krachten die mensen uiteenduwen. In de zaaltekst voegt Mejía nog toe dat hij ‘Vaivén’ maakte voor alle mensen die gemarginaliseerd werden, voor iedereen die weigert geclassificeerd te worden. Hij had zelf het idee van de mangrove voor ogen, het ecosysteem dat zijn grootvader een schuilplek bood. Een ecosysteem zonder hiërarchie. Wanneer Mejía na ‘Sonido bestial’ boven aan de tribune buigt voor zijn publiek, is de enige bedenking die ik daarbij heb: dat is wel erg weinig eer, we kijken met plezier naar je op, Camilo.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz