HYPERSENSES Laika / Zefiro Torna
Voedsel voor de verbeelding
Beelden klinken, klanken worden tastbaar en eten wordt een spel van verbeelding: in ‘HYPERSENSES’ van Laika en Zefiro Torna verschuiven de zintuigen voortdurend. Geïnspireerd door de wandtapijtreeks ‘De dame en de eenhoorn’ bouwen de makers een traag, zintuiglijk universum waarin kijken, voelen, proeven en verbeelden voortdurend in elkaar overlopen. Grote effecten blijven uit, maar precies in de verbeelding en de kleine verschuivingen in perceptie schuilt de magie.
In de 16de-eeuwse wandtapijtreeks ‘De dame en de eenhoorn’ beelden vijf tapijten elk een van de zintuigen uit: de dame voelt aan de eenhoorn, voert een suikerboon aan een parkiet, maakt een bloemenkrans waar een aap aan ruikt, bespeelt een orgel en houdt de eenhoorn ten slotte een spiegel voor. Blijft over: een mysterieus zesde tapijt, waarop de dame een kostbaar halssnoer in een kistje lijkt te leggen (of neemt ze het er net uit?), onder een open tent met het opschrift ‘À mon seul désir’. Doorgaans wordt dit laatste tapijt gelezen als een aansporing om aan zintuiglijke verleidingen te verzaken, al blijft die interpretatie wringen met de uitbundige aandacht die de andere tapijten juist aan kijken, voelen, ruiken, horen en proeven besteden.
‘HYPERSENSES’ begeeft zich precies op dat spanningsveld tussen het prikkelen van de zintuigen en de zoektocht naar een dieper soort ‘zintuig’. Al bij binnenkomst worden verschillende zintuigen aangesproken. Het publiek komt de zaal binnen door zachte witte draadgordijnen die de speelruimte omringen, terwijl er een wat onbestemde maar indringende geur hangt. Iedereen neemt plaats aan lange bankettafels, aan weerszijden van een langwerpige scène. Aan beide uiteinden daarvan is er een halfronde uitstulping, waar muzikanten Maris Pajuste (zang) en Jurgen De bruyn (luit) tegenover elkaar zullen plaats nemen. Nog voor de voorstelling begint, is alles in gereedheid gebracht om de zintuigen aan het werk te zetten.
Stel je voor
Als eerste komt de dame met de eenhoorn zelf aan het woord. De wandtapijten zelf krijg je niet te zien, maar een ingesproken tekst beschrijft hoe ze voor een spiegel de illusie krijgt dat haar neus, mond, oren en ogen van haar gezicht glijden. Hierdoor komt ze in een wereld terecht waarin de zintuigen op hun kop worden gezet, en waar ze de eenhoorn ontmoet. Na die monoloog worden de zintuigen eerst weer op nul gezet. Wanneer performer Jotka Bauwens het podium betreedt, vraagt ze iedereen om de ogen te sluiten. Niet de zintuigen, maar de verbeelding gaat aan het werk: geleid door haar stem stel je je een comfortabel salon voor waar je knus tegenover een onbekende zit met een koekje op een tafel in het midden.
Aanraking, klank en smaak beginnen over elkaar heen te schuiven.
Wanneer je je ogen weer mag openen, blijkt die situatie werkelijkheid geworden. Voor iedere toeschouwer ligt op de tafel een koekje in de vorm van een pingpongballetje. Voor je het mag proeven, nodigt Bauwens iedereen uit om er aandachtig naar te kijken, eraan te voelen en te luisteren. Met een verwonderd gelaat streelt, bekrast, en tikt ze op het koekje, terwijl ze met haar blik het publiek aanspoort om haar bewegingen na te bootsen. De geplukte luitklanken van De bruyn en gezongen medeklinkers van Pajuste vermengen zich met het getik en het gekraak van de koekjes. Aanraking, klank en smaak beginnen over elkaar heen te schuiven.
Versmeltende zintuigen
Ook later in de voorstelling wordt de verbeelding van de toeschouwer op dezelfde speelse manier aangesproken. In een latere scène vraagt Pajuste het publiek met gesloten lippen de mond open te sperren en zich voor te stellen dat het een kathedraal is waarvan je met de tong de vloer, muren en gewelven kan aftasten. Vervolgens laat ze iedereen vrij een paar tonen neuriën, om ten slotte iedereen te laten uitkomen op dezelfde noot, waarboven ze samen met De bruyn eigenzinnige arrangementen van renaissancechansons zingt. Hier lijken de zintuigen voor het eerst te versmelten: het verschil tussen de losse noten en de gemeenschappelijke toon is niet alleen hoorbaar, maar ook voelbaar in de trillingen van de lucht.
Die vermenging van de zintuigen laat zich ook voelen in enkele kleurrijke, gezichtsloze wezens die in verschillende scènes opduiken. Hun weelderige kostuums (gemaakt door Jana Roos) bestaan uit franjes, draden, slierten en zachte materialen die maken dat ze niet alleen visueel, maar ook tactiel aanspreken. Om die eigenschap extra in de verf te zetten, huppelen en dansen deze figuren rakelings rond het publiek terwijl ze het geknisper, gerammel en gekraak van hun kostuums tot in het kleinste detail laten horen.
Het eten wordt opgediend met een vleugje theatrale magie, zodat je smaakpapillen extra scherp staan.
Ondertussen bepaalt het eten het ritme van de voorstelling. Na het koekje aan het begin volgen er nog twee gangen. Als ‘hoofdgerecht’ worden blauwe noedels opgediend in een schaaltje, als een echo van de alomtegenwoordige draden in kostuums en decor. Ook hier wordt het eten opgediend met een vleugje theatrale magie, zodat je smaakpapillen extra scherp staan. Het dessert maak je dan weer zelf klaar voor je overbuur. Tijdens die gezamenlijke eetmomenten gaat de aandacht vooral naar de ander: de voorstelling beperkt zich even tot achtergrondmuziek en creëert zo kleine momenten van contact tussen onbekenden.
Verwondering en verbeelding
De manier waarop het publiek wordt aangesproken, met zachte instructies en aansporingen om de performers na te bootsen, heeft bijna iets kinderlijks. Maar precies daarin schuilt de inzet van ‘HYPERSENSES’: verbeelding en bijna naïeve verwondering zijn nodig om de zintuigen te heroveren op de overdaad aan indrukken die de hedendaagse wereld op ons afstuurt. Die boodschap wordt ook expliciet gebracht: een van de performers rolt een doek af met de leuze ‘O monde aveugle et venimeux, que personne en quête de douceur ne perde son temps en toi.’ Ook de dame met de eenhoorn lijkt aan het slot de verbeelding meer te koesteren dan de zintuiglijke wereld: alles is verbeelding, ‘de eenhoorn bestaat omdat ze niet bestaat’. Het resoneert enigszins met de traditionele interpretatie van het zesde tapijt als aansporing om weg te blijven van het zintuiglijke en je tot het geestelijke te wenden. De voorstelling geeft echter daar een andere wending aan. Het zintuiglijke en het geestelijke hoeven elkaar niet uit te sluiten, maar werken samen wanneer we onze verbeelding gebruiken om de zintuigen te openen.
Zintuiglijke ervaringen worden tegelijkertijd een oefening in verbeelden.
Het maakt van ‘HYPERSENSES’ geen voorstelling die de zintuigen wil overweldigen met immersief spektakel. Integendeel: vaak volstaat een klein gebaar om de waarneming te laten kantelen. In een van de laatste scènes wordt Bauwens in het donker belicht met lucifers terwijl ze verschillende poses aanneemt op de speelvloer. Telkens wanneer de lucifers bewegen of worden uitgeblazen verandert wat zichtbaar is; de rest moet de verbeelding aanvullen. Zintuiglijke ervaringen worden tegelijkertijd een oefening in verbeelden.
Misschien is dat uiteindelijk de grootste kracht van de voorstelling: ze vertraagt de tijd en leert je opnieuw aandachtig omgaan met je zintuigen. ‘HYPERSENSES’ toont dat multisensorieel theater niet noodzakelijk groter, luider of intenser hoeft te zijn om indruk te maken. Met genoeg concentratie en verbeelding openen de zintuigen zich vanzelf; de dame met de eenhoorn kan met een gerust hart haar kistje open laten staan.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz