Dans

Double bill: Undertainment / Lisa DFDC / William Forsythe / Ioannis Mandafounis

Twee gezichten van één gezelschap

Ioannis Mandafounis is niet zo’n bekende choreograaf, misschien omdat hij gratuit spektakel en breedsprakerige boodschappen schuwt. Inventief en verbeeldingrijk is hij des te meer, al verbergt hij niet dat zijn Dresden Frankfurt Dance Company (DFDC) erfgenaam is van de Forsythe Company, het gezelschap van William Forsythe tussen 2005 tot 2015. In een ‘Double Bill’ toonde DFDC recent in DeSingel ‘Undertainment’, een nieuw werk van Forsythe, samen met ‘Lisa’, een eigen creatie van Mandafounis. Beide werken tonen geëmancipeerde dansers, maar zijn tegelijk elkaars tegenpool.         

Double bill: Undertainment / Lisa
Pieter T’Jonck DeSingel, Antwerpen
17 juni 2025

Toen William Forsythe Ballett Frankfurt verliet en zijn eigen gezelschap oprichtte, radicaliseerde ook zijn artistieke positie. Hij zette altijd al de geplogenheden van het ballet op hun kop, maar de producties van de Forsythe Company waren van een bevrijdende, anarchistische gekte. Dat was niet in het minst te danken aan de bijdrage van de dansers. Forsythe, die komaf maakte met de strakke hiërarchie van het ballet, sprak van ‘geëmancipeerde dansers’: artiesten die het werk mee creëerden door hun manier van zijn en doen. Die geest waart duidelijk rond in DFDC. Forsythe eerde hen met ‘Undertainment’.

‘Undertainment’ is beweging, niets meer, niets minder. Het podium is leeg. Acht hooggeplaatste spots lichten het egaal uit, van het begin tot het einde van het stuk. Muziek is er evenmin, op het geluid na dat de dansers – licht versterkt – produceren met hun stem of het schuren van huid over huid of huid over stof. De zestien dansers komen militair strak op. Acht van links, acht van rechts. Als Wiener Sängerknaben, maar dan zonder uniform. Ze zijn allemaal anders gekleed: korte en lange broeken, leggings, T-shirts en hemden in alle kleuren. Het lijkt zo een parodie van het ballet, al zeker als ze elkaar in het midden ontmoeten en dan het publiek ostentatief de rug toekeren.

Daarna stappen ze, nog steeds in strakke formatie, naar de achterwand van het podium, waar de rij zich kromt tot een cirkel. Elke danser begint daar op zijn positie heen en weer te draaien, maar één van de dansers verlaat de rij en dribbelt naar voor. Daar demonstreert hij een uitgebreid palet aan mogelijke posities en houdingen. Hij laat zijn schouders op en neer gaan en laat zijn benen zijdelings, voorwaarts en schuin schuiven en kruisen. Op een onderkoeld komische manier toont hij zo hoe ballet ontstaat uit een complexe combinatie en selectie van lichaamsmechaniekjes.

Op die basisvorm gaan de andere dansers nu variëren. Hoe ze dat doen is niet na te vertellen zonder in een oeverloze beschrijving te vervallen. Oogstrelend is het wel, en verrassend zeker, want bekende posities worden -letterlijk – verbogen en vervormd, alsof iemand zich had afgevraagd wat er nog meer mogelijk was, gegeven een bepaalde selectie van mogelijke bewegingen. De quasi-wiskundige vraag die Forsythe altijd al bezighield, kortom.

Hier eigent een groep fabuleuze dansers zich het materiaal van de choreografie totaal toe, zonder afleiding van licht, muziek of scenografie.    

Het gaat echter ook, zelfs vooral, over de verhouding tussen de solisten en de groep en tussen solisten onderling. Telkens wanneer andere dansers het midden inpalmen volgt de groep aan de zijlijn mee met luidkeelse kreten of onderdrukte commentaar, die een eigen bewegings- en klankrepertoire wordt. De solisten reageren daarop met acties die elkaar spiegelen, tegenspreken of aanvullen op – zo stelt het programma  – op contrapuntische manier. Wat je ziet is zo een uitputtende combinatoriek van mogelijkheden, solo, duo of trio, als een spel van vraag en antwoord in bewegingen.

Een crescendo of een orgelpunt hoort daar niet bij. Het stuk eindigt ongeveer net zo abrupt als het begon. Dit is inderdaad geen ‘enter-tainment’ maar ‘under-tainment’. Maar als je zo ‘undertaind’ wordt dan verlang je niets ‘meer’. Hier eigent een groep fabuleuze dansers zich het materiaal van de choreografie totaal toe, zonder afleiding van licht, muziek of scenografie.

De scenografie en belichting van ‘Lisa’ van Ioannis Mandafounis, het tweede deel van de ‘double bill’, is haast even kaal als die van ‘Undertainment. Er staat links van het podium wel een vleugelpiano, en in de achtergrond wacht een breed hellend vlak dat zo’n anderhalve meter oploopt. Het stuk opent met een gedicht van Osip Mandelstam over zijn positie als dichter: heimelijk afgunstig op het leven van andere mensen, maar even heimelijk verliefd op al die mensen. Dat wordt eerst geprojecteerd op een scherm, maar daarna in het Russisch voorgedragen door een vrouw in een houthakkershemd en slobberbroek. 

Wat hier vooral telt zijn de uitbundig talrijke, choreografisch zeer diverse ontmoetingen tussen de dansers.     

Meteen daarna verschijnen een paar andere dansers en ontstaan kleine scènes die iets weg hebben van een romantisch ballet doordat er telkens een verhaal mee gemoeid lijkt. De pianomuziek van Gabriel versterkt die dromerige sfeer nog meer, net als de kostuums die soms losjes verwijzen naar een Rusland uit ver vervlogen tijden. Het hellend vlak bewijst nu zijn diensten als een soort vluchtheuvel waar de dansers tegen oplopen en weer afspringen. Zo verschijnen en verdwijnen ze in steeds wisselende combinaties, als een beeld van het volle leven waar Mandelstam heimelijk zo jaloers op was. 

Zonder dat je er erg in hebt groeit de groep performers, eerst maar een goede handvol, aan tot het volledige ensemble op het podium staat. Dat leidt tot steeds nerveuzer geharrewar, ondanks de rustig voortkabbelende muziek van Fauré. De dansers raken verwikkeld in heftige gesprekken, in wat me nog steeds Russisch, maar soms ook Engels leek. Het zou steeds om teksten van Mandelstam gaan. In een laatste deel van de voorstelling slaat de sfeer definitief om van beeldige taferelen naar een grimmige ondergangsstemming. De piano is verdwenen. In de plaats weerklinken steeds luider disharmonische elektronische klanken, die eindige als gegier en gekreun. Snippers papier dwarrelen als sneeuw neer op de spelers die nu door het dolle heen lijken.

Misschien is dat slotbeeld een verwijzing naar het bittere levenseinde van Mandelstam, die door Stalin de dood in werd gejaagd, maar de voorstelling benadrukt dat niet, net zomin als ze de gelijkenis met de wanpraktijken van de huidige 'wereldleiders' thematiseert. Wat hier vooral telt zijn de uitbundig talrijke, choreografisch zeer diverse ontmoetingen tussen de dansers. Een echt verhaal met een begin en een einde wordt het niet, maar het stuk doet je verbeelding net daardoor op hol slaan. Je ziet zo een heel andere kant van dezelfde groep die net tevoren nog uitblonk in de strakke systematiek van Forsythe maar hier uitblinkt in verhalen oproepen. Haast te mooi om waar te zijn op één avond.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz