Again forever Lisa Vereertbrugghen / Campo
Een trage veenbrand
In ‘While we are here’ maakte Lisa Vereertbrugghen in 2023 een haarscherp portret van rave parties. ‘Again forever’ herneemt dat onderzoek maar focust op de slow, het ‘trage zusje’ van hardcore techno. Met microscopische precisie toont ze hoe de slow als een veenbrand is die elke nacht weer ergens kan uitslaan.
‘Again forever’ opent zoals elke night rave. De vloer is nog leeg. We zitten errond op lage tribunes, als muurbloempjes rond een dansvloer. Er staan twee verzinkte stalen dranghekkens loodrecht tegenover elkaar als om een stuk van de vloer – of is het een straat of een verloren veld? – af te bakenen. Maisie Woodford loopt als eerste de vloer op, met een wat onderzoekende, maar open, vriendelijke blik. Er twinkelen net geen pretlichtjes in haar ogen. Stoer is ze wel, met haar korte haar, nauwsluitende zwarte body, strak kort rokje en stevige boots.
Halfweg stapt ze niet meer door maar laat ze haar gewicht met kleine pasjes van het ene naar het andere been verschuiven. Haar heupen wiegen mee, haast onmerkbaar, maar toch. Zo draait ze heen en weer terwijl ze de ruimte scant. Daarna zet ze resoluut koers naar het dranghekken waar Ife Day overheen hangt. Een heel andere figuur: even kort haar, maar hun lange figuur, een blauwe bloes en wijdvallende zwarte broek verlenen een onnadrukkelijke, maar onmiskenbare gratie, zelfs als die maar wat over het hek hangt.
Onderhandeling
Het zit ‘m in heel kleine details. De slechts in schijn rustige, maar alerte pose van Day of de half terughoudende, half toeschietelijke lichaamstaal van Woodford doen je zien dat hier een onderhandeling zonder woorden aangevat is met als conclusie: een afstandelijke dans met twee. Geen vol lijfelijk contact, alleen handaanrakingen. Behoedzaam vriendelijk.
Hetzelfde verhaal herhaalt zich in andere combinaties: Sophie Guisset, in alles -behalve het korte spannende broekje- het evenbeeld van Woodford, danst even alleen, met trage, hoekige arm- en heupzwaaien, maar zoekt dan toenadering tot Cynthia Loemij. Die heeft de meest klassiek vrouwelijke verschijning: een loshangend bloesje over een wit topje boven een wijdvallende broek. Het is een divers palet, maar zonder mannen. Queer, maar zonder nadruk. Als snel wisselen de duo’s: Woodford benadert Guisset, Guisset benadert Day enzovoort.
Langzaam sluipt er meer intimiteit in die dansen: een partner vleit al eens een hoofd tegen de bovenarm van een andere, of trekt de ander naar zich toe. Soms zie je de aanzetten van een trage jive als één danser de arm van de andere sierlijk omhoog tilt. Een enkele keer heffen ze hun gekruiste armen boven elkaars schouders, ook al als in een jive. Toch worden die aanzetten nooit verder ontwikkeld. Vereertbrugghen stipt dansfiguren aan, suggereert combinaties, maar de uitwerking ervan interesseert haar niet. Het gaat haar om iets anders.
In elke herhaling en variatie sluipen kleine details – blikken, fysieke signalen, eigenaardigheden eigen aan elke danser.
Het klankbeeld van Michael Langeder beweegt zich ondertussen binnen minieme variaties van klankkleur en tempo. Steeds dezelfde opeenvolging van enkele diepe, donkere elektronische tonen. Zelfs de belichting kent nauwelijks variatie. Monotoon wordt het echter allerminst, want in elke herhaling en variatie sluipen kleine details – blikken, fysieke signalen, eigenaardigheden eigen aan elke danser.
Het kleinste detail
‘Again forever’ is microscopische choreografie: ze focust op het kleinste detail, op energetische uitwisseling, niet op grote figuren. De dans die we zien is als een röntgenfoto van een nachtelijk feest: altijd hetzelfde verhaal, altijd dezelfde ingrediënten, en toch elke keer anders, met elke keer die kleine vonk, dat ene moment dat twee partners even – niet eeuwig – iets delen.
Wat wel verandert, is dat de vier dansers na enige tijd geen koppels meer vormen, maar als groep verdergaan, in een strak gesloten, vierkante formatie. Hun bewegingstaal wordt meteen vuriger, levendiger, preciezer ook. Al blijft het wel een slow. Dat moet want ze dansen heel dicht op elkaar. Dat is bijzonder: het is alsof de groep iets, een energie opwekt die de één-op-één dans mist.
Die groepsdans is de aanloop naar het slot. Loemij en Guisset hangen rond een dranghek, in een wat schuchtere toenadering. Die eindigt als Loemij schrijlings op het hek gaat zitten en begint te zingen in een met pailletten bezette microfoon. Woodford en Day volgen haar op. ‘Higher’ heet de song. De tekst barst van generieke zinnen als ‘Let me take you higher’. Geen literatuur maar codewoorden voor de situatie waarin een drang, een verlangen als een veenbrand wacht om uit te slaan.
Een röntgenfoto van dat eeuwige ritueel van kleine extase.
Het ritme van de soundscape versnelt plots aanzienlijk, en de pasjes die Day en Woodford hand in hand tegenover elkaar zetten volgen dat ritme met vrolijk gehuppel. Guisset trekt zich terug in één hoek en danst er op haar eentje verder, met de stoere, wat hoekige maar tegelijk sensueel-trage arm- en heupzwaaien die haar eigen zijn. Steeds meer rook rolt over de scène in het wegdeemsterend licht. Plots is het voorbij. Een voorstelling als een eclips.
Goed vijftig minuten duurt dit. Er is geen vervolg. Vereertbrugghen kapt het verhaal af voor er een vervolg zou kunnen zijn. Ze toont alleen dit gebeuren zonder woorden, dit spel van blikken, poses en gebaren dat zich avond na avond, ergens in één of andere stad, op één of andere rave party steeds weer afspeelt. Again forever. Een röntgenfoto van dat eeuwige ritueel van kleine extase. Even precies, even genadeloos. Grandioos belichaamd door deze vier dansers.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz