Toneel / Performance

Hi Baubo Hannah De Meyer

What's that sound

Hannah De Meyer zegt hallo. Aan dieren en dingen, mensen soms, vrouwen misschien, aan alles en iedereen in wording. Bewegingen en klanken stapelen zich in ‘Hi, Baubo’ op tot een organisch geheel, een eigen wereld. Net als sommige prehistorische beelden lijken de lichamen van Hannah De Meyer en Adina Macpherson de bekende definities van gender en soort te negeren. Ze worden fluïde vormen, tussen dier, mens en materie. Waar een deel afsterft komt het elders terug in een nieuwe vorm. De huid is hier slechts als een zak die al die mutaties samen houdt. Hannah De Meyer , en Adina Macpherson blijven proberen dat voortdurende afsterven, veranderen, en groeien via hun lichaam, taal en klanken te verbeelden.

Uitgelicht door Lotte Ogiers
Hi Baubo
Lotte Ogiers Toneelhuis, Bourlaschouwburg Antwerpen meer info
11 februari 2020

Met haar monoloog 'New Skin' oogstte Hannah De Meyer in 2019 veel lof. Ze vertelde haar eigen scheppingsverhaal, één waarin haar bewegelijke lichaam en haar rationele, toch poëtische Engels voortdurend in strijd waren met elkaar. Een strijd die zich afspeelde in een zintuiglijke wereld die nieuwe beelden opriep, van een wereld waar lichamen en organismen altijd weer en altijd anders versmolten. Een wereld van een vrouw die geen vrouw, zelfs geen mens, meer is, maar van materie die elke definitie weerstaat.

Die vrouw kleedt Hannah De Meyer verder uit in ‘Hi, Baubo’. ‘Baubo’-beelden vind je terug op de wanden van grotten en in mythische verhalen. Het zijn uitgesproken vrouwenlichamen met geprononceerde vagina’s die zich verhouden tot de kosmos: de baubo-beeldjes worden vaak omringd door dieren-en plantenmotieven. De vruchtbare vrouw die leven schenkt in een wereld waarin de vier natuurelement elkaar in harmonie houden.  Wat De Meyer trof is dat die beelden zeer hybride kunnen zijn: uit een vrouwenromp met een uitgesproken vulva groeit soms ook een penis.

Performer Adina Macpherson, die haar lichaam vaak centraal stelt in haar eigen voorstellingen, is een geschikte bondgenoot. Ze zet haar grote boezem en brede heupen op een paradoxale manier in om het stereotype vrouwbeeld net te ondergraven. In haar woorden: ze presenteert zich als ‘een stuk vlees’, om zo iets te vertellen over lijfelijkheid en de blik op het vrouwelijke lichaam.

In de eerste scène van ‘Hi, Baubo’ zijn er geen lichamen te zien. Het is donker. Er is trompetgeschal te horen. Een intrede van notabelen. Er staat iets heel belangrijks te gebeuren, zou je denken. Maar Hannah De Meyer heeft geen nood aan grote dingen. Op een smal plakkaat, opgehangen aan een centraal decorstuk, glijden hiërogliefen voorbij – een ontwerp van grafisch ontwerpers Ine Meganck, Chloé D’hauwe en Floris Hoorelbeke.  Ze vallen niet te ontcijferen, hoe hard je dat als kijker ook zou willen. Het doet je beseffen hoezeer je slaaf bent van het gebod dat alles moet passen in categorieën, uitgedrukt in letters en cijfers. Dat alles te begrijpen moet zijn. Een latere scène verlost je van die kwelling, want dan vervloeien de hiërogliefen toch nog tot het herkenbare woord ‘Baubo’.

Maar patronen en categorieën zijn er dus niet in de wereld van Hannah De Meyer. In een felblauw, doorschijnend pakje, komt ze plots tevoorschijn. Superman, zou je denken, maar die liet zijn borsten niet zien en leefde in een wereld van zwart en wit. ‘Mud, mud, mud everywhere,’ murmelt De Meyer. In haar wereld zak je weg, met je neus tot net boven de weke ondergrond. Je moet durven mee ondergaan. ‘And in the mud all these figures. Figures, figures,’ sist ze. Ze stamelt en echoot klanken uit ‘New Skin’. Ze beweegt, ergens tussen waggelen en dansen, een soort moonwalk op de tippen van haar tenen. Ze is hier, en nu, haar blik doorboort de ruimte tussen het podium en de zaal. Ze staat er middenin. Haar vingers krom, als dieren konden praten dan bewogen ze zich zo.

Op het podium staan twee installaties van Koba De Meutter. Ook die kan je niet terugvoeren op iets waarvan we de naam kennen. Een groen geraamte met zij-armen zou een boom kunnen zijn. Of een stoeltjesmolen op de kermis. Hoewel de installatie abstract en beredeneerd is, beeldt het tegelijk iets levends uit:  verf druipt van de armen naar beneden en is opgedroogd in lange, fragiele tranen.  Een kleinere installatie wordt door De Meyer en Macpherson gebruikt als stoel maar zou tegelijk de  schaduw van een Baubo-beeldje kunnen zijn.

In dit minimalistische decor bewegen en spelen Hannah De Meyer en Adina Macpherson. Ze praten over een cocon waar iets in groeit. 'A he, a she, a we, a you' zingen ze in canon. De noten volgen elkaar op, de 'he' groeit uit 'she', 'we' uit 'they', andersom, maakt niet uit, alles en iedereen uit elkaar. De persoonlijke voornaamwoorden doen er niet meer toe.

Als benamingen overbodig zijn, wat betekent het dan om een lichaam te hebben? Zijn we dan ons lichaam? Man of vrouw? Wanneer Hannah De Meyer en Adina Macpherson hun doorzichtige hemden uittrekken, hun borsten nog meer ontbloten, op de grond zitten en hun lichamen als klankinstrumenten gebruiken, wordt het duidelijk dat het lichaam voor De Meyer iets tijdelijks en veranderlijk is. Iets dat functioneel, performatief, aanstootgevend, rebels, en tegelijk niets, een leeg omhulsel kan zijn. Het is alles én niets. Macpherson trekt aan de tepels van De Meyer terwijl haar eigen borsten alle kanten opvliegen. Vlees, slechts vlees, en toch wordt er in de zaal zachtjes gegniffeld, ‘dit doe je niet met een lichaam dat binnenskamers- en ver daarbuiten- seksueel beladen en opwindend kan zijn.’

Het is niet verwonderlijk dat de taal en tekst van Hannah De Meyer bevreemden. Als taal, klanken en het lichaam evenwaardig worden, dan krijg je iets dat het rationele overstijgt. Iets dat enkel met de zintuigen te beredeneren valt. ‘Hey Children, what’s that sound. Everbody look, what’s going down,’ zingt Hannah De Meyer twee keer in ‘Hi, Baubo’. Ze citeert een protestsong van Buffalo Springfield. Die bracht niet duidelijk onder woorden welke strijd er aan kwam. Misschien moest alles omver. Door alle luisteraars als kinderen aan te spreken werd de wereld van iedereen, oversteeg de song het geluid van een generatie. Kinderen, toekomst, hoop. De middelen die Hannah De Meyer inzet in haar strijd tegen een categoriserende wereld tekenen zich voorstelling na voorstelling steeds duidelijker af. Hoe lang kan ze dit bot nog verder afkluiven?

Als de modder overal is in ‘Hi, Baubo’, dan lukt erin wegzakken minder goed dan bij ‘New Skin’. Aan de performatieve kracht van De Meyer en Macpherson ligt het niet. Of misschien net wel. Ze hebben zo weinig nodig dat iets al snel te veel is. Liever een lege ruimte, geen opzwepende muziek, of flikkerende lichten. De scènes waarin Adina op pompende muziek het Baubo-beeldje wordt, of waarin de twee performers als geesten over het podium vliegen, mogen dan misschien wel zorgen voor gelach in de zaal, ze zijn eerder ruis op het geluid van de eenvoud. Ze vertragen het versmelten, horen niet thuis in een organisch proces en storen het minutieuze detailspel van Hannah De Meyer. Ze is op haar best wanneer ze haar bot stevig in haar mond houdt, de laagjes één voor één afkluift tot ook wij kunnen proeven van wat ze neerlegt voor onze voeten.

Hopen op een wedergeboorte, het geluid van een nieuwe schaal die ook weer openbarst.