Toneel

Une des dernières soirées du carnaval Compagnie des petits champs / Clément Hervieu-Léger

Een springlevende Goldoni

De enscenering van Carlo Goldoni’s ‘Une des dernières soirées de Carnaval ‘ door ‘La compagnie des petits champs’ levert een halve en een hele ontdekking op. De halve ontdekking : Goldoni was de Tsjechov van de achttiende eeuw. De hele ontdekking : de jonge Franse regisseur Clèment Hervieu-Léger en zijn talentvolle troep. Ze brengen een komedie over het leven en de maatschappij met veel subtiliteit. Het stuk speelt in de achttiende eeuw, maar deze compagnie maakt dat gegeven springlevend. Clément Hervieu-Léger beoefent een stijl vol ‘naturel’, in de sporen van Strehler en Chéreau.

Uitgelicht door Johan Thielemans
Une des dernières soirées du carnaval
Johan Thielemans Les Bouffes du Nord, Parijs meer info
23 november 2019

Carlo Goldoni (1707-1793) is vooral bekend door ‘De Knecht van Twee Meesters’: een komedie én een uniek document: want hij legde vast wat commedia dell’arte was. Maar dat was in 1745. Later zou Goldoni overstappen op realistische komedies zoals ‘La Villeggiatura’: een heel nieuw genre dat zijn tijdgenoten niet altijd smaakten. Je kan de mythische enscenering van Giorgio Strehler nog steeds op dvd bewonderen. Goldoni verschijnt er als de voorloper van Tsjechov. Ook ‘Eén van de laatste dagen van het Carnaval’ uit 1762 was zijn tijd vooruit: het kent nauwelijks een intrige, maar is een natuurgetrouwe schildering van de Venetiaanse burgerij. Mensen die samenkomen en praten, over geld, over de liefde, over industrie. Ook dat stuk doet denken aan Tsjechov, al loopt bij Goldoni alles goed af.

‘Een van de laatste dagen van het Carnaval’ beleefde onlangs zijn première in Les Bouffes du Nord in Parijs. Dat kleine theater aan één van de boulevards van de Franse hoofdstad heeft voor mij een belangrijke nostalgische betekenis. Ik zag er verschillende voorstellingen van Peter Brook . Het was immers de thuisbasis van zijn internationaal gezelschap: diversiteit, kleur op het toneel, participatie van andere culturen, het was er al allemaal veertig jaar geleden. Als ik er nu heen ga, zie ik dat dezelfde eenvoudige architectuur behouden bleef. Er is een klein restaurant met eenvoudige schotels (maar wel met Parijse prijzen). De schouwburg zelf blijft zonder franjes – een ruimte waar het om de essentie van theater gaat. Een theater met volle aandacht voor de tekst en de acteur, zonder moderne snufjes. Het is eigenlijk niet meer van deze tijd, zodat ik me wat bang afvraag of de jonge spelers vandaag iets van de geest van deze kleine tempel weten te bewaren.

De regie van de Goldoni die hier speelt is in handen van Clément Hervieu-Léger. Voor mij een nieuwe naam, maar meer dan een belofte, zelfs een ontdekking. Hij was de assistent van Patrice Chéreau voor diens laatste voorstellingen. Hij speelde mee bij Ivo van Hove in Les Damnés. Hij is vaste regisseur bij de Comédie Française waar hij zich toelegt op Molière, zowel in historisch als hedendaags kostuum. Hij heeft daarnaast een eigen troep : ‘La Compagnie des Petits Champs’. Hu vaste stek is een schuur op het platteland, maar nu vertolken ze dus hier Goldoni.

(We weten het wellicht te weinig maar er is in Frankrijk een bijzondere nieuwe groep regisseurs aan het werk. Pommerat bijvoorbeeld, van een wat oudere generatie. Maar ook Julien Gosselin of Thomas Joly. Bij dat lijstje hoort nu ook Clément Hervieu-Léger.)

Dit stuk van Goldoni speelt zich af in de wereld van de wevers in Venetië. Zamaria wil op het einde van het carnaval een groot feest geven. De genodigden  zijn hoofdzakelijk collega’s, rijke burgers. Hij verlangt naar een gezellige avond met een maaltijd en een danspartij. Naargelang de verschillende koppels arriveren, komt die wens natuurlijk steeds meer in het gedrang. Enkele typische personages passeren de revue, zoals de pantoffelheld of een diep ontevreden vrouw. Dat levert gesprekken, conflicten en ruzies op. Slechts één plotlijn geeft dit samenzijn structuur. De jonge Anzoletto, een tekenaar van patronen, vindt dat hij te weinig waardering krijgt. Hij kondigt zijn vertrek naar Moskou aan, waar hij een baan kreeg. Zijn afscheid verwekt algemene ontsteltenis, vooral bij Domenica, dochter van Zamaria. Zij hoopte met Anzoletto te trouwen. Om het nog erger te maken duikt een oudere Française op die met Anzoletto zal meereizen. De komst van deze rivale geeft aanleiding tot een subtiel psychologisch duel tussen een jonge en een oudere vrouw. We maken vele gevoelens mee, van verliefdheid over hoop, hartenpijn en treurnis tot jaloezie terwijl de feest maaltijd wordt voorbereid. Tenslotte raakt alles opgelost. Niet minder dan drie huwelijken worden finaal aangekondigd; ook Domenica krijgt haar Anzoletto.

We maken vele gevoelens mee, van verliefdheid over hoop, hartenpijn en treurnis tot jaloezie

Goldoni blijkt hier niet alleen een voorloper van Tsjechov is, door een vreemde historische kortsluiting weerklinkt ook hier de verzuchting van de ambitieuze Anzoletto om naar Moskou te trekken, net wat de personages van Tsjechov steevast verlangen.

De regie van Clément Hervieu-Léger sluit aan bij twee tradities : Strehler en Chéreau. Van de Italiaanse regisseur heeft hij de zorgvuldige karaktertekening van elk van de veertien personages overgenomen. Sommigen onder hen, zoals Zamaria en de twee geliefden, worden heel realistisch verbeeld. Daar speelt Hervieu-Léger op het ‘naturel’, een speelstijl die Molière al beoefende in zijn grote komedies. Andere personages zijn een type of zelfs een karikatuur. De kostuums (Caroline de Vivaise) dragen sterk bij tot de karaktertekening, in achttiende-eeuwse stijl. Van Chéreau Nam Hervieu-Léger de beweeglijkheid op het speelplateau over. De spelers evolueren als groep met een meeslepende dynamiek. Hij beschikt ook over een sterk ruimtegevoel: als de acteurs uit elkaar stuiven, belanden ze steeds op een dramatisch verantwoorde plek. Alles is organisch en toch precies geregeld.

Hervieu-Léger excelleert echter in twee scènes. Als de feestgangers zich vervelen besluiten ze kaart te spelen. Bij de opwinding over winst en verlies evolueren de psychologische verhoudingen. Dit is bijzonder kundig gedaan, met een prachtige zin voor het komische. Dit virtuoze stukje toneel krijgt een pendant in de maaltijd. In de realistische vertolking van een tafelconversatie sluipen alweer nieuwe verhaalelementen: de personages leggen conflicten bij en sluiten vrede. Die ontwikkelingen volgen elkaar met een eerlijke logica op. Moppen staan naast psychologische uitbarstingen. Een schare vrij jonge spelers verdedigt deze regie: iedereen vervult zijn opdracht perfect: genuanceerd, subtiel en heerlijk komisch. Een Compagnie vol moderne acteurs.

Eens de conflicten opgehelderd zijn, volgt de dans: een volkse dans op Venetiaanse liederen. De energie is herkenbaar: bij het Globe Theater in Londen werd elke opvoering onder de artistieke leiding van Dromgoole daarmee afgesloten. Plezier en energie als een heerlijk orgelpunt, met dank aan choreograaf Bruno Bouché.

De kwaliteit van de opvoering verbaasde me: je ziet hier een heel interessante jonge regisseur , omringd door een begaafde spelers. Ze verdedigen het repertoire zo gloedvol dat het hedendaags wordt. Wat een inspiratie, wat een vakmanschap. Het is een voorstelling die de traditie van de belangrijke, vernieuwende regisseurs uit de twintigste eeuw als Strehler of Chéreau verderzet. Deze Compagnie belooft nog veel mooie toneelavonden. En ook de geest van Peter Brook waait door de voorstelling, want Hervieu-Léger kiest voor de open ruimte : twee planken, twee schragen en enkele stoelen volstaan.Een unieke tip voor wie in november nog naar Parijs gaat.