Toneel / Muziektheater / Performance

Yoga for theatres - a galactic song situation MaisonDahlBonnema

Do you like yoga?

‘Yoga for theatres – a galactic song situation’ van MaisonDahlBonnema is één van die zeldzame voorstellingen die je sprakeloos laten. Niet omdat er bommen ontploffen of andere spectaculaire dingen gebeuren, integendeel. Het is een lange litanie, met vreemde rituelen, die zoveel tegelijk aanraakt dat je erin verloren in loopt. Gregoriaans 2.0 voor lichtzinnige maar gevaarlijke tijden. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Yoga for theatres - a galactic song situation
Pieter T’Jonck Biekorf Brugge. December Dance 2019 meer info
08 december 2019

De situatie is eenvoudig: het podium van het kleine Biekorf theater in Brugge is helemaal ontruimd. Stoelen staan aan de vier zijden van het lege speelvlak opgesteld. Een harige witte terriër dwaalt erin rond. Vier spelers zitten je op te wachten op een stoel aan elk van de vier zijden.

Ze zijn opvallend gekleed. Hans-Petter Dahl in rokkostuum en Anna-Sophia Bonnema in een rood avondkleed. De twee gastperformers, Elke Van Campenhout en Joana Preiss dragen al net zo’n feestelijke kledij: de ene in een wit avondkleed met een leren riempje dat van haar hals naar haar pols loopt, de andere in een kokette glitterjurk. Dressed to kill voor een chique receptie.

Het viertal staat op en verzamelt zich voor een eerste gezang op de poppy, wat dreinerige elektronische muziek van Dahl. De eerste songtekst is een uitnodiging: stel je voor hoe je lichaam zo zou uitzetten dat dit theater, of zelfs alle theaters, en zelfs het hele melkwegstelsel in je lichaam zouden passen.

In de volgende songs duikt dan de vraag op hoeveel stemmen je dan niet zou horen. Misschien zouden de muren wel de stem van Medea uitzweten, of de echo laten horen van alle andere wandaden, conflicten, gevechten die zich binnen deze muren afspeelden. Al gauw deint het perspectief daarna uit: de songs gaan niet meer over theater, maar over de natuur, over je verantwoordelijkheid voor die natuur en de naderende ecologische ramp. Het wordt al snel onbevattelijk. Te groot om nog positie te kiezen.

Het vreemde is echter, dat deze performers daar ondertussen staan alsof ze op een cocktailparty waren.  Een licht  gestileerd sociaal ballet, waarin de spelers met bedachtzame stappen langs elkaar heen laveren, met precies gechoreografeerde passen. Zoals dat dan pleegt te gebeuren, gebruikt zet dit gezelschap luchthartig de grootste problemen en kwesties zoals ecologische rampen, en voetafdrukken in als kleingeld in een conversatie.

De hond is de stoorzender in het spel, omdat hij niets ‘opvoert’ en, op de avond die ik meemaakte, met ongegeneerde erotische drift vastklampt aan het been van Dahl. De hond is hier helemaal zichzelf, terwijl de spelers voortdurend herhalen dat ze er enkel van kunnen dromen om ‘ik’ te zeggen zonder schaamte. Wat ze ook proberen.

De hond is de stoorzender, omdat hij niets 'opvoert'. 

Tijdens de vijftiende song zakt Van Campenhout door de knieën om met veel overtuiging een orgastische liefdesdaad op te roepen. Even later worden alle performers een hond die hijgend en opgewonden van achter de stoelenrijen toekijken naar het lege podium. Je vermoedt, meer dan dat de tekst het expliciet zegt, dat ze hier op een rituele manier iets willen oproepen dat ongrijpbaar is, en onmogelijk te verbeelden. Iets als ‘zelfverlies’ .

Zonder drama, zonder gekrijs en geschreeuw. Dit is geen ondergang, maar een langzaam verdwijnen, oplossen van het menselijke in een wolk van woorden. Woorden die als een wankel vlot  blijven dobberen, zonder een conclusie of een betekenis. Deze voorstelling is als een feestje op de Titanic. Een ‘Tout va très bien, Madame la Marquise’. Doen alsof er niets aan de hand is, terwijl we langzaam wegzinken in de zee, verdwijnen aan de einder.

‘Yoga for theatres’ is de paniek voor het nakende einde voorbij. Het is een monotone zang, gedragen door monotone gebaren en figuren die een voorafbeelding zijn van het moment waarop we niet langer proberen het allemaal te weten en te bemeesteren, maar toegeven aan het besef dat de mens niet meer is dan een verhevigde concentratie van het leven dat overal woekert. Dat het ons allemaal te boven gaat, en elke uitleg niet veel meer is dan ‘spuwen tegen de wind’.

Zo’n vreemd ritueel werpt je als toeschouwer radicaal op jezelf terug. Hoe ga je om met theater waaruit alle drama is weggesijpeld, dat niet veel meer is dan een leeg canvas waarin denkbeelden vrij rondtollen, zonder te passen in het gelid van een voldragen kritiek? Wil je dat? Herken je die onmacht? Zie je er een soort bevrijding in? Do you like yoga?