Lecture-performance

What do you think of Western civilisation? I think it might be a good idea. Simone Milsdochter

de schaamte om alleen gelukkig te zijn

Volgens een nooit bevestigde legende zou een journalist ooit aan Mahatma Ghandi gevraagd hebben wat hij vond van de Westerse beschaving. ‘I think it would be a good idea’ zou die gevat gerepliceerd hebben. Versta: het westen doet alsof het de beschaving in pacht heeft, maar dat is twijfelachtig. Simone Milsdochter denkt de kwestie door in een lezing met Ghandi’s uitspraak als titel. Ze vraagt zich af of beschaving niet gewoon een kwestie van geluk is. Die we ook wat guller mogen delen. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
What do you think of Western civilisation? I think it might be a good idea.
Pieter T’Jonck Studio +1, De Grote Post, Oostende
TAZ#19
meer info
10 augustus 2019

Een ‘lecture-performance’ over manieren om de wereld te verbeteren, het is een tricky onderneming. Erg moedig is het doorgaans niet, want je spreekt voor een publiek van gelijkgestemden. Maar aanmatigend kan het wel worden. Je bent immers niet de eerste wereldverbeteraar, en ongetwijfeld ook niet de laatste. Het gros van de plannen om de wereld te verbeteren leverde bovendien weinig (goeds) op.

Maar als je het dan toch wil doen, is het wel zo verstandig om het wat dichter bij huis, bij jezelf en je eigen métier te houden. Je kan je dan afvragen waarom het maar niet opschiet, ondanks alle goede intenties die jij en je omgeving toch menen te hebben,.

Dat is wat Simone Milsdochter probeert in ‘What do you think of western civilisation? I think it would be a good idea!’. Als je binnenkomt in de zaal, klinkt de jazzy muziek van Soft Machine. Op de achtergrond hangt een groot plakkaat van aan elkaar gelijmde kranten. Het hele middenvlak werd slordig wit geverfd, zodat je het drukwerk aan de randen nog ziet.

De betekenis van dat plakkaat laat zich snel raden als Milsdochter aan een mengpaneel gaat zitten en een stortvloed aan nieuwsberichten tot een hels kabaal laat aanzwellen. Een simpele manier om alvast dit duidelijk te maken: als je vandaag de wereld zou willen verbeteren, dan kijk je aan tegen zo’n berg informatie dat het onbegonnen werk lijkt. Tijd om het bord af te vegen (of dus: wit te schilderen).

Milsdochter komt daarna binnen met een misleidend triviaal praatje over misdaadberichten in kranten. Ze vraagt zich hardop af met wie je zou sympathiseren: de dader of het slachtoffer. Al snel springt ze over op een grootschaliger soort misdaden zoals aanslagen van IS. Wie doet nu zoiets, vraagt ze zich af.

Hadden we dan niet zoiets als ‘de beschaving’, die ons uitlegt wat wenselijk gedrag is en wat niet? En leverde die niet zo’ n prachtige dingen af als de muziek van Ludwig van Beethoven. Die muziek, vertelt ze, was alvast voor haar vader, reden genoeg om de westerse beschaving te rechtvaardigen. Waarom willen die terroristen ze dan om zeep helpen?

Op dat moment, heel vroeg dus, komt er een essentiële draai in haar verhaal. Ze komt er rond voor uit dat ze in haar persoonlijk leven altijd veel geluk heeft gehad. Goede ouders, goede opvoeding, nooit iets tekort, veel liefde. Ze kan zelfs leven van zoiets onnuttig als kunst.

Maar niet iedereen heeft zoveel geluk gehad, beseft ze. Niet iedereen kon de vruchten van de beschaving plukken, en vaak is dat gewoon een kwestie van brute pech. Op het verkeerde ogenblik en de verkeerde plek geboren worden, en je uitzicht op al die prachtige geschenken van de beschaving gaan aan jou voorbij.

Misschien doen de ‘gelukzakken’ er wel alles aan om de ‘pechvogels’ pechvogels te laten blijven

Sterker zelfs: misschien doen de ‘gelukzakken’ er wel alles aan om de ‘pechvogels’ pechvogels te laten blijven, zodat ze ongestoord hun leventje kunnen vervolgen. Ze illustreert het aan de hand van een anekdote over een jeugdvriend. Die was met een gouden lepeltje geboren, en deed het ook later heel goed. Ze merkt op dat hij zich dat laat aanleunen, ook al beseft hij dat het ook anders had kunnen zijn. Wat begon als toeval ‘naturaliseerde’ hij tot een wereldbeeld, waarin -niet toevallig- hij de bovenlaag van vormt.

Maar wat als die man nu eens had toegegeven dat het, door een speling van het lot, even goed had gekund dat zijn nanny de baas was, en hij de knecht. Daarmee is Misldochter gelanceerd voor de grote vragen. Wat ze bij haar vriend ziet gebeuren, detecteert ze ook op grote schaal.

Als er dan mensen zijn die daartegen letterlijk in het geweer komen -terroristen dus- doen we alsof we het niet begrijpen. Maar zijn we dan niet ziende blind? Kunnen we ons dat nog wel permitteren als we allemaal samen voor uitdagingen staan die de hele mensheid bedreigen, zoals de klimaatverandering?

Zonder alle finesses van het betoog te geven: Milsdochter doet een warme oproep om eens goed na te denken over hoeveel geluk je had, en hoeveel je daarvan misschien ook zou kunnen gebruiken voor een ander doel dan het zelf goed, beter, best hebben. Zodat iedereen, om te beginnen, tijd en geld zou hebben om mee te genieten van Beethoven, of van Soft Machine. Dat zou pas echt beschaving zijn.

Het slimme van de voorstelling is dat Milsdochter geen blauwdruk presenteert voor de verbetering van de wereld. Ze slaat geen militante toon aan. Ze is gewoon hardop aan het denken, op een doorgaans vriendelijke, bedachtzame toon. Maar aan de hand van haar eigen geschiedenis en denkbeelden wijst ze wel op de blinde vlek van alle weldenkende mensen: ze zijn niet ‘van nature’ zo, ze hebben geluk gehad.

Als je dat doordenkt, kom je wellicht uit op een pleidooi voor een politiek die je als ‘sociaal-democratie 2.0’, op wereldschaal dan,zou kunnen omschrijven. Zover gaat Milsdochter niet. Ze wijst er alleen op dat we er beter mee ophouden te doen alsof alles kan doorgaan ‘zoals het altijd was’. Wishful thinking is het zeker, maar een punt heeft Milsdochter toch.