Opera

'Combattimento: The Black Swan Theory Sylvia Costa / Sébastien Daucé

Klagen in de tijd van Claudio Monteverdi

Regisseur Sylvia Costa en dirigent Sébastien Daucé grasduinden in het oeuvre van Claudio Monteverdi en tijdgenoten, op zoek naar mooie klaagzangen. Uitgangspunt was het bekende ‘Combattimento di Tancredi e Clorinda’ (1638) , het verhaal van een kruisvaarder die in een gevecht de Ottomaanse vrouw doodt waar hij verliefd op is. 'Combattimento: The Black Swan Theory’ is het resultaat. Het ging in première op het Festival van Aix. Je doet er boeiende muzikale ontdekkingen: wie kent de muziek van Buonamente, Massaino of Merula? Theatraal is dit helaas ondermaats werk.

Uitgelicht door Johan Thielemans
'Combattimento: The Black Swan Theory
Johan Thielemans Festival d' Aix-en-Provence meer info
14 juli 2021

De idee van deze voorstelling komt van Pierre Audi, directeur van het festival. Costa en Daucé stelden een bloemlezing samen van onbekende stukken waarin de lamentatio centraal staat. Zo ontdek je de overeenkomsten in de muziektaal van de generatie van Monteverdi. Ze maakt nog gebruik van polyfonie, al was dat in 1638 al ouderwets, maar legde ook de basis voor de grote zangsolo’s die het gezicht van de opera, het nieuwe genre, zouden bepalen. Je ontdekt hier een hele wereld. Niet alleen de muziek is verrassend, ook de teksten zijn dat vaak. Jammer dus dat ze niet in het programma opgenomen werden.

De verschillende stukken worden heerlijk gezongen, door de zangers in groep of door solisten. Dat zijn hier vooral vrouwen. De stukken bespelen zowel themas’ uit de Oudheid als uit de Bijbel. Zo is ‘Didone’ van Francesco Cavalli (1640) gebaseerd op Vergilius, terwijl ‘Jephte’ (1648) van Giacomo Carissimi draait rond het gelijknamige personage in het Oud testament. Lucile Richardot, Julie Rossel en Caroline Weynants vertolken de geselecteerde aria’s hartstochtelijk. Valerio Contaldo maakt van de ‘Combattimento’ van Monteverdi dan weer een spannend verhaal.

Dat is alles prachtig. Maar Sylvia Costa heeft ook een theatrale actie bedacht. Die is teleurstellend. Het begint al met een grote beer in neonlicht, waarna de ‘Combattimento’ wordt uitgebeeld. Tot veel meer dan wat schooltoneel komt het niet. Bij de lamentaties plaatst Costa de zangers in een grote rouwkapel. Ze stuntelen wat met een witte kist, en later komt er nog een witte kinderwieg aan te pas. Sluit de ogen en geniet van de uitstekende zang, is de beste raad die ik geven kan.

Het wordt nog erger voor het derde luik: plots doen de zangers alsof ze architecten zijn. Ze kijken in plannen, stellen een landschap samen, plaatsen er gebouwen in, en tenslotte rollen ze een voorwerp op het toneel dat een atoombom voorstelt – de wetenschap en de vooruitgang lopen dus uit op een ramp. Helaas wordt ook dit idee theatraal erg knullig uitgewerkt.

Zo pover als de esthetiek van de voorstelling is, zo verzorgd zijn merkwaardig genoeg de foto’s ervan. Verleidelijk zelfs. Op het toneel merk je helaas niets van die magie. Dat heeft er zeker ook mee te maken dat de zangers doorgaans zwak uitvallen als acteur. Ze doen vooral heel erg ‘alof’: alsof ze klagende vrouwen zijn, alsof ze wetenschappers zijn, maar ze zijn nauwelijks geloofwaardig. Muzikaal scheren ze daarentegen hoge toppen. Nogmaals: bij dit stuk sluit je maar beter je ogen, want muzikaal is dit wel een genot.