Muziektheater / Opera

DIVA FroeFroe

Een miauwend varken in schapenvacht

Waar is de tijd dat opera het massaspektakel was van zijn tijd? Op de Zomer van Antwerpen roept FroeFroe die vervlogen dagen weer op in ‘DIVA’, live begeleid door barokband B.O.X. Hoge klassieke zang vermengt zich in openlucht met de baarlijke lach, terwijl een stoet aan weinig katholieke poppen zich een weg zoekt tussen ontheiliging en vervoering. Hoe geef je inhoud aan uiterlijkheid?

DIVA
Wouter Hillaert Zomerfabriek Antwerpen
Zomer van Antwerpen
meer info
14 juli 2021

Pontificaal beheerst een uitgemergelde Christus de scène. Gekruisigd hangt hij niet met opgeslagen ogen naar de hemel, maar kop in kas, als een ontvleesd skelet met enkel nog wat luizige strengen. Niet verrijzen zal hij, maar enkele scènes later stomweg voorover donderen met kruis en al.

Zulke momenten zijn van FroeFroe zowat de programmaverklaring: haal het hoge omlaag, verhef het lage tot een kunst. Al bijna veertig jaar blijft dat de succesformule van Marc Maillard en de zijnen, zeker als ze hun duivels loslaten op klassieke stof. Niets is heilig, tenzij het spektakel zelf. Sommigen vinden het makkelijk jolijt, het grote publiek daarentegen geniet ervan met volle teugen – en ook hier weer met een staand applaus. Voor de makers zelf blijkt het steevast een risicovol laveren: hoe haal je met zoveel schuine stompen niet ook de kunst zelf onderuit? Welk roerend verhaal vertel je zelf?

In 'DIVA' draait alles rond twee broertjes in het Italië van de achttiende eeuw. Samen zijn ze ontloken aan de zure stront van een schamele varkensboerderij, tot Angelo ‘La Voce’ wint: The Voice Kids voor God, met in de jury drie habijtdragers die in zijn zuiver stemmetje hun rechtstreekse ticket zien naar het Vaticaan. Samen met broer Ricardo wordt Angelo in de schaduw van het kruis op de hoogste toonladder gejaagd via de beproefde methode ‘CDS’ (Concentratie, Discipline en Stemoefeningen): een mix van zweepslagen en mentale terreur van consigliere Uglio, ofte Filip Peeters in zijn element.

Angelo, de engel, laat het niet aan zijn hart komen en gaat er spontaan van zweven. Ricardo, zijn aardse tegenvoeter, klampt zich schalks vast aan zijn ukele. De ontwapenende naïviteit van deze poppen versus de pure machtswellust waar ze het slachtoffer van zijn: bij FroeFroe eis dat en van de sleutelstrategieën. Hoe barser het geweld, hoe vlotter het weggelachen wordt. Met poppen kan dat.

Meer en meer openbaart zich tussen beide broers een mythische spanning tussen het Apollinische en het Dionysische: de ene volledig vergeestelijkt in zijn zang en zijn streven naar het allerhoogste, de andere lonkend naar meer onderbuikse geneugten met billen en borsten. Keerpunt is wanneer Angelo’s oorstreling ineens gaat stokken voor een huppende pad van een bisschop. Oeps, baard in de keel! Daartegen helpt maar één ingreep. Onder hetzelfde witte laken waarachter Angelo met een scherp schaartje voorgoed zijn mannelijkheid verliest, ontdekt Ricardo even later de zijne in een wervelende stoeipartij met de guitige Alexandra (Abigail Abraham). Maar zelfs dat gaat niet zonder zijn koorknaap-broer. Twee wederhelften, één persoonlijkheid? Het is een klassiek motief waarmee FroeFroe jongleert zoals altijd: meer in de rapte dan in de diepte.

Ook als voorstelling blijft 'DIVA' een partijtje pingpong tussen hoog en laag, tussen de polen die ook Angelo en Ricardo sturen: het heilige Rome contra het cabareteske Parijs. Geen aria van contratenor Serge Kakudji uit de hitlijst van de opera zonder dat zijn zang abrupt afgebroken wordt. Geen handreiking naar God zonder scabreuze bijbetekenis. Geen Beethoven zonder Celine Dion. Geen klassieke barok zonder beats. Veeleer filmisch dan toneelmatig monteren de scènes en de dialogen zich aan elkaar, af en toe onderbroken door een uitgesponnen theatraal tableau. Italiaans voelt DIVA nog meer door zijn visuele dan door zijn muzikale verpakking.

Een partijtje pingpong tussen hoog en laag

Het maakt van de FroeFroe’s, de Tarantino’s van het Vlaamse theater, misschien wel de laatste postmodernisten op onze podia. Van een pièta gaat het in één vingerknip naar pakweg paaldansen, van een sneer naar Pfizer naar een Breugheliaanse nachtmerrie met Pietje de Dood. Steeds nieuwe associaties poppen op uit de graaibak van onze westerse cultuur. Allemaal gaan zij mee in de mixer van frats en fatsoen. Fijn voor het kijkplezier, dat zeker. Een democratisering van opera, hoe dan ook.

Maar misschien blijft het allemaal een beetje te veel cabaret? FroeFroe maakt van uiterlijkheid bijna bewust zijn uithangbord. Anders dan bij veel ander figurentheater is ‘verbeelding’ hier niet iets wat tussen de lijnen ontkiemt in het hoofd van elke kijker, maar een expliciete visualisering op scène. What you see is what you get. Het beeld is vol, daarachter opent zich weinig extra diepte. Precies in dat gebrek aan poëzie zit de barokke kern van deze creatie, net als een diva op scène: verbeelding op het randje van verblinding, uitpakken om de blik in te pakken. Voor de dialogen geldt dezelfde directheid: er wordt gezegd wat er gezegd moet worden. De pun zit al mee vervat in woord en beeld.  

Toch voelt die uiterlijkheid niet zomaar oppervlakkig. Net door de voortdurende kruising van zoveel stijlen en associaties ontstaat er reliëf in de confrontatie zelf. Van de figuur van de castraat tot het beeld van een miauwend varken in schaapswol op de ouderlijke boerderij: bewust of onbewust voelt ‘DIVA’ bijna queer, als een bubbelbad waarin polaire en populaire categorieën uiteindelijk in elkaar vervloeien en oplossen. Er is meer nuance dan het lijkt.

De boel samenhouden doet vooral de klare narratieve plot. Net daarom valt het poëtische en symbolische slot wat uit de haak: weet het uitgezette verhaal zich daar ineens niet meer helder te communiceren, of opent zich net een extra verbeeldingsruimte die er voorheen niet was? Ik heb het nog niet rond. In elk geval blijkt poëzie niet vanzelf in dit tekensysteem te injecteren.

Voor vervoering en verstilling zorgen naast de goed ingespeelde (poppen)spelers uiteindelijk vooral de geoefende zangers en muzikanten. Hun muziek verrijkt het thema van ambitie en broederliefde met extra gevoeligheid, vanuit een groot vakmanschap. En zo redt net de hoge cultuur het volksfeest dat ‘DIVA’ is en wil zijn.

Zelf blijf ik fan van FroeFroe. Het ensemble heeft zijn volstrekt eigen plek in het veld, er is ook nood aan. Maar ook: net als fan blijf je benieuwd naar die ene keer dat dit figurentheater iets onverwachts zal doen, door enkele basistrategieën in te wisselen voor meer innerlijkheid, zelfs voor de massa. ‘Gewoon je best doen’, zoals de consiglieri ergens halfweg tegen Angelo roept, ‘is niet genoeg.’ 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren