Lecture-performance

Aardappelbloed Emma Lesuis

Niet: waar kom ik vandaan? Wel: waar komen wij vandaan?

‘Waar kom je vandaan, maar dan écht?’ Deze vraag krijgt theatermaakster Emma Lesuis (Roel Verniers Prijs 2018) maar al te vaak te horen. Als dochter van een zwarte Surinaamse moeder en een witte Nederlandse vader gaat ze in 'Aardappelbloed' op zoek naar de roots van haar Surinaamse bet-bet-overgrootmoeder. Maar misschien ook naar die van zichzelf? In deze documentaire-voorstelling én meesterlijke vertelling stoot ze op de vergeten geschiedenis van de Surinaamse slavernij. 

Uitgelicht door Siebren Nachtergaele
Aardappelbloed
Siebren Nachtergaele Domzaal van Vooruit, Gent
Theaterfestival 2019
meer info
14 september 2019

Bij het betreden van de theaterzaal is het eerste wat je ziet een kaart met de opdeling van de voormalige Surinaamse plantages. Ze hangt op aan de achterzijde van de tribune. Dat zet meteen de toon van deze voorstelling. Nana Adjoa speelt contrabas naast een projectiescherm op de bühne. Emma Lesuis zuivert en bakent intussen het speelvlak af met gezegend water.

In de documentaire ‘Mijn land, mi gron’, die deel uitmaakt van de performance, wil ze meer te weten te komen over het land waar haar bet-bet-overgrootmoeder Zaïre Deimveld begraven ligt. Als je Deimveld omdraait is het veldmeid. Een slavennaam. Hoe een naam een blijvende herinnering kan zijn aan 300 jaar trans-Atlantische slavernij.

Emma Lesuis opent de voorstelling met een wondermooie vertolking van een Surinaams kinderlied, muzikaal omlijst door contrabassiste Nana Adjoa. Lesuis vertelt dat haar oudere broer kwaad werd wanneer ze dit lied steeds weer zong als klein meisje. Waarom, vraagt ze zich op latere leeftijd af. Omdat ze zo wit was, zegt haar broer, 20 jaar na datum. En omdat hij zo zwart is, vond zij toen.

Hoe kan je überhaupt een kleur zijn? ‘Hij gedroeg zich zo allochtoons, alsof hij niet van hier is.’ Haar broer was immers al van kinds af aan bezig met zijn identiteit, omdat die hem voortdurend werd opgedrongen omwille van zijn kleur. Alsof hij een vreemde was in de Nederlandse samenleving.

Hoe kun je een kleur zijn? 

‘Maar van de Surinaamse cultuur hadden we weinig kaas gegeten’, zegt ze. Het publiek schiet in de lach. Ze waren immers nog nooit in Suriname geweest. ‘Waar kom je vandaan?’, vraagt Lesuis zich luidop af, en ‘waarom staan mijn koffers al klaar?’ Zo vertrok ze voor het eerst naar Suriname, het land van haar moeder, het land van stille wateren en oude plantages, met een camera bij de hand.

Aangekomen op de intussen overwoekerde Surinaamse plantage ‘Mon Souci’, zet ze symbolisch een stuk van het terrein af met een kleurig lint. In het midden van het perceel plant ze een vlag. Dat zien we in de film ‘Mijn land, mi gron’. De vraag die ze stelt: behoort deze grond, waar haar bet-bet-overgrootmoeder Zaire gedwongen arbeid leverde, haar familie toe?

Emma Lesuis tracht zich in de documentaire dit stukje grond dat jarenlange slavernij ademt, juridisch en moreel toe te eigenen. Ze krijgt echter te horen dat de grond die bet-bet-overgrootmoeder jarenlang bewerkte met handen en voeten, haar niet toebehoort. Maar waar kom je dan wel vandaan, als je generatie na generatie te gast blijft in het land waar je geboren en getogen bent? Juridisch recht of niet, Emma Lesuis blijft verbonden met haar moeders wortels. Ook al heeft ze ‘aardappelbloed’, zoals Surinamers Nederlanders noemen, haar zwarte huid en krullen helpen haar dagelijks te herinneren aan de verbinding met haar bet-bet-overgrootmoeder uit Suriname.

Wist je dat het nog tien jaar duurde, na de officiële afschaffing van de slavernij in 1863, vooraleer Surinamers niet meer op de plantages dienden te werken als slaven? Ik alleszins niet, voor ik de documentaire-voorstelling bijwoonde. Het gaat om een stukje vergeten en verzwegen geschiedenis. Zo was het ook nadat de slavernij officieel ophield. Als slaaf moest je vooral dankbaar zijn voor de plantage-eigenaars en voor vadertje staat, het Nederlandse koninkrijk. Én je diende vooral te zwijgen over de slavernij die er had huisgehouden.

Je diende vooral te zwijgen over de slavernij die in Suriname had huisgehouden

‘We kunnen niet in het verleden blijven hangen, een leven is immers nooit zwart-wit’, zegt de Surinaamse schrijfster Cynthia Mcleod in de documentaire. Maar honderden jaren koloniale ongelijkheid wis je niet zomaar weg uit menselijke geheugens. Psychologen die onderzoeken hoe vroegere gebeurtenissen huidige levens beïnvloeden, noemen dit een ‘intergenerationeel trauma’. Nog altijd is er alledaags structureel racisme. Hoe herdenk je dan iets wat zowel verleden tijd is als een dagelijkse realiteit? ‘Kunnen we de geschiedenis herschrijven?’, vraagt Emma Lesuis zich luidop af. ‘Hoe dan wel?’

De dekolonisatie van de geest vormt een mogelijk antwoord, stelt Emma Lesuis. Het gaat er dan om de geschiedenis te vertellen vanuit een ander perspectief dan het dominante eurocentrische. ‘Uw zoektocht is een zoektocht naar herstel’ zegt Cynthia Mcleod haar in de documentaire. Een zoektocht naar erkenning. Excuses van het koninkrijk Nederland zouden wijzen op hun ethische grootsheid, stelt ze. ‘Het gaat niet om: waar kom ik vandaan, waar kom jij vandaan, maar waar komen wij allen vandaan?’.

Ik las onlangs in het boek ‘Herdenken Herdacht’ van Simone van Saarloos de volgende inspirerende zin: ‘Ik vraag me af of meer zichtbaarheid (van getuigenissen, verborgen geschiedenissen, red.) werkelijk tot meer rechtvaardigheid leidt: als zichtbaarheid tot acceptatie moet leiden, is er altijd een tekort aan aandacht en acceptatie voor die mensen en bestaansvormen die onzichtbaar blijven.’

Deze beklijvende en overtuigende voorstelling van meester-storyteller Emma Lesuis verdient dan ook onze volle aandacht. Niet alleen in de hoop rechtvaardigheid te brengen, maar bovenal als heling en vervollediging van ons collectief geheugen. De live-vertelling mag echter gerust een groter deel in beslag nemen, om de documentaire nog meer met theatrale codes te omlijsten en het live-karakter extra kracht bij te zetten.

Misschien kan deze vertelling wel inspiratie bieden voor de manier waarop ons land kan omgaan met zijn koloniale geschiedenis? ‘Aardappelbloed’ suggereert dat het blootleggen van een ‘vergeten’ stuk koloniale geschiedenis niet alleen een zaak is van mensen die zouden blijven hangen in het verleden. Het gaat ons allen aan: het spoort ons aan om een toekomst voor iedereen te creëren.