Lecture-performance

Poison Transmission Adeline Rosenstein

Activisme kan ook bescheiden zijn

Adeline Rosenstein koos voor een radioprogramma om haar onderzoek naar vrouwelijke militante activisten te brengen. Zowel de bescheidenheid waarmee ze deze heroïsche verhalen van de activisten zelf brengt, als die van de scenografie, is niet alleen rustgevend, maar toont een andere manier van geschiedschrijving. 

Uitgelicht door Elie Agniel
Poison Transmission
Elie Agniel Hallen van Schaarbeek
Kunstenfestivaldesarts
meer info
29 mei 2021

Schoenen uit, een zwarte gang door en een bijna geluidloze zaal in. Geen podium, maar twee tafels voor de radiomakers en kussens op een zacht tapijt voor de luisteraars. Een zacht licht vult de zaal, een rood peertje laat weten wanneer Rosenstein ‘on air’ is. Aan de ene tafel zitten zij en Marie Devroux, die de voice-over van de vertaling op zich nam. Aan de andere tafel een technisch team. De voorstelling wordt de ene dag live uitgezonden op Radio Campus, de andere dag op Radio Panik.

Elke dag brengt Rosenstein het verhaal van een andere militante activiste. Voor deze eerste aflevering koos Rosenstein het levensverhaal van Lilica Boal, een onafhankelijkheidsstrijdster voor Guinee-Bissau en Kaapverdië. Na een korte introductie en een verantwoording voor de vertaalkeuzes uit het Portugees, wisselen opgenomen interviews en meer beschouwende stukken– live ingesproken door Rosenstein- elkaar af.

De manier waarop het levensverhaal van Boal wordt gebracht, toont – zonder waardeoordeel over goed of kwaad – een alternatieve aanpak van geschiedschrijving en van activisme. Boal komt uit een geëngageerde maar welgestelde familie uit Kaapverdië. Voor de onafhankelijkheid woonde ze in Tarrafal, een rijk deel van Santiago. Haar middelbare schoolstudies rondde ze af in Portugal. Het is pas nadat ze zich tijdens haar universiteitsstudies in Lissabon aansloot bij een beweging die studenten uit verschillende kolonies in contact moest brengen met elkaar dat ze beseft welk leed ze eigenlijk had gezien in haar eigen land. “Ce qu’on ne comprend pas, on ne voit pas” geeft ze als uitleg.

Het is hier dat ze besluit deel te nemen aan de onafhankelijkheidsbeweging voor Kaapverdië en Guinee-Bissau, opgericht door Amilcar Cabral. Dat ze daarvoor tijdelijk haar tweejarig kind moet achterlaten en de keuze moet maken haar studie niet af te werken is voor haar een evidentie – het dient een hoger doel. Nog een evidentie: de strijd voor gelijkheid tussen man en vrouw. Zo richt ze bijvoorbeeld een pilootschool op in Guinea, een instituut dat wezen en vrijheidsstrijders moet instrueren. Niet alleen onderlijnt ze in haar lessen dat vrouwen moeten vechten voor hun eigen rechten, maar ze zorgt er ook voor dat er evenveel vrouwen als mannen op die school lesgeven en krijgen.

Boal legt uit hoe je ook voor onafhankelijkheid kan strijden door de geschiedschrijving zelf aan te passen. Zo staat ze mee in voor een nieuwe reeks schoolboeken, vanuit het standpunt van de gekoloniseerden. Of door klassen van zo veel mogelijk verschillende kolonies samen te brengen en de krachten te bundelen. Als directeur-generaal van het ministerie van onderwijs blijft ze hameren op het idee dat er ook naar de kinderen zelf moet geluisterd worden. Onderrichten is ook luisteren. Met een bewonderenswaardige bescheidenheid toont Boal hoe vooral een goede omgeving zorgt voor een opvoeding. Ze legt haar succes bij de groep strijders en haar omgeving, niet bij haar eigen doorzettingsvermogen. Recht in lijn met een marxistisch denken zegt ze zelfs dat de revolutie niet bestond bij gratie van bijzondere mensen, maar voortkwam uit een uitzonderlijk geluk. Overwinningen zijn voor haar niet het resultaat van individuele acties, maar van een gemeenschappelijk verzet. Wat Rosenstein zo mooi toont is dat ondanks deze bescheidenheid, de daden toch groot zijn. 

De keuze van Rosenstein voor een klassiek radioprogramma als platform werkt erg goed. Ze liet de interviews vertalen en inspreken en wisselt ze af met samenvattingen of duidingen van Rosenstein zelf. Het verhaal is sterk en vraagt juist daarom soms om wat extra concentratie. Beelden zouden alleen maar voor afleiding zorgen en ze zijn verre van noodzakelijk. Ook het feit dat de uitzending op een efemeer medium als radio komt, geeft misschien een kleine knipoog naar een periode waarin dit communicatiekanaal een revolutionaire rol speelde. Ook de vluchtigheid van het medium maakt het meer tot een evenement dan wanneer het een podcast geweest zou zijn. Die kan je ‘later nog wel eens beluisteren’. Hier is het nu of nooit – zo voelt het.

De radio-uitzending is absoluut de moeite. Maar evengoed is het een cadeau om bij de opname zelf te mogen zitten. Ook de voorstelling ervan (met publiek erbij) zit vol subtiele details. Een Palestijnse vlag ligt amper zichtbaar op de tafel van Rosenstein. Als ze het over een boek heeft, haalt ze het geruisloos boven. Je ziet hoe ze glimlacht bij grappige passages of hoe de geluidstechnicus boos kijkt naar één van zijn collega’s als zijn gsm per ongeluk geluid maakt. En ondertussen liggen wij languit op de grond met enkele kussens te luisteren naar een boeiend gebracht en belangrijk verhaal.

Als Rosenstein op het einde van de uitzending met een zekere gêne haar applaus in ontvangst neemt, vraag ik me enkel even af of de bescheidenheid van Boal niet ook een beetje de verdienste is van Rosenstein zelf. Aan het begin van de voorstelling legt ze uitvoerig de interpretatie van de vertalingen bij Marie Devroux, en aan het einde knikt ze minzaam en wijst met nadruk naar haar technisch team. Daarmee lijkt ze toe te passen wat Boal vertelde: een voorstelling is evengoed de verdienste van een heel team.