Dans / Muziektheater

Hyphen Charlotte Vanden Eynde & Nicolas Rombouts

Eeuwenoud springlevend

‘Hyphen’, een voorstelling van danseres Charlotte Vanden Eynde en contrabassist Nicolas Rombouts is raadselachtig. Ze tart elke beschrijving. Ze evolueert net zo grillig als doelloze mijmeringen zonder grond. Even onvatbaar als onherhaalbaar. Maar net door die beweeglijke mijmeringen klank en body te geven, materie te laten worden, is de voorstelling ook een klein wondertje.

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Hyphen
Pieter T’Jonck Concertgebouw Brugge, i.s.m. Kaap meer info
28 februari 2020

‘Hyphen’ is Engels voor ‘koppelteken’. De verbinding van twee ongelijksoortige grootheden tot een nieuwe eenheid. Een twee-eenheid, met koppelteken. Die twee ongelijke grootheden zijn in deze voorstelling een danseres en een muzikant. Ze onderzoeken los van elkaar hun instrument op zijn mogelijkheden. De ene haar lichaam, de andere zijn contrabas.

Dat kan rijkelijk onnozel klinken. Het woord ‘onderzoek’ is al zo vaak misbruikt in de hedendaagse kunst dat het nog weinig betekent. Maar dit duo verschijnt hier niet in de slonzige kleren die je associeert met ‘experiment’ en ‘onderzoek’. Integendeel. Ze zijn dressed to kill, als voor een concert.

Vanden Eynde draagt een bevallige vleeskleurige jurk. Ze draaide haar haar in een dot als de ballerina die ze ooit ook was. Rombouts verschijnt iets informeler, maar toch met zwarte das en wit overhemd. Quasi terloops stappen ze zo in een traditie.

Dat spel drijven ze ver door. In de kamermuziekzaal van het Concertgebouw in Brugge zit het publiek rond de speelvloer. Dat erkennen ze door in een eerste beweging het publiek naar alle zijden even aan te kijken, als concertmeesters.

Het is een slimme openingszet, want die woordeloze begroeting betrekt het publiek direct bij een vertoning die door zijn improvisatorische, en in veel opzichten ook ongeregelde karakter ver af staat van wat je verwacht bij een dansconcert.

Ze zijn dressed te kill, als voor een concert

Het overkomt me niet zo vaak, maar bij deze voorstelling, waarvan ik bovendien eerder al een try-out zag in Oostende, kwam ik al snel woorden te kort om te beschrijven wat ik zag. Vanden Eynde ontplooit een erg divers gamma aan bewegingen. Ze sleept zich voort over de grond, huppelt tappend met de voeten over de vloer of laat haar handen als hakmessen rondzwieren. De actie raast soms in hoog tempo voort om dan weer stil te vallen als ze plompverloren neerhurkt of traag rondwentelt over de vloer

Daar zet Rombouts zijn instrument tegen in. Het voor mij meest gedenkwaardige gebaar komt  in het begin. Terwijl Vanden Eynde zich afwachtend posteert tegenover hem laat hij zijn strijkstok een paar keer doelloos door de lucht zwiepen. Een geluid dat net zo betekenisvol blijkt als latere jazzy loopjes, pizzicato’s of het schurend geluid dat ontstaat als zijn strijkstok over de rand van de klankkast van zijn contrabas strijkt. Prachtig is ook het moment waarop hij zijn instrument als een dood lichaam over het podium sleept.

Al die handelingen zijn extreem persoonlijk, als ik op Vanden Eynde af ga. Haar repertoire hier is onmiskenbaar verwant aan een eerdere voorstelling als ‘Shapeless’. Desondanks ontstaat hier een soort gesprek, een onderhandeling, al is dat dan in een primitieve vorm.

Dat maakt het boeiend. Al wat hier gebeurt is onvoorspelbaar, op de rand van het vormeloze. Maar zoals het formele begin aankondigde gaat het toch om een onderneming die het besef in zich draagt dat wat je op een podium toont slingert rond, en bouwt op eeuwenoude vormen van uitwisseling.

Een concert dus, voor contrabas en lijf. Helemaal nieuw, springlevend, maar toch ook eeuwenoud. Met de kijker als getuige en bondgenoot. Prachtig. Al vind ik er nauwelijks woorden voor.