Dans

Let salmons climb waterfalls Alessandra Ferreri / Matteo Sedda

Dartel divertissement

Soms heb je veel verbeelding nodig om een zaaltekst te koppelen aan wat je gezien hebt. Dat overkwam me bij ‘Let salmons climb waterfalls’, een danssolo van Matteo Sedda, gechoreografeerd door Alessandra Ferreri. Een visueel verbluffende voorstelling, daar niet van, maar de band met de levenscyclus van de zalm zag ik pas op het allerlaatste moment: als de vis eindigt als maaltijd. 

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Let salmons climb waterfalls
Pieter T’Jonck Troubleyn, Antwerpen
Love at first sight festival
meer info
29 september 2019

Het podium is pikdonker. Het geluid van druppelend water vult de ruimte. Een vleug rook komt over de tribune. Bij het eerste vage licht ontwaar je een grote plas glanzend donkere vloeistof, met heel in de verte een eivormig object. Even later straalt er nog meer licht uit een omgekeerde, afgeknotte piramide die zweeft op zo’n twee meter boven dat ei. Af en toe puft daar langs onder wat rook uit.

Langzaam, onzeker, verandert dat ei van vorm, en ga je er een mens in foetushouding in herkennen, al glanst zijn huid dan nog zo vreemd. Pas als er ledematen naar buiten priemen zie ja dat die foetus gehuld is in een zak van vruchtvliezen, waar je, in het tegenlicht van de piramide, aders in ziet lopen.

Deze foetus roert zich steeds heftiger, tot de vruchtvliezen los komen. Pas dan merk je dat het wezen een onnatuurlijk gladde huid heeft, als van plastic, en een blauw gekleurde buik. Hij spartelt rond in de vloeistof op het podium, die slijmerig is als behangerslijm en aan zijn lijf blijft kleven. Het is een verrassend beeld, dat door een krassende synthesizerklanken nog dramatischer wordt.

Toch gaat het ook een beetje vervelen, want zeg nu zelf: hoeveel variaties in licht en beweging kan je verzinnen op een wezen dat in een kleverige poel rond spartelt? The only way is up, denk je dan. En inderdaad: na veel proberen en een nogal obligate provocatie (het wezen stoot zijn geslacht schoksgewijs krachtig omhoog, alsof het neukt)- komt de boreling overeind. Onzeker slippend en glijdend leert het zich overeind houden.

Volgt een bizarre verrassing: in de synthesizerklanken ontwaar je plots de melodie van ‘An der Schönen Blauen Donau’ van Johan Strauss. Als door een toverstokje geraakt ontpopt de foetus zich plots tot een joyeuze danser, die elegante figuren neerzet, ondanks de gladde vloer. Als hij er ook nog een groot hart van stof, een glanzend rode cadeaudoos en een roos bijsleept, zie je  een parodie op de Weense wals.

Waarna het weer duister wordt. Als het publiek al wil applaudisseren gaat het licht terug op. De danser vleide zich nu op zijn buik neer in een schaal van zilverpapier. Hij stelt een keukenwekker in en zegt ‘Because a jump seen from above seems like a waterfall’. Als de wekker afgaat, propt hij een citroen in zijn mond en zijgt neer op zijn bed. Pas nu herken je in de danser een zalm, klaar om geserveerd te worden. Doek.

Deze ‘Let salmons…’ is met dat al best grappig, goed uitgevoerd, en technisch virtuoos omkaderd, maar meer dan een leuk divertissement, een glanzende zeepbel wordt het niet.

Mijn mond viel dan ook open toen ik deze toelichting las: ‘Elk jaar verlaten miljoenen zalmen de open zee en vertrekken ze op hun laatste expeditie: zoetwaterrivieren beklimmen en zich voortplanten daar waar hun leven ooit begon. Een niet te stoppen tocht die eindigt met hun onvermijdelijke dood. De natuur gebruikt hen als een vehikel van leven, ten koste van hun bestaan. Wat drijft hen om zich aan deze reis te wagen zonder terug te keren? Alessandra Ferreri onderzoekt samen met performer Matteo Sedda en geluidsontwerper Joshua Vanhaverbeke de brutale strategie van de natuur en haar magnetische spel van aantrekken en afstoten, door middel van een organische dans’.

Nou moe.