Toneel

Contes et Légendes Joël Pommerat

Menselijkheid van robots

Joël Pommerat schreef en regisseerde ‘Contes et légendes’, een voorstelling die de leefwereld schetst van adolescente jongens ergens in een nabije toekomst waarin humanoïde robots deel uitmaken van elk gezin. Het gaat Pommerat echter niet om een soort science-fiction: hij gebruikt dat ‘sprookje’ om de wereld van vandaag door te lichten. Voor deze productie stelde hij een volledig vernieuwd ensemble samen, dat een wonderlijke prestatie neerzet. 

Uitgelicht door Johan Thielemans
Contes et Légendes
Johan Thielemans Théâtre National, Brussel meer info
13 november 2021

Op een lege scene staan twee jongens en verderop een meisje. De jongens zijn bang, want ze vermoeden dat het meisje een robot is. Ze durven haar niet aanraken. Meteen is het onderwerp van de voorstelling gegeven: de verhouding tussen mens en humanoïde robot staat hier centraal.

Een korte inleiding leert ons dat ontwerpers van robots vastgesteld hebben dat mensen robots beter aanvaarden als ze op mensen lijken. Zo’n robots duiken hier op: ze bewegen een beetje stroef, hebben een vervormde stem en een kapsel als lego poppetjes. Maar ze zijn o zo vriendelijk en zachtaardig. Vanzelfsprekende, ideale huisgenoten.

Maar waar het hier eigenlijk om gaat is de leefwereld van adolescente jongens, met al hun vragen en onzekerheden. ‘Contes et légendes’ licht die door in een reeks taferelen die geen direct verband vertonen, behalve dan dat menselijk aandoende robots een invloed hebben op de manier waarop de jongeren met elkaar en hun gevoelens leren omgaan.

Eén scene speelt zich echter af in het hier en nu, en sluit direct aan op de actualiteit in Frankrijk. Een leraar, of een sociaal werker legt een groep jongens uit dat ze hun mannelijkheid moeten koesteren. Een man, zo zegt hij, is eerlijk, moedig en sterk. Hij waarschuwt tegen de kwalijke maatschappelijke tendens van algemene vervrouwelijking, of van een ‘verlies aan masculiniteit’ zoals hij dat heet.

De leraar geeft de groep opdrachten mee die hun mannelijkheid moeten versterken. Wanneer één van de kinderen zich aan de oefening onttrekt, pakt de groep hem hard en agressief aan. Deze groep tolereert geen zwakte. Ze huldigt een fascistische opvatting van het leven. Pommerat verzon de woorden van de groepsleider echter niet zelf: hij ontleende ze rechtstreeks aan Eric Zémmour, de polemische journalist die het extreemrechts, racistisch gedachtegoed verspreidt in Frankrijk.

Het is de enige scene die rechtstreeks naar de politieke actualiteit verwijst. De andere taferelen weerspiegelen momenten uit het familieleven waarbij telkens een robot aanwezig is. Zo schetst de voorstelling de mogelijke verhoudingen tussen mens en machine. Blijkt dat de robots een remedie zijn tegen de algemene toestand van eenzaamheid van de mensen. Zij bieden warmte en communiceren met aandacht. Als ze een stroeve arm om de schouder van een kind leggen, is dat een beeld vol troost en vreemde tederheid.

Pommerat ontleende de woorden aan Eric Zémmour,

De taferelen schetsen soms heel bijzondere momenten. Zo onderneemt een doodzieke moeder stappen om zich na haar dood te laten vervangen door een robot, want ze kan de gedachte niet verdragen dat een nieuwe moeder haar zou opvolgen aan tafel of in bed. In een andere scène disfunctioneert een robot. Hij sterft, net zoals een mens sterft. Na zijn dood sluit een kind hem treurend in de armen. ‘Ik wou dat een robot stierf’, zegt Pommerat. Als toeschouwer heb je daar een dubbel gevoel bij. Je staat er wat op afstand naar te kijken, maar het echte verdriet van het kind raakt je toch ook.

De laatste scène draait rond de robot als geschenk. Een kind heeft grote bewondering voor een charmezanger – uiteraard een robot. Daar het kind herstelde van een slepende ziekte, wil de familie het graag gelukkig maken. Daaryoe nodigden ze de zanger uit. Die zingt een van zijn successen. Het troost het kind, dat innig begin te dansen met een familielid. Pommerat ondergraaft dit zoete einde echter  met wat tegengif door de robot de woorden ‘Ik wil zingen tot ik sterf’ in de mond te leggen.

Door de losse structuur van deze voorstelling kan je echter niet alle beelden goed plaatsen. Zo is er het moment dat de kinderen een koor vormen en een religieus lied zingen. Op dat ogenblik stapt in de verte iemand op hen toe. Welk gewicht je aan deze gevoelens moet geven, blijft onduidelijk. De tekst van het lied heeft immers niets met robots te maken. Later is er wel even een verwijzing naar een mirakel, maar dat is niet meer dan een randopmerking.

In de verschillende taferelen herkent men de schrijver Pommerat. Hij is een buitengewoon observator. De replieken klinken zo bijzonder juist, dat ze door hun waarheid toch een lach ontlokken. In deze ‘Contes et Légendes’ heeft hij ook een literaire krachttoer uitgehaald: al deze kinderen spreken jongerentaal. Die is agressief, respectloos en drijft op een bijzondere energie. De kinderen spreken daarbij aan een razend, zenuwachtig tempo, bijvoorbeeld tijdens een telefoongesprek doorloopt terwijl het kind in de coulissen verdwijnt. Door de lengte én de snelheid is het een absoluut virtuoos, maar allerminst gratuit moment. Het vat in één lang ogenblik de tirannie van de smartphone samen.

Dat Pommerat niet alleen een begenadigd schrijver is, weten we al van zijn vorige stukken. Maar hij is ook een heel bijzondere regisseur. Als je naar de voorstelling kijkt, dring je binnen in de leefwereld van deze jonge adolescenten – jongens van rond de dertien jaar. Als je achteraf de rolverdeling leest, stel je echter vast dat de cast uit acht vrouwen bestaat. Pommerat heeft ze met zorg gekozen: al zijn de actrices tussen vijfentwintig en dertig jaar maar eens op de planken ondergaan ze een totale metamorfose.

Hun overtuigingskracht is verbluffend: zoals ze praten en zich bewegen zou je zweren dat je naar jongens keek. Op geen enkel moment weerklinkt een valse noot. Transformatietoneel van de hoogste orde. Pommerat deed het al eerder in het magistrale ‘Cendrillon’, maar hier gebeurt het theatermirakel acht keer. Hoewel Pommerat hier werkt met een nieuwe groep spelers staat het acteren hier op een even hoog peil als bij zijn vorige troep.

Misschien kan ik het best de persoonlijkheid van Pommerat samenvatten als: waarachtigheid en verbeelding, badend in een uniek soort poëzie: theater als wonder. Deze ‘Contes et Légendes’ is daar een perfect voorbeeld van.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren