Kanaal Lieselot De Wilde / Bad van Marie / Zwerm
Mijn kleine vrede
Een ijsverkoper bedient twee kinderen. Op een zomerdag in Brugge kijkt niemand daarvan op, maar in de openluchtvoorstelling ‘Kanaal’ wordt het doodgewone essentieel. Wij, bewoners van een problematische wereld, mogen vanop afstand toekijken en moeten de stadsgracht tussen ons en de opvoering dulden. Verrekijkers worden uitgedeeld. Het belevingstheater van Bad van Marie brengt hulde aan de kleine vrede, met behulp van de zingende buurtwerker Lieselot De Wilde en de gitaren van Zwerm.
Je waant je even James Stewart in ‘Rear Window’, de eenzame voyeur die willens nillens een potentiële moordenaar aan de overkant van de straat in het vizier heeft. De alledaagse taferelen die het publiek van ‘Kanaal’ gadeslaat zijn echter eerder het domein van Jacques Tati dan van Alfred Hitchcock. Een vrouw in een groene regenjas leest een boek op een bank. Het beeld is zo pittoresk dat het in aanmerking komt als cultureel erfgoed. Andere bewoners zijn druk in de weer met de voorbereiding van een straatfeest. Ook Buurman en Buurman zijn van de partij, al zijn de mompelende werklui van ‘Kanaal’ minder klunzig zijn dan de poppetjes uit de kinderserie.
Grote intriges heeft dit schouwspel niet nodig. Stiekem is het ook leuk.
Grote intriges heeft dit schouwspel niet nodig. De kijker beleeft wel een intern conflict: hij gluurt ongegeneerd naar een vredige wereld op een onbereikbare oever. Stiekem is het ook leuk. Elke toeschouwer ziet zijn eigen theater: zwervend van detail naar detail door de schildpadmonturen van zijn verrekijker, of juist het totaalbeeld overschouwend zonder. De verrukkelijke banaliteit van een uurtje op de kade lijkt een heel leven te behelzen. ‘Kanaal’ bezingt de figurant niet als anoniem decorstuk, maar als een lokale uiting van universele menselijkheid. De vrouw op de bank baadt in Brugse charme, maar vertegenwoordigt tegelijk alle lezeressen op alle banken ter wereld.
Italiaans parfum
Die gelaagdheid is de verdienste van Zwerm. Een handvol akkoorden in een herhalende lus volstaat voor de fijnbesnaarde gitaristen om diepte te geven aan de meest ordinaire scènes. Onder hun bedwelmende klanktapijt krijgt zelfs het onbenulligste gebaar in ‘Kanaal’ een poëtische waarde. Het lijkt op het gevoel dat treinreizigers met een koptelefoon ervaren bij voorbijglijdende landschappen. Met een prominente rol voor de mandoline bekent Zwerm kleur. De Italiaanse invloed op de muziek wordt bevestigd door passerende wielertoeristen in respectievelijk groene, witte en rode truitjes. Heeft de maffia het universele karakter van de voorstelling gekaapt? Allerminst. Evenmin is er sprake van een strijd tussen het Venetië van het noorden en dat van het zuiden. Er hangt een Italiaans parfum over ‘Kanaal’, maar de vredige boodschap van het stuk overstijgt alle grenzen.
De muziek levert trouwens krachtiger werk dan het gesproken woord dat naderhand zijn intrede maakt in de voorstelling. Het publiek luistert de gesprekken af die achter de voordeur van De Wilde plaatshebben. Het recept van cachaça, een Braziliaanse cocktail, heeft op den duur geen geheimen meer. Ook de andere bewoners krijgen een stem. Doorgaans draagt het kabbelende getater bij aan de dromerige stream of consciousness die ‘Kanaal’ bij de toeschouwer opwekt. Een enkele keer flirt de woordenstroom met meligheid, à la “Wat zijn we toch geweldige vrienden”. Wat klank en beeld subtiel en via irrationele kanalen communiceren, wordt onderuitgehaald zodra het letterlijk wordt uitgespeld.
Een minimum aan tragiek zorgt ervoor dat ‘Kanaal’ niet verdrinkt in slagroom.
De beste gesproken bijdrages komen van Rebecca De Boeck, wiens ongeruste telefoontje over haar zangdebuut op het buurtfeest de toehoorder weet mee te slepen. Ze mist de verre geliefde aan de andere kant van de lijn. Een minimum aan tragiek zorgt ervoor dat ‘Kanaal’ niet verdrinkt in slagroom. De toeschouwer ervaart bovendien een licht ongemak, binnenkijkend in de slaapkamer op de eerste verdieping van Rebecca’s woonst. Dat levert extra stof tot nadenken op, in een voorstelling die het verder moet hebben van eenvoudige impressies van een betere wereld.
Schipper, mag ik overvaren?
Met wat verbeelding is ‘Kanaal’ een variatie op een eerder project van De Wilde, ‘La Strada’. Daarin bouwt de zangeres een muzikaal straatfeest op de planken van een cultuurtempel, inclusief getuigenissen over het nomadeleven, van een schipper op zee tot een Oekraïense oorlogsvluchteling. Ook in die productie pleit De Wilde voor de straat als warme ontmoetingsplek waarbij mensen hun onderlinge verschillen opheffen. In ‘La Strada’ komt de wereld samen op een podium, in ‘Kanaal’ de buurt op de kasseien van Brugge. Met haar ravissante charisma zou De Wilde zich vlot kunnen begeven in de omhooggevallen jetset van het operapubliek, maar het siert de sopraan dat ze haar beste baljurk ook aantrekt voor de mensen die letterlijk het dichtst bij haar staan.
Onder kundige begeleiding van Bad van Marie ensceneren de buurtbewoners een geïdealiseerde samenleving.
Theater en werkelijkheid vervagen in ‘Kanaal’. Onder kundige begeleiding van Bad van Marie ensceneren de buurtbewoners een geïdealiseerde samenleving: wielertoeristen razen voorbij en niemand springt verschrikt in de Reie! Anderzijds zou het niet verbazen mochten diezelfde buurtbewoners geïnspireerd geraken om de levensstijl die ze hier zelf al evoceren verder uit te dragen. Life imitating art imitating life. Weet ‘Kanaal’ op een duurzame manier de verbondenheid tussen buren te cementeren of blijft het bij een kortstondige idylle?
Uiteindelijk mag het publiek de brug oversteken om deel uit te maken van een gezamenlijk slotfeest. Samen met Zwerm trakteert De Wilde op het heerlijk tintelende levenslied ‘Voglio una casa’ van Lucilla Galeazzi, dat tekstueel nauw aansluit bij het thema van de voorstelling. Wanneer een kwartier later de dj van de afterparty Umberto Tozzi’s versie van ‘Gloria’ door de boxen laat schallen en de buren een polonaise inzetten, voelt de neutrale toeschouwer dat het tijd is om te gaan. De terugkeer naar een imperfecte wereld is plots niet zo zwaar meer.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz