Performance

The Fortress Dries Verhoeven

Allegorie van het duister

Dat de kunstbiënnale van Venetië zich in een lastig parket bevindt door de deelname van oorlogszuchtige landen als Israël en Rusland – en de USA – is een understatement. Hooggestemde taal over de ‘reddende’ rol van de kunst kan dat niet verhelen. Zeker niet omdat de organisatie in zijn fysieke organisatie een naoorlogse orde weerspiegelt waarvan de idealen in verval zijn. Europa is bijvoorbeeld steeds meer een fort dat alle miserie – ook de zelf veroorzaakte – buitensluit. Dries Verhoeven adresseert die kwestie frontaal in ‘The Fortress’ een performance/installatie voor het Nederlands paviljoen.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
The Fortress
Pieter T’Jonck Giardini, Venetië, in het kader van de Biennale Arte 2026
13 mei 2026

Dries Verhoeven vertrok voor ‘The Fortress’ van het evidente anachronisme waarop de biënnale gestoeld is: het is nog steeds in de eerste plaats een uitstalraam voor en een competitie tussen natiestaten op het gebied van de kunst. Wie geeft de toon aan? Dat bevestigen de ‘Leeuwen’ die bij elke editie (behalve deze) uitgereikt worden. Vooral in de Giardini, het hart van de biënnale, is dat opzet versteend in paviljoenen die ondertussen erfgoed werden. De naoorlogse orde in steen gebeiteld. Letterlijk. Die orde correspondeert al lang niet meer met de feitelijke verhoudingen in de (kunst-) wereld vandaag.

Helder, open, efficiënt: Nederland.

Het Nederlands paviljoen is, net als onder meer het Finse, het Japanse en het Scandinavische paviljoen, een laatkomer in de Giardini. Het kwam pas in 1954 tot stand naar een ontwerp van Gerrit Rietveld. Het is een schoolvoorbeeld van een modernistische esthetiek die – ontdaan van zijn revolutionaire pluimen – zowat de officiële stijl van een weldenkend en vooruitstrevend Nederland werd. Kenmerkend is hoe het gebouw overvloedig, maar beheerst, licht toelaat in het paviljoen. Dat stroomt niet alleen binnen via grote raampartijen in de voorgevel en de twee zijgevels maar vooral via verdoken ramen in het dak. Een verlaagd plafond van schuine, reflecterende lamellen, als horizontaal gekantelde Venetiaanse blinden, filtert dat bovenlicht zodat het gelijkmatig de ruimte vult. Helder, open, efficiënt: Nederland.

Van dat imago van Nederland – ooit ‘gidsland’ - rest weinig. Xenofobie tiert er welig, net als wanbestuur en groeiende ongelijkheid, terwijl de koloniale erfenis als een zweer steeds weer openbarst. Herkenbaar uiteraard: België kent dezelfde giftige cocktail van kwesties die de samenleving verdelen volgens nieuwe breuklijnen, zonder ‘zuilen’ om te pacificeren. Het ontbreekt ons aan een gedeeld plan voor de toekomst, en het verleden helpt niet meer.

Fort Europa is een paniekreactie: alle deuren sluiten vooraleer het te laat is. Met instemming van ‘de burgers’.

Ook de wereldorde die ooit bepaalde wie op de biënnale de toon aangaf ligt ondertussen aan diggelen. Nieuwe machten, niet eens per se natiestaten, drukken hun belangen door, ten koste van landen die door exploitatie wegzinken in een staat van verval. Oude koloniale en imperiale wonden worden terug opengereten, genocidale operaties gaan ongehinderd door. We weten het, we zien het elke dag, maar ervaren het als Europeanen (voorlopig) nog niet aan den lijve. We registreren het via newsfeeds. We staan erbij en kijken ernaar, alsof het ons niet aanging, al is dat steeds minder zeker.

Net daarom is het mogelijk, alsof het niet anders kon, dat de EU een genadeloze politiek van uitsluiting voert, zelfs op het moment dat diezelfde EU aangeschoten wild is. Of eerder: omdát ze aangeschoten wild is nu de bronnen van de welvaart wegsijpelen. Fort Europa, en dat is reëel beleid, is een paniekreactie: alle deuren sluiten vooraleer het te laat is. Met instemming van ‘de burgers’.

De biënnale is, net doordat ze zo overduidelijk een overjaarse orde representeert, de ideale plek om het daarover te hebben. Dat is de eerste premisse van Verhoeven. Deze editie van de biënnale bevestigt én ontkent dat, net als hedendaagse musea. Ze presenteren “dromen voor een betere, zachtere wereld. Wat kapot is in de wereld wordt in de musea symbolisch aan elkaar gelijmd” merkt Verhoeven schamper op. De tweede premisse is de architectuur van het paviljoen: welk beeld zou het vertonen als architecturale emanatie van het Nederland van vandaag? Het antwoord: een fort, met gebarricadeerde openingen, beveiligd door zware rolluiken die elke indringer tegenhouden, maar zo ook elk licht buitensluiten.

25 minuten in het duister

Die brutale aanslag op de architectuur van Rietveld is duidelijk genoeg, maar zegt nog niets over de staat van verwarring en ontkenning die Nederland, en bij uitbreiding de EU, ertoe brengt de wereld buiten te sluiten. Het zegt ook niets over wat dat doet met mensen als ze zich zo in hun eigen schelp terugtrekken. Hoe toon je dat? Die praktische vraag lost Verhoeven ook praktisch, als een handeling, een praxis, met een performance op. Hij toont concreet hoe het is om te leven in een steeds duisterder fort. Eén performer wordt de emanatie, een allegorie haast van de verwarring, angst en woede in een samenleving. Die performer eindigt zo als een monster, naar het beroemde motto van Antonio Gramsci dat Verhoeven citeert: ‘De oude wereld ligt op sterven en de nieuwe wereld worstelt om geboren te worden. Dit is de tijd van de monsters’.

Verhoeven legt het publiek daarbij een strikte regel op: je moet als bezoeker bereid zijn om de 25 minuten durende voorstelling helemaal bij te wonen. De rolluiken aan de voorzijde van het fort gaan immers om het uur maar voor even open en sluiten onverbiddelijk eens maximaal 100 bezoekers de ruimte betraden. No way in, no way out.

Eens binnen valt de povere staat van het paviljoen op. Op een muur tekent zich een zware barst af: de kalk valt er door het vochtige Venetiaanse klimaat van de muur. De Venetiaanse blinden in het plafond hangen her en der scheef of zijn verdwenen. Hier hielp Verhoeven het toeval een handje: paviljoenen in de Giardini vragen intensief onderhoud door het vochtige klimaat, maar dit jaar bleef dat op vraag van Verhoeven achterwege. Als om te zeggen dat Nederland het opgaf om de idealen die dit gebouw belichaamt verder te onderhouden. Slim. Net zo slim zijn de catalogi van eerdere biënnales die, vereeuwigd door een omhulsel van epoxy, over de vloer verspreid liggen. Dit is een kerkhof van grote verwachtingen, niet alleen over de kunst.

De reutelende vrouw kijkt uitdrukkingsloos om zich heen. Alsof de klanken, de woorden buiten haar wil om opwelden.

Verder is er niets. De rolluiken in de gevels ratelen naar beneden maar vanuit het dak stroomt het licht nog rijkelijk binnen. Binnen is er echter niets te zien, op die paar catalogi na. Wat nog het meest opvalt is hoe beschadigd het paviljoen is. Tot onverwacht één van die bezoekers een luid gereutel uitstoot. ‘Stooooop’. De vrouw die die klanken uitstoot kijkt nochtans uitdrukkingsloos om zich heen. Alsof de klanken, dat woord, buiten haar wil om opwelden. In een gulp volgt nog een ‘Stooooop’. In het boek bij de voorstelling kan je lezen dat de technische term voor dit gereutel grunting heet, een bijzondere stemtechniek is die van de bovenste stembanden gebruik maakt, als een ademloos spreken. Deathmetal rock past ze vaak toe. Maar het blijft een doodsreutel. Een laatste ademstoot.

Help jezelf. Bemin jezelf.

Nieuwe woorden volgen zoals ‘engaaaage’. Als ze naar een nog door licht overspoelde muur toestapt en ertegen gaat hangen verandert er echter iets. Het woord ‘Raaaaaage’, vele malen herhaald, snijdt door merg en been, maar verspreidt zich nu ook als een onderdrukte razernij in haar lichaam. Als het boven die muur gaat schemeren komt ze naar het midden, trekt haar broek uit tot over haar bilnaad en gaat zo liggen, met een catalogus in het vizier. In de voorstelling die ik zag kon één toeschouwer zich er niet meer van weerhouden de vrouw aan te raken: een gebaar van troost en mededogen voor iemand die zichzelf niet meer lijkt te zijn. Mij overvalt vooral een gevoel van ongemak en deernis. Al wat we humaan pleegden te noemen lijkt weggesijpeld uit deze reutels, uit dit lijf.

Even lijkt het humane nog een retour te maken met de schurende woorden ‘Loooove’ en ‘Heeeelp’. Tot daarop telkens het woord ‘Yourself’ volgt. 4Love / Yourself’. ‘Help / Yourself’. Dan moeten we niet meer denken aan die anderen. Het is al moeilijk genoeg. De vrouw heeft hulp nodig, en liefde zeker, maar al waar ze aan kan denken is dat ze het zelf zal moeten rooien, en dat de anderen dat ook maar moeten doen. Het is deprimerend en griezelig omdat het zo’n herkenbaar teken des tijds is.

Ondertussen verdwijnt het laatste licht. Met ontbloot bovenlijf zoekt de vrouw op de laatste lichtsprieten op. Ze stapt op catalogi, op krukken om er dichter bij te komen. Reutelend. Ook nu weer houdt één van de toeschouwers het niet meer: ze loopt op de vrouw toe om met haar pullover in de hand, als om haar lijf te beschermen tegen de blootstelling aan onverschillige blikken. De performer negeert het straal. Dat soort erbarmen behoort niet meer tot haar wereld. Daarin is het elk voor zich, nu de totale duisternis invalt.

Een allegorie van een wereld waarin duistere machten duistere gedachten als een sluipend gif in de geesten van mensen laten binnensijpelen.

Ik begon met te zeggen dat Dries Verhoeven een allegorie van de Nederlandse/Europese mindset toont. In die laatste momenten blijkt hoe gebrekkig dat woord hier is. Een allegorie is een beeld dat als het ware over de woorden heen stapt in een poging om een idee direct aanschouwelijk te maken. Hier is de vrouwelijke performer dan een allegorie voor wat Nederland geworden is. Ze ziet er heel gewoontjes uit maar eens ze gaat reutelen verandert dat ‘gewone’ in iets als psychische verwarring en ontreddering. Ook dat beeld spat echter weer uit elkaar door de tegenspraak in haar woorden. ‘Help’ wordt ‘Help / Yourself’. ‘Love’ wordt ‘Love / Yourself’. Alsof haar ontreddering gekaapt werd door een anoniem discours van ongenadige zelfzucht. Alsof ze er eigenlijk enkel nog is als een zombie die uitspreekt wat haar ingefluisterd werd. Het is zo vreemd en griezelig dat je niet meer weet wat ze nog voorstelt, voor zichzelf of voor ons. Letterlijk en figuurlijk een duister beeld.

Als deze voorstelling een allegorie is, dan is het er niet één van persoonlijke ontreddering, maar van een wereld waarin duistere machten duistere gedachten als een sluipend gif in de geesten van mensen laten binnensijpelen. Tot er alleen duisternis is. Gitzwart is dit stuk.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz