Dans

Ben & Vero Benjamin Vandewalle en Veronique Mees

Zien en gezien worden

Sinds de 19e eeuw legt het Westen er zich onverdroten op toe om mensen met afwijkende kenmerken weg te stoppen in gestichten. ’Normaliteit’ is een obsessie geworden. Het pijnlijke gevolg: mensen met een beperking worden onzichtbaar, zowel op straat als op de podia, op freakshows na dan. Als ze dan toch opduiken durven we ze soms niet eens meer aan te kijken, zo groot is het ongemak. We gaan er daardoor meteen van uit dat aan alle anderen dan ‘niets mankeert’. In ‘Ben en Vero’ zetten Benjamin Vandewalle, een ‘gewone’ danser, en Veronique Mees, een danseres met een beperking, die logica op zijn kop. Ze doen je naar hen te kijken als twee mensen die gelijkwaardig samenwerken, elk met zijn/haar beperkingen.         

Uitgelicht door Pieter T’Jonck
Ben & Vero
Pieter T’Jonck Theaterzaal Biekorf, Brugge, in het kader van December dance 2025
17 december 2025

Het duurt best lang voor er in ‘Ben en Vero’ iets te zien valt. Te horen is er daarentegen des te meer: In voice over spreken Benjamin Vandewalle en Veronique Mees om beurt over hun ervaring om samen te werken aan een voorstelling én over de verwachtingen die ze daarover koesteren. Hij als getrainde danser, met heldere stem; zij als vrouw met een fysieke beperking, die er bijvoorbeeld mee worstelt om helder te articuleren, maar desondanks al tien jaar professioneel actief is als danser. De opnames moeten dateren van een hele tijd voor de première, want als ze het hebben over de première bedenkt Vandewalle zich dat hij tegen die dag 42 in plaats van 41 zal zijn. Bijna terloops suggereren de makers zo dat deze voorstelling ook, zelfs vooral, gaat over het proces om samen een voorstelling te maken. Met voor elk een evenwaardige rol. Dat stellen ze allebei met nadruk.

Als het eerste beeld dan komt is dat zowel grappig als vertederend. Er is geen decor, behalve één niet heel grote, vrijstaande wand, een ontwerp van Erki de Vries. Deze wand is met bruin inpakpapier bekleed. Her en der steken er dikke, korte stokken uit. Plots grijpen twee handen die niet bij elkaar lijken te passen om de rand van die wand. Even later volgen zo ook twee voeten. Die losse lichaamsdelen lijken nu eens wat te kibbelen, raken verstrengeld, verdubbelen en helpen elkaar dan weer uit de nood. Pak Van Lau zorgt daarbij voor zachte, betoverende klanken die ze tevoorschijn tovert uit allerlei instrumenten, elektronische maar ook zelfgebouwde snaar- en percussie-instrumenten of grappige objecten als een muzikale Bialetti caffettiera. De tafels waarop ze die uitstalt nemen bijna evenveel plaats in beslag als de wand.

Ben en Vero beschrijven elkaar. Letterlijk. Ze nemen elkaar de maat.

Als de twee performers dan toch van achter de wand tevoorschijn komen merk je dat Mees moeite heeft om haar bewegingen te controleren. Ze laat zich daardoor echter niet uit het veld slaan. Integendeel. Het windt haar op om de grenzen die haar beperking stelt te overwinnen zegt ze via de voice-over. In het begin valt het mee met die uitdagingen. Ze tekent op het inpakpapier met één van de stokken die ze uit de wand trekt en die een potlood blijkt te bevatten. Eerst tekent ze zomaar wat, kriskras, maar daarna tekent ze de omtrek na van Vandewalle, die tegen de wand leunt. Daarna keren ze de rollen om. Ze beschrijven elkaar. Letterlijk. Ze nemen elkaar de maat.

De uitdagingen bereiken later een toppunt als Vandewalle Mees grijze spitzen ombindt en zo helpt te trippelen over het podium. Later pas lees ik dat Mees doorgaans zo moeilijk stapt dat ze zich in een rolstoel verplaatst. Niet hier. Verbluffend is ook het moment dat ze de wand beklimt. Het moet een enorme mentale sterkte vereisen om dat te wagen onder de ogen van een publiek. Wat mij even sterk treft zijn de verhalen die Mees ondertussen via voice-over vertelt. Over schaamte en ongemak, over vrouw zijn en over de vraag of mannen die vrouw zien of alleen de beperking. Over een kinderwens waarvan Mees beseft dat die niet haalbaar is. Over hoe ze haar hart dan ophaalt aan haar rol als meter. Ook daaruit spreekt grote morele moed.

Van de weeromstuit slaat Vandewalle een wat bleek figuur. Toch haalt ‘Ben en Vero’ zo’n simpele omkering van de verhoudingen – de mens met een beperking als de ultieme held(in) - ook weer onderuit. Terwijl hij met Mees de wand beklimt draagt hij strakke nylonkousen en zwarte pumps met naaldhakken. Via voice-over vertrouwt hij Mees – en dus ook ons - toe dat er in hem een vrouw schuilt en dat hij daar nu uiting aan wil geven.

Dat is niet het enige geheim dat hij deelt. Hij vertelt dat hij vaak kampt met momenten van diepe neerslachtigheid. Toch sprak hij daar nooit eerder met iemand over, zelfs met zijn vriendin niet. Nu dus wel. Als om te zeggen dat ‘normaal zijn’ ook een beperking is, omdat ze verbiedt om te erkennen dat iedereen wel met een beperking kampt. Pathetiek is hier niet ver weg, maar klopt gevoelsmatig toch: ze is de uitdrukking van de ingrijpende ervaring die een ‘normaal’ iemand beleeft in een samenwerking met iemand die al te vaak aangekeken wordt op haar beperking.

Zien en gezien worden, als een bevrijding. Theaterdans op zijn sterkst.

De vraag is daarna uiteraard hoe de spelers een punt kunnen zetten achter deze mix van verbazende prestaties en onthullende bedenkingen en ontboezemingen. Dat vragen ze zich ook luidop af. Mees oppert dat ze misschien gewoon het licht in de zaal moeten laten opgaan, zodat zij het publiek zien zoals het publiek hen ziet. Zodat spelers en toeschouwers elkaar in de ogen kijken. Elkaar zien als mensen, ieder met zijn beperkingen en zijn sterktes. Terwijl je ze dat hoort zeggen gebeurt het ook. Vandewalle en Mees omhelzen elkaar innig terwijl ze ons toekijken.

Zelden was ik me zo bewust van het feit dat je in een theater kijkt naar mensen die weten dat je naar ze kijkt. Dat je oordeelt, maar ook beoordeeld wordt. Het is een eenvoudig, maar treffend gebaar. Zien en gezien worden, als een bevrijding. Theaterdans op zijn sterkst.

Tenslotte nog dit: de opnames die te horen zijn in de voorstelling werden gemaakt door Eva de Groote en zijn ook terug te vinden op een podcast in vier delen van Audiomakerij Selkie.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz

Uw steun is welkom
Pzazz.theater vraagt veel tijd en inzet van een grote groep mensen. Dat kost geld. Talrijke organisaties steunen ons, maar zonder jouw bijdrage als abonnee komen we niet rond als we medewerkers eerlijk willen betalen. Uw steun is van vitaal belang en betekent dat we onafhankelijk recensies over de podiumkunsten kunnen blijven schrijven. Alvast bedankt!

Steunen Login