Dans / Performance

Motus Mori Katja Heitmann

Stilstaan bij wat niemand ooit eerder zag

December Dance ‘21 maakt mooi gebruik van de historische locaties in Brugge. ‘Relay’ van Ula Sickle benutte het rijke decor van de Gotische Zaal van het stadhuis. ‘An evening length performance’ van James Batchelor’ laafde zich aan het barokke decor van het foyer van de stadsschouwburg. De keuze van de Poortersloge als locatie voor ‘Motus Mori’ van Katja Heitmann is al net zo raak gekozen. In deze ruimte voor hedendaagse kunst huisde een eeuw geleden nog het rijksarchief, terwijl ‘Motus Mori’ een ‘nomadisch’ bewegingsarchief is. Het laat ons nadenken over hoe we herinnerd willen en kunnen worden. 

Uitgelicht door Emma Meerschaert
Motus Mori
Emma Meerschaert Poortersloge, Brugge
In het kader van december dance
meer info
12 december 2021

Na een warme ontvangst krijg je als bezoeker een woordje uitleg in de inkomhal. ‘Motus Mori’ is een nomadisch instituut dat de ‘uitstervende menselijke beweging’ verzamelt, bewaart en tentoonstelt. De intentie is even simpel als mooi. Doorgaans houden archieven zoals het rijksarchief enkel cijfermatige, helder gecategoriseerde informatie over mensen bij. Dat reduceert mensen tot vergelijkbare data en verschillen. Maar als een dierbare sterft of weggaat, herinneren we ons niet diens laatste belastingaangifte, maar eerder een particuliere manier van bewegen, lezen of slapen. Je denkt aan de manier waarop zijn of haar handen reikten en streelden of hoe hij of zij je toelachte.

Katja Heitmann wil daarom samen met tien dansers een archief creëren dat die meest essentiële en karakteristieke, maar tegelijk haast ongrijpbare kern van iemands wezen, bewaart en herinnert. Ze nemen bewegingsinterviews af van elke Bruggeling die bereid is zijn of haar bewegingen te ‘doneren’ op de zolderkamer van de Poortersloge. Ze gingen zelf ook langs bij een rusthuis en vzw Oranje, een organisatie die zich richt tot kwetsbare mensen zoals personen met een fysieke of mentale beperking. Na ieder interview bestuderen de dansers het verzamelde bewegingsmateriaal om deze unieke bewegingsportretten vervolgens in het eigen lichaam op te slaan en te presenteren aan de bezoekers van het ‘archief’. ‘Motus Mori’ stelt zo de vraag wat het zou opleveren als we op een belichaamde manier naar geschiedenis kijken. Wat komt dan naar boven? Wat zien we dan dat anders verloren of vergeten zou raken?

Je wordt uitgenodigd om door de ruimtes van de Poortersloge te waren om deze belichamingen te aanschouwen, van het hellend vlak tot de zolderkamer, zolang je wil of kan. Voor je de witte ruimtes binnen gaat geeft de host mee dat er verschillende witte kubussen en balken staan. Als de zijvlakken licht uitstralen zijn ze voor de performers bestemd. De andere dienen als zitbank voor de bezoekers terwijl ze het levend archief aanschouwen.

Een elektronische soundscape van Sander van der Schaaf, die klinkt als een zacht, bezwerend gedruppel, bepaalt mee de beschouwelijke stemming die alle aandacht richt op de dansers. Ze hebben allemaal verzilverd haar. Zowel de mannelijke als de vrouwelijke performers dragen enkel een huidkleurig, nauw aansluitend broekje. Hun gezichtsuitdrukkingen zijn ingetogen maar niet uitdrukkingsloos. Ze bewegen heel traag doorheen de ruimtes, zonder dat het aanvoelt als slow motion. Soms nemen ze plaats op een van de witte banken en verstillen ze voor even in een specifieke houding. Ze verhouden zich vaak op een suggestieve manier tot elkaar: soms raken ze elkaar aan of leunen ze tegen elkaar.

Iedere rimpeling in de huid voelt door onze nabijheid aan als een onmisbaar detail.

Doordat we ons vlakbij de performers bevinden, wordt elk spoor van een beweging, houding of ademhaling zichtbaar op hun naakte bovenlichaam. Iedere rimpeling in de huid voelt door onze nabijheid aan als een onmisbaar detail. De vertraging verhoogt de aandacht voor kleine subtiliteiten en maakt alledaagse bewegingen bijzonder: tikkende vingers, een rug die zich langzaam kromt, een hoofd dat opkijkt of over een schouder heen draait, een streling over de knieën, een dromerige blik die wegtrekt tot slechts een leeg staren resteert.

Hoewel alle dansers een zelfde lage bewegingsintensiteit vertonen, bewegen ze zich toch overduidelijk elk in een andere wereld. Zo is er een opvallend contrast tussen Ornella Prieto en Karolien Wauters. Prieto neemt voorzichtig plaats op een witte lichtbak en duikt ineen. Het roept de anatomie van een oud lichaam op. Ze draait langzaamaan haar romp, tot haar droeve blik zichtbaar wordt. Ongelooflijk mooi. Wauters stapt uiterst langzaam met een rechte rug voorbij Prieto. Ze trekt bij elke stap haar knieën hoog op terwijl ze ondoordringbaar voor zich uit staart. Een enorm contrast dat toont dat elk lichaam de ruimte en de tijd die we delen bewoont op een eigenzinnige manier. 

Mijn intense beleving van deze traagheid maakte me nieuwsgierig naar wat schuilgaat achter deze bewegingsportretten. Het bewegingsinterview dat danseres Manou Koreman nadien van mij afnam gaf me een bijzondere inkijk in het proces dat Motus Mori voortdurend verder vormgeeft. Een uur lang bewogen we samen door de zolderkamer terwijl ze mij vragen stelde die me lieten nadenken over de manier waarop ik onwillekeurig beweeg: in welke houding val ik in slaap? Welke aanraking koester ik? Waarom richten mijn ogen zich naar de grond wanneer ik wandel? Op welke momenten pruts ik aan mijn rechter duimnagel? Haar opmerkzaam oog maakte me bewust van eigenaardigheden die ik zelf nooit eerder opmerkte: zo vouw ik mijn handen op een heel atypische manier waarbij ik mijn vingers asymmetrisch in elkaar laat rusten.

In Pompidou op Klara vertelde Katja Heitmann dat ze met haar performers een methode ontwikkelde om het lichaam te stimuleren om zich dingen te herinneren. Als je een specifieke beweging van een andere persoon overneemt, word je je bewust van je eigen bewegingspatronen of komt de herinnering op aan de beweging van iemand anders. Zo ontdekten ze dat bewegingen mensen verbinden.

Ik voelde dat heel concreet wanneer Manou Koreman mij bewegingsgewoonten van anderen liet overnemen. Wrijven over mijn handpalm voelde heel vertrouwd en herkenbaar. De extreme mondbewegingen van Bas uit Den Haag of de schoppen van een andere man brachten me dan weer tot het besef dat ik me ongemakkelijk voel bij heel expressieve bewegingen. Andere oefeningen brachten zelfs herinneringen naar boven van jaren terug; zoals die ene voormiddag waar ik schijnbaar oneindig lang trillend op de balk het einde van een training afwachtte. Maar voor mij waren de meest betekenisvolle momenten uit ons gesprek die waarop het ging over de typerende bewegingen van mensen die me dierbaar zijn en die ik koester(en zal).

‘Motus Mori’ raakt veel gevoelige snaren

Twee dagen later zag ik Manou Koreman mijn bewegingsportret belichamen tussen andere dansers. Een vriendin die naast me zat lachte toen de danseres haar hoofd langzaam kantelde terwijl haar rechterhand ruste op haar linkerkaak, en haar linkerhand over haar hoofd heen naar haar rechterkaak ging: het is de tenenkrullende manier waarop ik meermaals per dag mijn nek kraak. Maar vooral de aanblik van kleine details die ik slechts terloops vermeld had raakte me. Het is heel bijzonder als iemand een grote aandacht schenkt aan iets waar doorgaans niemand bij stilstaat; hoe ik met mijn wijsvinger druk in het kussentje van mijn handpalm, of hoe mijn oma haar tenen nooit kan stilhouden wanneer ze haar voeten voor zich laat uitrusten, en mijn vader soms zijn voorhoofd aanraakt en zijn ogen sluit wanneer hij aan zijn lessenaar staat te lezen. 

In een afzonderlijke ruimte liggen honderden bladeren over de vloer uitgestrekt met notaties van bewegingsportretten; zoals die van de driejarige Orpheus die in bepaalde situaties zijn hoofd verbergt in de borst van zijn moeder en geeuwt met half geopende mond, of van Bea, een 68-jarige vrouw die aan het jarenlange kantklossen beweeglijke vingers overhoudt of de 36-jarige Kenny die de rug van zijn vriendin streelt wanneer haar hoofd rust op zijn schoot. In een documentaire die je er met een headset kunt beluisteren noemt Katja Heitmann de dansers een soort bewegings-monniken die het als een bijzondere opdracht zien om dergelijke bewegingen te bewaren.

‘Motus Mori’ raakt zo veel gevoelige snaren. Dat merkte ik ook aan de betraande blikken die soms de mijne kruisten. Tijdens een nagesprek hoorde ik een verhaal van een vrouw die aan Katja Heitmann een getuigenis schreef over hoe deze ervaring haar bewust maakte dat ze zich verschillende gebaren van een overleden vriendin had eigen gemaakt. Een vriendin schreef na het samen beleven van ‘Motus Mori’ meteen haar moeder in voor een bewegingsinterview om haar te bewaren voor de toekomst. De dansers belichamen immers bewegingsportretten van mensen die elk moment kunnen verdwijnen of reeds verdwenen zijn. Motus Mori laat zien hoeveel schoonheid er in de kwetsbaarheid van het menselijk lichaam schuilt en laat ons nadenken over hoe we herinnerd willen en kunnen worden.

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren