Dans / Muziektheater

Arcus Cloud Dunja Jocic / Michael Gordon

Octet of leminiscaat?

Maastricht is Dunja Jocic gunstig gezind. De Servisch-Nederlandse choreograaf, filmmaker en danser won in 2018 de Prijs van de Nederlandse Dansdagen Maastricht, en tijdens de huidige editie van de Nederlandse Dansdagen werd haar productie ‘De Panter’ bekroond met de Zwaan voor ‘Meest indrukwekkende dansproductie’ van ’20-’21. Tijdens dezelfde Nederlandse Dansdagen speelt ‘Arcus Cloud’, een choreografie voor twee dansers, op ‘8’, een compositie van Michael Gordon voor het Cello Octet Amsterdam. Een dreigende dialoog gericht op een onbekende, onbegrijpelijke toekomst.  

Arcus Cloud
Bas Blaasse Theater aan het Vrijthof, Maastricht
Nederlandse dansdagen
meer info
10 oktober 2021

Er was een periode dat ik meer klassieke concerten bekeek dan dansvoorstellingen. Ik schrijf bewust bekijken, omdat ik soms het gevoel had dat het licht in de concertzaal een averechtse uitwerking had op de kwaliteit van het luisteren. Ik ben geen echte muziekkenner en ik speel geen instrument. Van oorsprong ben ik opgeleid als fotograaf. Mijn visuele oplettendheid is daardoor, zoals bij zoveel mensen, veel meer uitgesproken dan mijn muzikale. Als muzikanten een werk uitvoeren in een volledig verlichte zaal, gaan mijn ogen dan ook al snel alle kanten uit. Uiteraard moeten muzikanten hun bladmuziek kunnen lezen, en wellicht zien vakmensen graag de details en poses die leiden tot een bepaalde klankkwaliteit. Maar ik wil liever luisteren, bijvoorbeeld in het donker.

‘Arcus Cloud’ wordt aangekondigd als een visueel dansconcert. Die beschrijving kan alle kanten op gaan. Maar hier hoef je niet bang te zijn voor dat soort zintuigelijke overbelasting.  Het podium is donker. In een cirkel van minimaal, zacht licht ontwaar je acht cellisten. Ze zitten in een kring, links vooraan op het toneel, hun gezichten naar elkaar gericht. De rest van het podium blijft voorlopig gehuld in het duister. Dat creëert een plechtige en aangename, bezwerende ambiance. Hedendaagse technologie speelt hier een hoofdrol. Het podium kan maar zo donker blijven doordat de bladmuziek voor elke cellist op een tablet oplicht en tegelijkertijd hun gezichten accentueert. Bijkomend voordeel is dat niemand vellen papier hoeft om te slaan.

Er is voorlopig geen danser te bekennen. De muziek, die Gordon twee jaar geleden in opdracht van het Amsterdamse cello-ensemble componeerde, krijgt alle ruimte. Maar de cirkel van licht rond de muzikanten levert toch een visueel aantrekkelijk beeld op. Je kunt ze bekijken met het juiste brandpunt, zonder dat architecturale zaaldecoratie of meeknikkend publiek je blik verstrooien. Strijkers die blikken uitwisselen en daarmee basta.

Wanneer je bijna bent vergeten dat je in een theaterzaal naar een dansvoorstelling zou gaan kijken, vertragen de halen van de strijkstokken. Rechts achteraan op het podium verschijnt een tweede lichtcirkel, die samen met de cirkel van de muzikanten een achtvormige lijn, of een leminiscaat -het wiskundige symbool voor oneindigheid- vormen. Tegen de achterwand worden nu twee ineengekrompen schimmen zichtbaar.

Met dramaturgische onverschrokkenheid heeft Jocic een voorstelling gemaakt waarin dans en muziek in hun eigen kracht worden gesteld. Niet alleen duurt het een hele poos voordat er überhaupt een dansbeweging als zodanig verschijnt. Er is een duidelijk verschil tussen de rollen van de twee danseressen. Kalin Morrow danst de hoofdrol, wat zowel blijkt uit haar type bewegingen als de tijdsruimte van haar solopassages.  Ornella Dufay-Miralles heeft in feite niet meer dan één korte passage waarin ze daadwerkelijk al dansend over de scène beweegt, verder zijn haar momenten stil, klein en op de achtergrond. En toch komt die rol nooit over als een afdankertje.

Beide danseressen dragen een latex pak. Dufay-Miralles is volledig zwart gehuld. Morrow draagt een pak met stippen. Het doet denken aan live-action pakken met markeringen die beweging detecteren. Die accenten op haar pak gaan goed samen met de soms onnavolgbare stuiptrekkingen die Morrow overvallen. Bovendien benadrukt de auditieve kwaliteit van het latex met kreukende, ritselende en zoevende geluidseffecten haar vaak vluchtige maar nadrukkelijke en plotselinge bewegingen.

Want Morrows bewegingen kondigen zichzelf op de ene of andere manier telkens al aan voordat ze goed en wel zijn uitgevoerd, alsof ze geen eigenaar van haar eigen lichaam is. Terwijl ze de ene beweging maakt is er al een volgende latent zichtbaar, zoals wij altijd onszelf vooruit zijn – met de ene voet in het heden en met de andere anticiperend op de toekomst – zonder dat zij zich hier zelf helemaal van bewust lijkt. Morrow is van alles: beangstigend, opgejaagd, verbaasd, totaal eigenaardig. Ze danst de verwondering van een wereld die zijn eigen schaduw vooruit is, terwijl Dufay-Miralles, stapje voor stapje op de achtergrond, in minimale bewegingen de controle zelve is. Dat contrast sterkt Morrow maar zo nu en dan komen ze samen, in een terugtrekkend spel van aftasten.

Het geheel wordt gecompleteerd door een projectie van videokunstenaar Filip Mikic, die vloer en achterwand volledig bedekt. (Over technologie gesproken: in feite zijn het twee projecties die in elkaar overvloeien). Die beelden zien er soms wel wat archaïscher uit dan het futurisme van de dans. De abstracte beelden, hoofdzakelijk in zwart-wit, bestaan uit een soort ruis, en doen nu eens denken aan een wolk, dan weer aan inkt op een vel papier of in een plas water. Maar het herinnert mij ook aan de screensavers van Windows Media Player die ik vijftien jaar geleden op mijn computer had. Niettemin maakt het, in samenspel met de minutieuze belichting die zowel de cellisten als danseressen nauwkeurig uitlicht in twee aparte cirkels – één voor het octet, een voor de danseressen – de scenografie wel af.

Een arcuswolk is een laaghangende, horizontale wolkenformatie die meestal een naderende onweersbui markeert. ‘Arcus Cloud’ is een onheilsvoorspeller. Uit de krochten van de toekomst ontstaat een technologisch-geïnspireerde choreografie. Beide partijen van de dialoog behouden hun aandacht dankzij de contreien waarbinnen ze (niet) bewegen. De cellisten in een cirkel, Morrow in contrast met Dufay-Miralles cirkelend in een nog ontastbare toekomst. Een obscuur maar des te adembenemender voorteken. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren