Dans / Performance

Requiem for a young soul Charles Pas

Het lijden van de jonge Charles

Charles Pas is een Belgische theatermaker die in Nederland hoge ogen gooit als maker en performer sinds hij in 2020 afstudeerde aan de mime-opleiding van de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten (AHK). In België loopt het lang geen zo’n vaart: een performance als ‘Requiem for a young soul’ was voorlopig alleen te zien in Nona, Mechelen. Verwonderlijk is dat niet: dat ‘Requiem’ is visueel en muzikaal heel verleidelijk, maar ontbreekt qua bewegingstaal vormelijk en inhoudelijk punch.         

Requiem for a young soul
Pieter T’Jonck Nona, Mechelen
22 september 2025

‘Requiem for a young soul’ is een opmerkelijke titel: de maker, Charles Pas, werd geboren in 1998. Heel jong dus om al afscheid te nemen van het argeloze levensgevoel dat alles nog mogelijk is. Als je zijn website bezoekt blijkt dat echter het basisthema van deze artiest. Hij stelt daar dat de echtheid van het mens-zijn onder druk staat in een steeds ongrijpbaarder maatschappij. Hij zou – naar eigen zeggen – de crisis van de verbinding van de mens met zichzelf en met anderen naar het toneel willen brengen in wat hij omschrijft als performances.

Charles Pas en zijn medewerkers Rint Mennes (componist) en Thomas Glorieux (scenograaf) blinken zeker uit in pakkende beelden. Bij aanvang hangt er rook in de zaal, maar niet zoveel dat je aandacht niet getrokken wordt door een reuzenwinkelhaak, een omgekeerde L met benen van wel 4 m lengte die schuin boven de vloer zweeft. De forse, vierkante benen lijken gemaakt van ruw beton: het oppervlak van grijs geschilderde ruwe planken wekt alvast die indruk. Wat de rol of de betekenis ervan kan zijn blijkt pas veel later.

Meteen daarna dooft immers alle licht en begint een enigmatische zwart/wit film. Je ziet twee paarden ronddraven die vreemd oplichten tegen een duistere ondergrond omheind door hekkens. Ze lijken vruchteloos contact te zoeken: ze galopperen schouder aan schouder rond in de ring maar verwijderen zich dan weer van elkaar, keer op keer. De rook die de ruimte vult maakt de lichtstralen van de beamer haast fysiek tastbaar. Ze vermengen zich met de beelden van de dieren, die zo iets onwerkelijks krijgen. Een grommende en krakende soundscape voegt extra Unheimlichkeit toe aan dit beeld van dieren in gevangenschap, te opgefokt en gefrustreerd voor innig contact.

Gebrek aan verbinding of contact is het draaiboek van de verhouding tussen Artemis Stavridi en Pleuni Veen.

Zo zou je de film kunnen lezen, want gebrek aan verbinding of contact is het draaiboek van de verhouding tussen Artemis Stavridi en Pleuni Veen in wat volgt. Die twee performers tollen aanvankelijk lange tijd op hun eentje rond. Hun bewegingstaal beperkt zich tot heftige achterwaartse rukken met de schouders terwijl ze doelloos heen en weer stappen. Contact maken ze niet, zelfs niet als ze rakelings langs elkaar heen gaan. Een enkele keer zakken ze door hun knieën, maar dan gaan ze weer door onder het doemgeluid van de soundscape. Dat duurt zo lang dat de verschillen tussen de twee gaan opvallen: Stavridi, die haar sporen als danseres o.m. verdiende bij Voetvolk, beweegt zelfzeker. Veen is aarzelender, terughoudender, en verliest zich dan plots in chaotisch armgezwaai.

Welke relatie ze hebben blijft hoe dan ook ongewis. Zeker is daarentegen dat Charles Pas vooral mikt op expressie en suggestie, want choreografisch gebeurt hier weinig, noch ruimtelijk, noch qua bewegingstaal. Een performance is het ook niet, want alles lijkt minutieus bedacht. Deze koortsige passen blijven immers vooral spannend door een vernuftig maar ook wat doorzichtig effect: vier spotlights wentelen heen en weer over de vloer en zetten nu eens de ene, dan weer de andere, soms beide tegelijk, in hard wit licht, met opvallende schaduwen, of dompelen ze net in het duister.

Zonder overgang volgt daarop een korte scène die door zijn realisme sterk afsteekt tegen de eerdere koortsigheid. De twee performers liggen op de grond naast elkaar. Veen ligt languit opzij. Steunend op haar ellenboog kijkt ze met een smeltende blik naar Stavridi die rechtop zit en voor zich uitkijkt. Ze pulkt voorzichtig aan Stavridi’ kleren, waarop die even Veens rug beroert als om een vuiltje weg te halen. Ze lijken niet goed te weten wat ze met elkaar aan moeten, hoe vertrouwd met elkaar ze blijkbaar ook zijn. Meteen daarna herbegint het rondtollen weer. Deze keer licht een stroboscoop hun onzekere schokken uit.

De vele, en sterke, bijna bombastische effecten staan niet in verhouding tot wat zich tussen de performers afspeelt.

Er volgen meer verrassingen. Verblindend geel licht van hoog achter het podium en golven dichte rook maken het soms haast onmogelijk om te zien wat de twee met elkaar uitrichten. De winkelhaak die dreigend boven het podium hing begint plots, door een duw van Stavridi, rond te wentelen. Een al even verblindend licht straalt nu uit het verticale been ervan. De score evolueert ondertussen van dreigende dreunen naar pathetische rock. Rond die tijd grijpen de twee performers elkaar toch vast, maar zonder enige innigheid. Ze duwen met schouders, hoofden en armen tegen elkaar aan, maar hun benen en bekkens houden strak gespannen afstand. Contact wordt zo eerder een gevecht, zeker als ze rond elkaar draaien, lijf aan lijf, op net dezelfde weigerachtige manier. Een gevecht wordt het helemaal als ze later over de grond over en onder elkaar kruipen en tegen elkaar aan schurken maar om beurt de overhand lijken te willen halen.

Het zijn momenten die zowel intrigeren als irriteren omdat ze niets prijs geven van de inzet van de strijd – gaat het om genegenheid, om macht, of om het onvermogen om te genieten van elkaars nabijheid? Zinnen als “I don’t care what happened, I love you” of “I long for you” die onverwacht voorbij waaien in de score suggereren het laatste, maar krijgen bevestiging noch ontkenning in de bewegingstaal. Ook het allerlaatste beeld blijft een raadsel. Alle effecten vallen dan weg. Veen ligt uitgeput op haar zij op de grond. Stavridi komt erbij en neemt, in spiegelbeeld, met haar voeten tegen die van Veen, dezelfde positie in. Het beeld staat min of meer haaks op het eerdere, korte moment dat genegenheid suggereerde. Zo komen ze langzaam overeind. Tegelijk deemstert het licht echter weg. Het einde van dit verhaal, als dat er al zou zijn, blijft zo onzeker.

Dat onbestemde slotmoment laat nog steeds heel veel interpretaties toe, maar kon me toch niet prikkelen om die oefening ook werkelijk te doen. Het verband met de ‘echtheid’ van het menszijn die onder druk zou staan ontging me ook. De vele, en sterke, bijna bombastische effecten in de score, de scenografie en de belichting staan immers niet in verhouding tot wat zich tussen de performers afspeelt. Ik miste bijvoorbeeld een sterke bewegingstaal: het bleef bij een soort mime, een abstracte uitbeelding van een onzekere ontmoeting. Door de nadrukkelijke omkadering kreeg die iets haast koket: zie ons lijden! Romantiek – van een wat belegen soort. Performance: in geen geval.         

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz