Dans

Kites Roshanak Morrowatian

Brekende golven en glasscherven

‘Kites’ van de van oorsprong Iraanse Roshanak Morrowatian speelt zich af in de geïsoleerde ruimte van een asielzoekerscentrum. Toch beleef je als kijker vooral hoe ze door de kracht van haar verbeelding weet te ontsnappen aan die beklemming. 

Kites
Bas Blaasse AINSI, Maastricht
In het kader ven de Nederlandse Dansdagen
meer info
06 oktober 2021

Twee benen steken onder een lichtblauwe hoop kussen- en dekenachtige zakken uit, bijeengehouden door het verborgen bovenlichaam van Morrowatian. Het doet me denken aan mijn pas gekochte dekbed; donzig, aanlokkelijk, zacht. Maar het kan ook van alles anders zijn, zoals bagage, tassen, uitrusting. Roshanak Morrowatian maakte een voorstelling met ‘de geïsoleerde ruimte van een asielzoekerscentrum als vertrekpunt’, en dus ligt die laatste lezing meer voor de hand. Toch weet ‘Kites’ bijna voortdurend op een fijnzinnige manier te schakelen tussen duidelijke verwijzingen naar de onmacht van een noodgedwongen vluchteling en de schoonheid van de verbeelding als ruggensteun.

Haar benen bewegen het luchtkasteel van gevulde zakken door de ruimte. Achter Morrowatian start de projectie van een voorbijtrekkend woestijnlandschap op het podium-breed projectiescherm. Genieten van een uitzicht of machteloos vaarwelzeggen? Een klankband met teksten vult de projectie en de stoffen zakken op het podium aan. Voordat de danseres zich ontdoet van haar wit-blauwe plunje en begint te dansen, klinkt een vrouwenstem. ‘Moving forward. We haven’t arrived yet. Can’t stand still’.

Morrowatian laat haar bagage van haar hoofd en lichaam vallen, en neemt één pakketje tussen haar benen. Met gebogen knieën zorgt ze dat het niet valt en probeert zich ondertussen voort te bewegen. Ze moet wel, denk je. Dan houdt ze stil, en pakt het pakketje uit. Het bevat kledij die ze aantrekt. Plots valt op hoe donker de scène is, Morrowatian is bijna geheel in duister gehuld. Als het licht opgaat zien we haar voor het eerst echt dansen. In het begin voert ze nog de regie. Ze beheerst haar bewegingen nog. Maar dan lijkt het alsof onbekende krachten haar alle kanten op sturen. Ze ontwijkt, reageert met een voortdurende alertheid.

Een van de momenten die mij het meest biologeert is wanneer Morrowatian met een vierkant stuk donkerblauwe stof in de weer is. Ze danst ermee, legt het uit op de grond, verdwijnt eronder. Haar omslagdoek golft als wapperende zeilen of, gezien de titel, een vlieger. Ik besef dat die gedachte aan een zeilschip wellicht een inhoudelijke aanleiding heeft, hoewel vluchtelingen varen op rubberboten zónder zeilmast, met halflege benzinemotoren, en niet kunnen mijmeren over een deinende wind in de zeilen. Die poëtische connotatie van een dobberende zeilboot is echter niet uit de lucht gegrepen. Soms lijkt ze te willen opstijgen, nu eens uit pure vervoering, dan weer uit een verlangen om ergens aan te ontsnappen. Die slingerbeweging tussen een innemende horizon en de botte werkelijkheid, die door de hele voorstelling loopt, is begrijpelijk in de context van een verhaal over vluchten en heimwee, met verlangen en hoop als onzeker houvast.

Tussen de verschillende danspassages zitten tekstfragmenten, zowel geprojecteerd als auditief. Een vrouw praat, in formeel Nederlands nu, over cliënten die in hongerstaking zijn gegaan. Even later vertolkt een mannenstem de inzet ervan: hij zag als vader van een gezin op de vlucht geen andere redding. Hier hoor je de echo van de onmenselijke bureaucratie van asielprocedures. Ik wil er eigenlijk mijn handen niet aan branden, maar terwijl ik luister vraag ik me af of die passages de voorstelling ten goede komen, of die expliciete strekking geen afbreuk doet aan de beeldende vormen die Morrowatian heeft gevonden bij die inhoud.

Dezelfde twijfel komt naar boven wanneer ze, heel elegant en fijn, het doek waarmee ze danste over haar heentrekt en een prisma-achtige figuur maakt, waarop vervolgens geleidelijk een projectie verschijnt. Die vorm is prachtig. De projectie bestaat uit vrouwen- en meisjesgezichten met een hoofddoek die in elkaar overvloeien. Zij is iedereen. Mijn aarzeling wordt ingegeven doordat de boodschap er misschien te dicht bovenop komt te liggen. Tegelijk snap ik de bedoeling, tegenover een hoofdzakelijk wit publiek. Nu, al schrijvende, weet ik dat die esthetische bedenkingen nooit een stoorzender werden, omdat ‘Kites’ juist haar kracht ontleent aan een voortdurend heen en weer schakelen tussen verbeelding en realiteit.

Langs de Belgische en Nederlandse kust, op het strand, de boulevard of in de duinen, zul je ze tegenkomen: de vlieger is een simpele materialisatie van vrijheid, zonder nood aan vleugels of geld. Een vlieger is een beeld van ongebondenheid, ook al zit hij natuurlijk vast aan een touwtje. Gedurende de voorstelling vraag ik mij af of we nog iets meer inhoud van de hoop zakken te zien krijgen. Tegen het einde haalt de danseres uit één van die zakken een oranje overjas boven. Daarin danst ze haar meest gracieuze en blije en vrije passage op Arabische muziek. Dan horen we brekende golven die klinken als uiteenspattende glasscherven. Ik had die link nooit eerder gelegd, maar het subtiele verschil tussen aanspoelend water en barstend glas is een treffend beeld van de tegenstellingen die ‘Kites’ voortdurend afweegt en bespeelt. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren