Toneel

April Willem De Wolf / Guy Cassiers / Toneelhuis

De complexiteit van een civil servant

Zou de geschiedenis anders verlopen zijn als Cleopatra niet zo’n bevallige neus had gehad? Niemand die het weet. Die ‘what if’ vraag hangt natuurlijk over heel veel historische feiten. Het is bijvoorbeeld nog steeds een open vraag of Sadam Hoessein Koeweit in 1990 wel zou binnengevallen zijn als zijn onderhoud enkele dagen eerder met de Amerikaanse ambassadeur April Glaspie minder welwillend-beleefd verlopen was. Misschien was er dan wel nooit een Golfoorlog geweest. Maar Glaspie kreeg daarna, anders dan Cleopatra, wel een mediastorm over zich heen. Die was een voorafspiegeling van de polarisatie en speculatie die de media en het publieke debat vandaag kenmerken. In ‘April’ komt Willem De Wolf terug op dat gesprek. Guy Cassiers regisseert. 

April
Pieter T’Jonck Toneelhuis Antwerpen / testvoorstelling meer info
09 mei 2021

Het onderhoud tussen April Glaspie en Sadam Hoessein op 25 juli 1990 is omstreden omdat het vermoeden achteraf gerezen is dat de Amerikaanse ambassadeur Saddam had laten verstaan dat de VS niet zouden tussenkomen bij een intern Arabisch conflict, versta: bij een inval in Koeweit. Een andere theorie houdt het erop dat ze de net opdracht had om Saddam in de waan te laten dat hij zijn gang kon gaan. Na de inval in Koeweit hadden de VS dan immers een reden om Irak binnen te vallen.

Hoe dan ook: de inval greep plaats, en ter vergelding vielen de VS enkele maanden later Irak aan. De eerste Golfoorlog was een feit. De wereldpolitiek kreeg er een heel nieuw aanzien door. Het ijzeren gordijn was toen nog maar net gevallen. George Bush Sr. wierp zich graag op als nieuwe wereldleider. Daarom was hij ook dikke maatjes met het regime van Saddam Hoessein, want die had door de Iraans-Irakese oorlog een dam opgeworpen tegen religieus fundamentalisme. Versta: tegen vijand nr. 1 Iran. Toen Saddam lastig deed over tegenvallende olie-inkomsten bekoelde de vriendschap echter snel…

Als zo vaak gedroegen de VS zich bij de Eerste Golfoorlog als de spreekwoordelijke hond in een kegelspel. De betrokken naties waren wankele constructies, uitgetekend door de Britten en de Fransen toen het Ottomaanse Rijk instortte op het einde van WO I. Na hun inval kwamen al snel oude en nieuwe conflicten en religieuze tegenstellingen bovendrijven.

De eerste Golfoorlog was ook de eerste die quasi in real time verslagen werd door CNN. Daarbij was, alweer voor het eerst, sprake van embedded journalism, met veel sensatie en patriottisch triomfalisme. Voor het Arabische standpunt was er weinig aandacht, en de manier waarop CNN de Arabieren voorstelde was vaak eerder karikaturaal. Mogelijk werd zo de kiem geplant voor de opkomst van de Islamitische Staat.

De wereld kreeg dus wis en zeker een andere aanblik, alleen was het niet degene die Bush Sr en later Bush Jr. beoogden. De invloed van de VS taande en seculiere staten als Irak vielen ten prooi aan akelig religieus fundamentalisme en werden nagenoeg onbestuurbaar.

Terug naar April Glaspie. Een merkwaardige vrouw, dat is het minste wat je over haar kan zeggen. Op relatief jonge leeftijd werd ze de eerste vrouwelijke ambassadeur in een Arabisch land. Ze sprak bovendien Arabisch. Dat maakte haar een buitenbeentje binnen het Amerikaans diplomatiek corps. Na het gesprek met Saddam op 55 juli 1990 briefte ze de Amerikaanse regering, maar toen Saddam vervolgens Koeweit toch binnenviel werd ze ontheven van haar functie en kreeg ze formeel verbod om zich uit te laten over haar gesprek met Saddam. Daar hield ze zich tot vandaag strikt aan.

Toch had ze best veel redenen om dat verbod in de wind te slaan. Om te beginnen: ze werd na haar post in Bagdad definitief uitgerangeerd als diplomaat en door collega’s gemeden. Ze kwam echter wel in een mediahetze terecht toen de Irakezen de notulen van haar ontmoeting met Saddam lekten. Al stelde ze toen dat die transscriptie niet correct was, over wat dan wel de juiste toedracht was liet ze niet meer los dan strikt noodzakelijk, ook niet tijdens hearings in de Amerikaanse Senaat. Pas in 2008 liet ze iets meer los -hoewel- in een interview met de Libanese krant ‘Dar Al Hayat’: ‘Nobody wants to take the blame. I am quite happy to take the blame. Perhaps I was not able to make Saddam Hussein believe that we would do what we said we would do, but in all honesty, I don't think anybody in the world could have persuaded him’. Dat ze de verantwoordelijkheid wou nemen is best wel opmerkelijk, gezien de botte manier waarop de Bush administratie haar af serveerde.

Het stuk dat Willem De Wolf schreef over en met April Glaspie gebruikt deze geschiedenis enkel als aanleiding. Het geeft een gesprek weer tussen Glaspie, Tariq Aziz -de rechterhand van Saddam Hoessein- en een jonge ‘anchor’ of journalist. De keuze om Aziz in het gesprek te betrekken is tegelijk vanzelfsprekend en belangrijk. Aziz was immers aanwezig bij het onderhoud tussen Saddam en Glaspie in 1990. Maar Aziz  was net als Glaspie enigszins een buitenbeentje. Zijn echte naam was Mikhail Yuhannu,, een christelijke naam. Hij bleef zijn leven lang ook openlijk Christen. ‘Tariq Aziz‘ was een geuzennaam, die -volgens het stuk van De Wolf - ‘Nobel Pad’ betekent (elders vond ik de vertaling ‘Glorieus Verleden’). Dat herinnert je er meteen weer aan dat Irak onder Saddam een seculiere staat was.

Maar zelfs al is dit een fictief gesprek, het had nooit kunnen plaatsvinden, want Aziz stierf al jaren geleden in Amerikaanse gevangenschap. Je hebt dan ook vaak de indruk naar denkbeeldige gesprekken te kijken, die zich afspelen in het hoofd van Glaspie. Piekermomenten waarin ze zich met  Aziz afvraagt of het anders had gekund en of ze goed gehandeld hebben. Maar waarin ze ook haar stilzwijgen tegenover de media legitimeert.

De ‘Anchor’ komt immers niet zo goed uit het gesprek. Hij probeert voortdurend de handelingen en gedachten van de andere twee te ‘framen’ en er een ‘verhaal’ van te maken. Omdat mensen het recht hebben om te weten wat er gebeurd is. Zowel Glaspie als Aziz wijzen hem daarvoor terecht.

April Glaspie gelooft niet in het meningenspektakel in de media

Glaspie doet dat vanuit een strikte ethiek. Ze gelooft niet in het meningenspektakel van de media. Ze gelooft nog minder in het waanbeeld dat mensen altijd weten wat de gevolgen zijn van wat ze zeggen, denken en doen. Daarom is het beter om zowel gereserveerd en voorzichtig als welwillend te zijn. Daarom is het beter om diplomatieke besprekingen niet op straat te gooien. Haar hele houding is doordesemd van een klassiek conservatieve opvatting van de rol van ‘public servants’, maar ook een klassiek-conservatieve maatschappijopvatting die wars is van bruuske veranderingen en zwart-wit meningen. En gruwt van al te persoonlijke revendications.

Aziz van zijn kant toont dat de ‘verhalen’ van de ‘Anchor’ ondanks hun schijnbare objectiviteit ideologische constructies zijn die de Arabieren afschilderen als een woestelingen. Hij kan zich echter ook moeilijk vinden in de attitude van Glaspie, omdat hij daarin de expressie ziet van een wereldbeeld dat alweer de Arabische Wereld als tweederangs ziet.

Toch suggereert het stuk een soort genegenheid tussen Aziz en Glaspie die net even verder gaat dan louter diplomatieke voorkomendheid. Ze praten vaak in het Arabisch vaak met elkaar, en sluiten zo het ‘Anchor’ buiten. Glaspie spreekt Aziz zelfs even aan met zijn Christelijke voornaam. Maar haar strikte, inderdaad blanke, ethiek blokt zo’n vertrouwelijkheid tegelijk ook af. Er ontstaat geen echt gesprek. Dat is haar beperking.

‘April’ zet je zo voortdurend op het verkeerde been. Het stuk dwingt je om je eigen, wellicht onuitgesproken, opvattingen over een kluwen aan kwesties zoals de ‘Arabische kwestie’, ‘de media’, ‘conservatisme’ en nog veel meer onder ogen te zien. Het toont dat labels als ‘goed’ en ‘fout’ niet zomaar toepasselijk zijn op de handelwijze van Glaspie of Aziz, en dat we  beter wat voorzichtiger zijn met forse uitspraken over dingen waar we de draagwijdte niet werkelijk kunnen inschatten.

Guy Cassiers en zijn acteurs dienen de tekst voorbeeldig. Katelijne Damen en Sabri Saad El Hamus  zijn in hun strakke, licht theatrale vertolking bijzonder geloofwaardig als de diplomaten die ze hier spelen. Eelco Smits zet zijn rol als naïeve, licht pathetische journalist net genoeg aan om te tonen hoe zwak zijn ruggengraat wel niet is. Theatraal vuurwerk levert dat niet op, wel fijn handwerk.

De scenografie speelt hierbij een grote rol. Het podiumbeeld suggereert een protserige vergaderzaal. De overhoeks opgestelde wanden zijn bekleed met houtfineer, opgehoogd met kostbaar inlegwerk.  Een imposante luster bepaalt deze ruimte, maar een raam in de linkse wand laat tegelijk de broeierige sfeer van nachtelijk Bagdad binnen.

Het meubilair daarentegen is Deens design uit de sixties: elegant en natuurlijk, zonder poeha. Dat verschil verduidelijkt symbolisch de eigenaardige spanning in de gesprekken. Ze laveren tussen uiterst formele aanspraken en vertrouwelijke ontboezemingen. Een mooie vondst is ook het draaiplateau in het midden van het podium: het laat het meubilair, en de personages die erop plaats nemen ronddraaien voor het oog van degene  die zich erbuiten bevindt. Glaspie verlaat het centrum nooit, maar Aziz en de journalist wel. Ze zien haar dus steeds onder andere invalshoeken.

Het draaiplateau is de ruimtelijke vertaling van de tekst: ze laat April Glaspie vanuit verschillende hoeken zien. Dat onthult een complexiteit van denken en handelen waar we vandaag wellicht terug wat meer aandacht voor mochten hebben. Jammer voor ‘de media’, maar het is niet anders. 

Beschikbaar voor iedereen, gefinancierd door lezers en organisaties.
Steun pzazz met een abonnement.

Abonneren