Toneel

Heartbeats Nastaran Razawi Khorasani / Theater Rotterdam

Tussen leven en dood

Wat betekent het om concreet te beseffen dat je leven eindig is, terwijl het nog volop wordt geleefd? Eindigheid is het onzichtbare decor van ons bestaan, en in zijn schaduw wordt onze sterfelijkheid voelbaar. De Nederlands-Iraanse Nastaran Razawi Khorasani onderzoekt die vraag in haar documentaire theatervoorstelling ‘Heartbeats’. Een intieme opening naar een gesprek over leven, verlies, dood en wat er mogelijk op volgt.   

Heartbeats
Aïcha Mouhamou DeSingel, Antwerpen
24 februari 2026

Khorasani leert eind 2024 Dian Sahertian-Boers kennen. Hoe die ontmoeting precies tot stand komt, blijft onduidelijk. Op een lege scène vertelt Khorasani hoe ze Dian voor het eerst ontmoet in een veel te luid café. Daar vraagt ze haar, bijna aarzelend, naar haar verhaal. Ze wil er een theatervoorstelling over maken, of beter gezegd: over de hoe dat verhaal zal eindigen.

Dian is ongeneeslijk ziek. Kanker. Een ziekte die zich als een allesoverheersende duistere kracht in een leven nestelt en ook dat van de naasten mee in zijn greep houdt. Khorasani en Dian spraken elkaar de laatste maanden van haar leven geregeld.

Na dit openingsverhaal verschuift de voorstelling naar een documentaire theatertaal. Die kenmerkt Khorasani’s oeuvre. Centraal op de speelvloer staat een katrol. Wanneer Khorasani eraan trekt, zakt een doek neer waarop tekst verschijnt die we simultaan ook horen. Het zijn transcripties van hun gesprekken. Zoals vaker in haar werk ontvouwt zich hier een directe uitwisseling tussen haar en haar gesprekspartner, of breder: het thema dat zij bevraagt.

De dramaturgie kiest ervoor om het tijdsverloop om te keren. We beginnen bij de laatste twee weken voor Dians overlijden. Van daaruit bewegen we terug in de tijd. Laag per laag worden eerdere gesprekken blootgelegd. Wat opvalt, is de toon van die uitwisselingen: voorzichtig en tegelijk existentieel. Dian spreekt open over haar naderende dood, wat er na de dood zou kunnen zijn en over hoe ze haar jonge kinderen eerlijk betrekt bij haar ziekte. Ze heeft het over het “kankerlandschap” en over de scans die de tumoren in haar brein minutieus registreren. Zonder pathos, zonder dramatische overdrijving, maar met een opmerkelijke helderheid.

Intimiteit zonder toegang

Intiem is het zeker, al laat die intimiteit zich niet helemaal delen. Ze speelt zich in de eerste plaats af tussen Khorasani en Dian, terwijl wij als publiek in een tussenpositie belanden. We kijken en luisteren mee, maar zonder volledig ingeleid te worden. De voorstelling plaatst ons niet in het centrum van het gesprek, maar aan de rand ervan.

Die positie lijkt een bewuste constructie. Over Dian vernemen we weinig buiten haar ziektegeschiedenis. Zelfs de band tussen beide vrouwen wordt niet expliciet uitgewerkt. Die terughoudendheid kan gelezen worden als een weigering om het persoonlijke volledig bloot te leggen. Waar ziekteverhalen elders soms worden uitgesponnen tot herkenbare, afgeronde portretten die het publiek emotioneel moeten meenemen, houdt deze voorstelling net veel informatie achter. Ze biedt geen volledige biografie, geen uitgewerkte achtergrond die ons toelaat de ander te ‘begrijpen’.

De intimiteit speelt zich in de eerste plaats af tussen Khorasani en Dian, terwijl wij als publiek in een tussenpositie belanden.

Tegelijk schuilt precies daar een spanning. Omdat we nauwelijks iets over Dian vernemen buiten haar medische toestand, wordt die ziekte onvermijdelijk het dominante kader waarbinnen we haar ontmoeten. Wat mogelijk bedoeld is als een bescherming tegen vereenvoudiging, dreigt zo een andere vorm van vernauwing te veroorzaken: de persoon valt alsnog samen met wat haar overkomt.

Mogelijke parallellen — theatermaker en patiënt, observator en geobserveerde, twee moeders, twee vrouwen die elk omgaan met kwetsbaarheid en sterfelijkheid — worden aangeraakt, maar niet verdiept. Misschien is dat een bewuste weigering om het materiaal te sluiten. Maar het laat de emotionele kern diffuus achter.

Wanneer de gesprekken ophouden, rest een stapel doek met tekst. Het materiële residu van wat werd gezegd. Alleen het laatste stuk tekst hangt nog in de lucht: zilver, licht weerkaatsend, bijna etherisch.

Symboliek

Dan klinkt er ambient muziek. Geen dramatische climax, maar een subtiele verschuiving in sfeer. Khorasani begint rond het zilveren doek te lopen. Ze beweegt zich door de ruimte, soms glimlachend, alsof ze zich in een andere dimensie bevindt dan daarvoor. De speelvloer verandert van een plek van uitwisseling in een ruimte van projectie.

De voorstelling raakt aan iets fundamenteels, maar graaft niet diep genoeg om het ook werkelijk open te breken.

De voorstelling laat de taal achter zich en kiest voor lichamelijkheid en sfeer. Waar bevinden we ons nu? In een tussenruimte? In een verbeeld hiernamaals? De zilveren stof krijgt iets symbolisch: een sluier, een horizon, een restant. De scène nodigt uit tot speculatie. Hoe ziet de dood eruit? Is er leven na de dood, en zo ja, in welke vorm?

‘Heartbeats’ eindigt na een klein uur met een onverwacht warm gevoel — ondanks, of misschien net dankzij, de nabijheid van de dood die de voorstelling doordrenkt. Er hangt geen zwaarte in de lucht. Maar daar blijft het bij: eerder een sfeer dan een wezenlijke verschuiving. De voorstelling raakt aan iets fundamenteels, maar graaft niet diep genoeg om het ook werkelijk open te breken.

Genoten van deze recensie?

Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.

Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.

Steun pzazz