Pot Nat Tobe Vandekerckhove en Jessie Holtkamp / En Avant
Rapsodie van een onmogelijke liefde
Twee twintigers treffen elkaar in een kamer vol plastic zeilen. Ze zijn er om de boel te herschilderen, maar zullen uiteindelijk geen borstel aanraken. De enige potjes die opengaan, zijn die van hun eigen geschiedenis. Van hun onvermogen om tot zichzelf te komen, en al zeker tot elkaar. Zo roeren jonge makers Tobe Vandekerckhove en Jessie Holtkamp in ‘Pot Nat’ in het aloude verhaal van de onmogelijke liefde – aflevering Gen Z. Als voorstellingen verf zouden zijn, is deze creatie een primer.
‘Pot Nat’ is een vrucht van ‘En Avant’, een samenwerking tussen Antigone, Monty, Theater Malpertuis, theater arsenaal, Compagnie Cecilia en Het nieuwstedelijk. Elke twee jaar ondersteunt elk huis één nieuwe maker of collectief bij een eerste voorstelling, waarop de hele waaier vervolgens een speelreeks krijgt langs alle betrokken zalen.
Dat Tobe Vandekerckhove en Jessie Holtkamp voorgedragen werden door Compagnie Cecilia, hoeft niet te verwonderen. ‘Pot Nat’ heeft qua theatervisie veel gemeen met bijvoorbeeld ‘Parkplatz’ van Johan Heldenbergh, die ook hier een coachende rol opnam. Opnieuw zien we twee verloren personages met een gedeeld verleden, die elkaar na lange tijd weer ontmoeten op één plek, om daar met de nodige muzikale en fysieke intermezzo’s hun problematische relatie uit te vechten. Door hun lief en leed krijg je steeds meer puzzelstukken van hun lastige historie, terwijl ze die last zelf meer en meer weten af te werpen. Ze dansen om elkaar heen volgens een aloud dramaturgisch patroon: samen dóór de shit tot een vorm van verzoening.
Beide personages smachten naar vereniging, maar verwarring en verdwaling zijn hun deel.
Heel ingewikkeld is hun verhaal op zich niet. Kat (Holtkamp) had drie jaar lang een relatie met de broer van Bo (Vandekerckhove), tot broerlief met de zuiderzon verdween naar Chili. Eén keer tijdens die relatie, op Halloween, wisselden Kat en Bo ook onder elkaar intieme blikken uit – en wellicht ook wel meer. Sindsdien voelt zij zich tot hem aangetrokken, maar hij is voor de mannen. Of is er ook bij Bo toch iets blijven hangen?
Nu staan ze opnieuw tegenover elkaar in deze kale kamer, met tussenin hun eigen zoeken naar zichzelf. Bo worstelt met de veelheid van het leven, met alle verwachtingen waaraan hij als jong veulen moet voldoen. Kat van haar kant kan zich enkel aan het leven overgeven met behulp van alcohol. Allebei smachten ze naar vereniging, maar verwarring en verdwaling zijn hun deel. We zien twee twenty-somethings op de dool. Kunnen ze toch tot elkander komen?
Brede spreidstand
Holtkamp en Vandekerckhove kennen elkaar van de toneelschool in Utrecht. Wat ze delen, is een voorkeur voor ‘rauw theater’ en ‘een beeldende esthetiek’ als tweede taal. Zo fungeert hun verfwerf niet alleen als metafoor voor de renovatie van de relatie tussen hun personages, maar biedt hij hen ook concrete materiële hulpstukken voor enkele poëtische visuele scènes – precies zoals de oldtimer dat deed in ‘Parkplatz’.
Vandekerckhove danst met een zware zak cement als een krachtmeting met zijn manbeeld. Holtkamp vecht met een plastic zeil als was het een opgedraaide octopus. Uit zijn tentakels boetseert ze tere mensfiguren, die dan weer slap achterover zakken. Efemere illusies van contact zijn de rode draad door ‘Pot Nat’. Ze steken scherp af tegen de direct fysieke aanpak van de voorstelling.
Alles voor deze twintigers is een opvoering, lijkt het wel: altijd moet er een lekje glansverf op.
Ook voor hun dialogen hanteert het makersduo heel uiteenlopende registers. Wat begint als een documentair spel (koffietje zetten, muziekje aan) ontaardt op geregelde tijden in plotse expressionistische flitsen (ruzie maken als nerveuze types, plots even door het lint gaan). Van lieverlee voelt het alsof je tegelijk naar een voorstelling van De Hoe en Abattoir Fermé zit te kijken. Een behoorlijk brede spreidstand dus.
Die schrikkelmodus past natuurlijk bij de vele contrasterende emoties van hun personages in een tijd en een mediawerkelijkheid die veel wegheeft van een flipperkast, terwijl zij ook zelf duidelijk vaste grond missen onder hun existentie. Alles voor deze twintigers is een opvoering, lijkt het wel: altijd moet er een lekje glansverf op. Alleen voelen de intieme scènes, waarin Holtkamp en Vandekerckhove voor het kwetsbare register kiezen, een stuk overtuigender, consequenter, treffender. Vooral dan krijgen zij contact met elkaar, en jij als kijker ook met de voorstelling.
Wedstrijdje rondjes draaien
Misschien is die dramatische veelkleurigheid wel het grote verschil met het werk van Cecilia. ‘Pot Nat’ maakt zeker een narratieve boog, maar doet dat over vele horden, met uitstapjes links en rechts. Zoals wel meer jong werk is het meer een rapsodie dan een symfonie. In de ene scène weren Bo en Kat elkaar af tussen de verfpotten, in de volgende herbeleven ze retrospectief hun eigen Halloween-ervaring, daarna voeren ze plots in plat dialect hun eigen scheldende vader en moeder op. Of ze delen met geraakte blik een belevenis waarin ze zich uitzonderlijk wel één voelden met het bestaan (Bo in een nachtelijke bos in Umbrië, Kat op een modderig muziekfestival bij Budapest). Het volume schiet op en neer, met één draai aan de knop van hun cd-speler. Van intieme ballads tot Rage Against The Machine.
Niet enkel als personages, ook als makers zijn Holtkamp en Vandekerckhove nog op zoek naar één verhaal.
Al die stijlsprongen dienen als steeds nieuwe etappes in een wedstrijdje rondjes draaien tussen aantrekken en afstoten, tussen anekdotisch pigment en de diepere grondlaag van leven en liefde. Alleen wordt dat gevarieerde ‘af en aan’ op de lange duur zelf een nogal doorzichtig patroon. Romance en antiromance blijven in deze voorstelling met elkaar vechten, alsof Holtkamp en Vandekerckhove aan geen van beide genres echt hebben willen of kunnen toegeven. Ook dat is het leven, zeker? Niet enkel als personages, ook als makers zijn ze nog op zoek naar één verhaal.
Dat maakt van ‘Pot Nat’ een primer: een jonge voorstelling die voelt als de eerste laag van een mogelijk oeuvre. Er zitten zeker veelbelovende elementen in: fluks wisselende dialogen, een lustig spelplezier en ook veel beeldend potentieel. De tussengeschoven fysieke solo’s van beide personages, veelbetekenend naast elkaar in plaats van met elkaar, roepen een heel tijdsbeeld op. Alleen resulteren alle scènes samen, zeker dramaturgisch, nog vooral in ruwe vegen. Sommigen zullen in al dat zoekende palet wellicht een raak verhaal zien over de liefde zelf: onmogelijk om ooit egaal te krijgen.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz