Het Zinkgat Compagnie van de Leute
De komedie als zinkgat voor psychodrama
Als er al zoiets bestaat als het tegendeel van een ‘valse trage’, dan is ‘Het zinkgat’ een ‘valse snelle’. Deze voorstelling van Compagnie van de Leute begint als een archetypische relatiekomedie met hoge grapdichtheid, vertraagt haast onmerkbaar naar een psychologisch drama om te eindigen op een humane en diepmenselijke fabel. Straf hoe auteur en regisseur Frank Van Laecke hier de conventies van de komedie naar zijn hand zet.
In de kleine vijver die het Gentse volkstheater is, vormt Compagnie van de Leute al drie decennia lang een grote vis. Sinds 2012 in handen van acteur Jan De Raedt bespeelt het (niet-gesubsidieerde) gezelschap zo’n twee keer per jaar de Minardschouwburg met een nieuwe productie in het Gents. De afgelopen Gentse Feesten was De Raedt betrokken bij ‘Muurd in de Minard’ van de collega’s van het Vernieuwd Gents Volkstoneel van Bob De Moor; nu doen de heren haasje over. De Moor speelt mee in ‘Het zinkgat’ van Compagnie van de Leute. In beide gevallen tekende Frank Van Laecke, veelschrijver in de Vlaamse televisie-, musical- en theaterwereld (onder meer samen met Alain Platel: ‘Gardenia’ en ‘Mein Gent’) voor tekst en regie. Van Laecke is een man van veel werelden en heeft een poot zowel in de gesubsidieerde theatersector als in het liefhebbers- en commerciële circuit. ‘Het zinkgat’ toont hoe hij, als een sluwe koppelaar, deze werelden bij elkaar brengt.
‘Het zinkgat’ verlegt zich van een komedie naar een psychologisch en emotioneel drama.
‘Het zinkgat’ kondigt zich aan als een doorsnee relatiekomedie in de sappige taal van de Arteveldestad. Chantal (Betty Bouckaert) en Robert (Jan De Raedt) zijn een gelukkig getrouwd stel, dat op een dag te maken krijgt met een onverwachts verschenen ‘zinkgat’ voor hun voordeur. Het zorgt ervoor dat ze steevast zwaar vloekend en onder de moore (Gents voor modder, red.) op de bühne verschijnen, maar het zinkgat lijkt ook de vooruitwijzing naar een gebeurtenis die hen alle vaste grond onder de voeten zal wegslaan, richting een diep en bodemloos gat. En jawel: al in de tweede scène staat Leon (Bob De Moor) voor de deur, de ex van Chantal en vader van hun vroeg gestorven dochter Sonia. Vijfentwintig jaar geleden verdween Leon zonder boe of ba uit het leven van Chantal, kort na de dood van hun dochter. Dankzij Robert kon Chantal haar leven opnieuw opbouwen - maar nu staat Leon hier, met modder op zijn gezicht. Volgt: een archetypische scène waarin de vrouw haar ex verstopt in de badkamer wanneer haar echtgenoot onverwachts thuiskomt. Eenmaal ontdekt doet de ex alsof hij een seismoloog van de Stad Gent is die het zinkgat komt onderzoeken. De onnozele echtgenoot trapt erin. Alle personages zijn stereotypen uit de komedie: het kibbelende koppel met hun gekissebis en burgerlijk drama, de schlemielige indringer. Lachen!
Opvallend vroeg in de plot (en gewaagd in het kader van spanningsopbouw) is Leons spelletje uit en wordt hij ontmaskerd als de ex van Chantal, die haar na 25 jaar in een emotionele impuls is komen opzoeken. In een eerste beweging levert dat opnieuw het komische drama op dat je bij zo’n onthulling verwacht: echtgenoot pakt razend zijn koffers richting een hotel, ex druipt af, vrouw blijft achter in tranen. Wat nu - met het koppel, maar ook met de komedie, die al in het eerste half uur zijn plot-motor kwijt is? Maar in wat volgt verlegt ‘Het zinkgat’ zich dan ook van een komedie naar een psychologisch en emotioneel drama, waarin de reden van Leons verdwijnen en de onverwerkte pijn rond hun dochter een plaats krijgen. De inhoudelijke ingrediënten van dit drama zijn allesbehalve wereldschokkend of vernieuwend, dat ze zoveel tijd en ruimte krijgen binnen een ‘Gentse komedie’ is wél opmerkelijk. Zou het publiek beseffen dat het al een tijdje niet meer aan het lachen is?
We worden meegezogen in de emotionele werelden van Chantal, Leon en Robert en de drie blijken veel meer te zijn dan de smakelijke stereotypen waarmee ze eerder werden geschilderd. Robert is niet zomaar een bonkige, onbehouwen rouwdouw vol flauwe grappen, maar een man die de rouw van zijn vrouw van bij het begin heeft aanvaard en respecteert - in zo’n mate dat hij er zijn eigen kinderwens voor heeft opgegeven. Leon is niet de laffe onnozelaar die naar Thailand is gevlucht voor de vergetelheid van seks, maar een gevoelige vader die daar heeft geprobeerd toch nog ‘vader’ te zijn voor een ontheemd kind. En Chantal is niet (alleen) het kakelende huisvrouwtje dat gillend op een stoel springt voor een spin, maar een vrouw die haar gevoelens durft te benoemen en daar de ongemakkelijke consequenties van durft te aanvaarden.
Gelaagde komedie
Eigenlijk doet Van Laecke hier op een subtiele manier aan metatheater. De personages lijken zich ervan bewust te zijn dat ze in het dagelijks leven een rol spelen - zoals we dat allemaal doen, ook ‘in het echt’ - en ze tonen dat tegelijkertijd aan ons en aan elkaar. Het zinkgat dwingt hen uit die dagdagelijkse maskerade te stappen en dieper te graven, naar de vele gedaantes die ze onder hun buitenste schil kunnen aannemen. Onder de clichés waarmee ze zich (misschien bewust) hebben getooid schuilen complexe, gevoelige wezens. Tegelijkertijd, door zijn personages de kans te geven zich zo te ontbolsteren, zet Van Laecke een koevoet in de conventies van de komedie: neen, dat genre hoeft niet vast te zitten in oppervlakkige clichés, ze kan die ook lossen of daaronder graven - al lachend zegt de zot de waarheid, toch?
‘Het zinkgat’ is ook een humane fabel, een parabel over wat de mens is, en hoe hij boven zichzelf kan uitstijgen.
Prachtig in dit middendeel is de confrontatie tussen de twee rivalen, die op geen enkele manier verloopt zoals je je die voorstelt in een komedie. Neen, de een zit de ander niet achterna met een zwaar voorwerp, er wordt niet gescholden en er is geen haantjesgedrag over de vraag wie het vrouwtje mag hebben (dat beslist het vrouwtje overigens wel zelf). Er is wél veel pijn en er is angst voor verlies, bij beide mannen. Maar evengoed klinkt in dat gesprek ook respect, de erkenning van de situatie van de ander. Zouden twee liefdesrivalen in het echte leven ooit op deze gevoelige, empathische manier met elkaar aan tafel hebben gezeten? En de pijnlijke waarheid dat ze houden van dezelfde vrouw onder ogen hebben gezien? Van Laecke toont het hier, ook dankzij het sobere spel van De Raedt en De Moor, op aangrijpende wijze.
Met deze scène kantelt ‘Het zinkgat’ naar zijn derde verschijningsvorm: een humane fabel, een parabel over wat de mens is, en hoe hij boven zichzelf kan uitstijgen. Neen, het is geen moraliteit, want niets wat de personages doen of beslissen vertrekt vanuit een superioriteit over ‘wat het goede is’ of ‘wat de juiste beslissing is’ - er valt hier voor het publiek niets te leren, of toch niet vanuit een educatief standpunt. Ademloos kijken we toe hoe drie mensen over zichzelf en hun pijn heenstappen om tot een beslissing te komen die wellicht gedoemd is om te mislukken - maar die wel de liefde honoreert die er tussen hen drieën bestaat. Ze weten het ook niet, of het gaat lukken. Maar ze gaan het wel proberen. Omdat ze nu eenmaal met elkaar verder moeten. Omdat mensen nu eenmaal met elkaar verder moeten op deze wereld.
Je kan je leven veranderen, je kan een genre openbreken. Daarmee vallen in ‘Het zinkgat’ vorm en inhoud prachtig samen.
De liefde als drijvende kracht en het besef dat we in al onze kleinmenselijkheid aan elkaar geklonken zijn doen sterk denken aan het oeuvre van Alain Platel, compagnon de route van Van Laecke. ‘Het zinkgat’ toont, contra-intuïtief voor een komedie die gewoonlijk boogt op herkenning en cliché, dat mensen géén clichés zijn, maar meervoudige wezens, in staat tot inzicht en flexibiliteit. Je kan je leven veranderen, je kan een genre openbreken - ook of misschien zelfs juist binnen een traditie als het Gentse eigen’wijze’ volkstoneel. Daarmee vallen in ‘Het zinkgat’ vorm en inhoud samen op een prachtige manier. De manier waarop Van Laecke hier zijn humaniteit verpakt als een komedie - a spoonful of sugar makes the medicine go down - getuigt van een groot menselijk doorzicht en artistiek meesterschap. Aan het staartje van ‘Het zinkgat’ hangt de regisseur dan nog een goede grap, waardoor we alsnog lachend naar buiten gaan. Daardoor dringt het maar langzaam tot ons door dat wat we net zagen helemaal geen komedie was, of niet helemaal een komedie, maar een parabel rond de mens en diens onhandige pogingen tot liefhebben. Hoe schoon.
Genoten van deze recensie?
Vind je het belangrijk dat zulke verdiepende beschouwingen over de podiumkunsten blijven verschijnen, vrij toegankelijk voor iedereen? Steun pzazz als lezer vanaf 1 € per maand.
Wij doen het zonder subsidies. Met jouw bijdrage kunnen we nog meer voorstellingen aandacht geven en onze auteurs, eindredacteurs en coördinator blijven vergoeden. Pzazz is er voor jou, maar ook een beetje van jou.
Steun pzazz